Genesis 13:16

“En Ik zal uw zaad2233 stellen7760 8804 als het stof6083 der aarde,776 zodat,834 indien518 iemand376 het853 stof6083 der aarde776 zal kunnen3201 8799 tellen,4487 8800 zal ook1571 uw zaad2233 geteld worden.4487 8735”

Genesis 13:16 — Statenvertaling (1637)

Verse 16 of 18 in Genesis chapter 13 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 13 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Alzo toog5927 87 op5927 8799 uit4480 Egypte4714 naar het zuiden,5045 hij1931 en zijn huisvrouw,802 en al3605 wat834 hij had, en 3876 met5973 hem. En 87 was zeer3966 rijk,3513 8804 in vee,4735 in zilver,3701 en in goud.2091 En hij ging,3212 8799 volgens zijn reizen,4550 van het zuiden5045 tot5704 -el1008 toe, tot aan5704 de plaats,4725 waar834 5973 zijn tent168 in het begin8462 geweest was,1961 8804 tussen996 -el,1008 en tussen996 ;5857 Tot5704 de plaats4725 des altaars,4196 dat834 hij in het eerst7223 daar8033 gemaakt had;6213 8804 en 87 heeft aldaar8033 den Naam8034 des HEEREN3068 aangeroepen.7121 8799 En ,3876 die met854 87 toog,1980 8802 had1961 8799 ook1571 schapen,6629 en runderen,1241 en tenten.168 En dat land776 droeg5375 8804 hen853 niet,3808 om samen3162 te wonen;3427 8800 want3588 hun have7399 was vele,7227 zodat zij samen3162 niet3808 konden3201 8804 wonen.3427 8800 En er was1961 8799 twist7379 tussen996 de herders7462 8802 van Abrams87 vee,4735 en tussen996 de herders7462 8802 van Lots3876 vee.4735 woonden3427 8802 toen227 de Kanaanieten3669 en Ferezieten6522 in dat land.776 En 87 zeide559 8799 tot413 :3876 Laat1961 toch4994 geen408 twisting4808 zijn1961 8799 tussen996 mij en tussen996 u, en tussen996 mijn herders7462 8802 en tussen996 uw herders;7462 8802 want3588 wij587 zijn mannen582 broeders.251 [Is] niet3808 het ganse3605 land776 voor uw aangezicht?6440 u6504 8734 toch4994 van4480 5921 mij; zo518 gij de linkerhand8040 [kiest], zo zal ik ter rechterhand gaan;3231 8686 en zo518 gij de rechterhand,3225 zo zal ik ter linkerhand gaan.8041 8686 En 3876 hief5375 zijn ogen5869 op,5375 8799 en hij zag7200 8799 de ganse3605 vlakte3603 der ,3383 dat3588 zij die geheel3605 bevochtigde;4945 eer6440 de HEERE3068 5467 en Gomorra6017 verdorven had,7843 8763 [was] [zij] als de hof1588 des HEEREN,3068 als ,776 4714 als gij komt935 8800 te .6820 Zo koos977 8799 3876 voor zich de ganse3605 vlakte3603 der ,3383 en 3876 trok5265 8799 tegen4480 het oosten;6924 en zij werden gescheiden,6504 8735 de een376 van4480 5921 den ander.251 87 [] woonde3427 8804 in het land776 ;3667 en 3876 woonde3427 8804 in de steden5892 der vlakte,3603 en sloeg tenten167 8799 tot aan5704 5467 toe. En de mannen582 van 5467 [waren] boos,7451 en grote3966 zondaars2400 tegen den HEERE.3068 En de HEERE3068 zeide559 8804 tot413 ,87 nadat310 3876 van4480 5973 hem gescheiden was:6504 8736 Hef5375 4994 uw ogen5869 op,5375 8798 en zie7200 8798 van4480 de plaats,4725 waar834 8033 gij859 zijt noordwaarts6828 en zuidwaarts,5045 en oostwaarts6924 en westwaarts.3220 Want3588 al3605 dit land,776 dat834 gij859 ziet,7200 8802 zal Ik u geven,5414 8799 en aan uw zaad,2233 tot in5704 eeuwigheid.5769 En Ik zal uw zaad2233 stellen7760 8804 als het stof6083 der aarde,776 zodat,834 indien518 iemand376 het853 stof6083 der aarde776 zal kunnen3201 8799 tellen,4487 8800 zal ook1571 uw zaad2233 geteld worden.4487 8735 Maak u op,6965 8798 wandel1980 8690 door dit land,776 in zijn lengte753 en in zijn breedte;7341 want3588 Ik zal het u geven.5414 8799 En 87 sloeg tenten op,167 8799 en kwam935 8799 en woonde3427 8799 aan de eikenbossen436 van ,4471 die834 bij 2275 zijn; en hij bouwde1129 8799 aldaar8033 den HEERE3068 een altaar.4196

Every verse in Genesis 13

Chapter navigation

0:000:00