Genesis 14:6

“En de Horieten2752 op hun gebergte2042 Seir,8165 tot aan5704 het effen veld352 van Paran,6290 364 hetwelk834 aan5921 de woestijn4057 [is].”

Genesis 14:6 — Statenvertaling (1637)

Verse 6 of 24 in Genesis chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 thread runs through this chapter

Genesis 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En het geschiedde1961 8799 in de dagen3117 van ,569 den koning4428 van ,8152 van ,746 den koning4428 van ,495 van -laomer,3540 den koning4428 van ,5867 en van ,8413 den koning4428 der volken;1471 Dat zij krijg4421 voerden6213 8804 met854 ,1298 koning4428 van ,5467 en met854 ,1306 koning4428 van ,6017 ,8134 koning4428 van ,126 en ,8038 koning4428 van ,6636 en den koning4428 van ,1106 dat1931 [is] .6820 Deze428 allen3605 voegden zich samen2266 8804 in413 het dal6010 ,7708 dat1931 [is] de .4417 3220 Twaalf6240 8147 jaren8141 hadden zij5647 -laomer3540 gediend;5647 8804 maar in het dertiende7969 6240 jaar8141 vielen zij af.4775 8804 Zo kwam935 8804 -laomer3540 in het veertiende6240 702 jaar,8141 en de koningen,4428 die834 met854 hem waren, en sloegen5221 8686 de Refaieten7497 in -karnaim,6255 en de Zuzieten2104 in ,1990 en de Emieten368 in -kiriathaim;7741 En de Horieten2752 op hun gebergte2042 ,8165 tot aan5704 het effen veld352 van ,6290 364 hetwelk834 aan5921 de woestijn4057 [is]. Daarna keerden zij wederom,7725 8799 en kwamen935 8799 tot413 En-mispat,5880 dat1931 [is] ,6946 en sloegen5221 8686 al3605 het land7704 der ,6003 en ook1571 den ,567 die te -thamar2688 woonde.3427 8802 Toen toog3318 de koning4428 van 5467 uit,3318 8799 en de koning4428 van ,6017 en de koning4428 van ,126 en de koning4428 van ,6636 en de koning4428 van ,1106 dat1931 is ;6820 en zij stelden6186 8799 tegen854 hen slagorden4421 in het dal6010 ,7708 Tegen854 -laomer,3540 den koning4428 van ,5867 en ,8413 den koning4428 der volken,1471 en ,569 den koning4428 van ,8152 en ,746 den koning4428 van ;495 vier702 koningen4428 tegen vijf.2568 Het dal6010 nu van Siddim7708 [was] vol875 lijmputten;875 2564 en de koningen4428 van 5467 en Gomorra6017 vluchtten,5127 8799 en vielen5307 8799 aldaar;8033 en de overgeblevenen7604 8737 vluchtten5127 8804 naar het gebergte.2022 En zij namen3947 8799 al3605 de have7399 van 5467 en ,6017 en al3605 hun spijze,400 en trokken weg.3212 8799 Ook namen zij3947 8799 ,3876 den zoon1121 van Abrams87 broeder,251 en zijn have,7399 en trokken weg;3212 8799 want hij1931 woonde3427 8802 in .5467 Toen kwam935 8799 er een, die ontkomen was,6412 en boodschapte5046 8686 het aan ,87 den ,5680 die1931 woonachtig was7931 8802 aan de eikenbossen436 van ,4471 den ,567 broeder251 van ,812 en broeder251 van ,6063 welke1992 Abrams87 bondgenoten1167 1285 [waren]. Als 87 hoorde,8085 8799 dat3588 zijn broeder251 gevangen was,7617 8738 zo wapende hij7324 8686 zijn853 onderwezenen,2593 de ingeborenen3211 van zijn huis,1004 driehonderd7969 3967 en achttien,6240 8083 en hij jaagde hen na7291 8799 tot5704 1835 toe. En hij verdeelde zich2505 8735 tegen5921 hen des nachts,3915 hij1931 en zijn knechten,5650 en sloeg5221 8686 ze; en hij jaagde hen na7291 8799 tot5704 Hoba2327 toe, hetwelk834 is ter linkerhand8040 van .1834 En hij bracht7725 alle3605 have7399 weder,7725 8686 en ook1571 3876 zijn broeder251 en deszelfs have7399 bracht hij weder,7725 8689 als ook1571 de853 vrouwen,802 en het volk.5971 En de koning4428 van 5467 toog uit,3318 8799 hem tegemoet7125 8800 (nadat310 hij wedergekeerd was7725 8800 van het slaan van5221 8687 -laomer,3540 en van de koningen,4428 die834 met854 hem [waren]), tot413 het dal6010 ,7740 dat1931 is, het dal6010 des konings.4428 En ,4442 koning4428 van ,8004 bracht voort3318 8689 brood3899 en wijn;3196 en hij1931 [was] een priester3548 des allerhoogsten5945 .410 En hij zegende1288 8762 hem, en zeide:559 8799 zij1288 8803 87 ,410 de ,5945 hemel8064 en aarde776 bezit!7069 8802 En gezegend zij1288 8803 de allerhoogste5945 God,410 Die834 uw vijanden6862 in uw hand3027 geleverd heeft!4042 8765 En hij gaf5414 8799 hem de tiende4643 van4480 alles.3605 En de koning4428 van 5467 zeide559 8799 tot413 :87 Geef5414 8798 mij de zielen;5315 maar neem3947 8798 de have7399 voor u. Doch 87 zeide559 8799 tot413 den koning4428 van :5467 Ik heb mijn hand3027 opgeheven7311 8689 tot413 den HEERE,3068 den allerhoogsten5945 God,410 hemel8064 en aarde776 bezit;7069 8802 Zo518 ik van een draad2339 aan tot5704 een schoenriem5275 8288 toe, ja, zo518 ik van4480 alles,3605 dat834 het uwe is, [iets] neme!3947 8799 opdat gij niet3808 zegt:559 8799 Ik589 heb 87 rijk gemaakt!6238 8689 [] [zij] buiten1107 mij; alleen7535 wat834 de jongelingen5288 verteerd hebben,398 8804 en het deel2506 dezer mannen,582 die834 met854 mij getogen zijn,1980 8804 ,6063 Eskol812 en ,4471 laat die1992 hun deel2506 nemen!3947 8799

Every verse in Genesis 14

Chapter navigation

0:000:00