Genesis 15:5
“Toen leidde Hij3318 hem853 uit3318 8686 naar buiten,2351 en zeide:559 8799 Zie5027 8685 nu4994 op naar den hemel,8064 en tel5608 8798 de sterren,3556 indien518 gij ze853 tellen5608 8800 kunt;3201 8799 en Hij zeide559 8799 tot hem: Zo3541 zal uw zaad2233 zijn!1961 8799”
Genesis 15:5 — Statenvertaling (1637)
Verse 5 of 21 in Genesis chapter 15 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
1 thread runs through this chapter
Genesis 15 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Na310 deze428 dingen1697 geschiedde1961 8804 het woord1697 des HEEREN3068 tot413 87 in een gezicht,4236 zeggende:559 8800 Vrees3372 8799 niet,408 !87 Ik595 [ben] u een ,4043 uw Loon7939 zeer3966 groot.7235 8687 Toen zeide559 8799 :87 ,136 HEERE!3069 wat4100 zult mij geven,5414 8799 daar ik595 zonder kinderen6185 heenga1980 8802 en de bezorger1121 4943 van mijn huis1004 [is] deze1931 Damaskener1834 ?461 Voorts zeide559 8799 :87 ,2005 mij hebt geen3808 zaad2233 gegeven,5414 8804 en zie,2009 de zoon1121 van mijn huis1004 zal mijn854 erfgenaam zijn!3423 8802 En ziet,2009 het woord1697 des HEEREN3068 [was] tot413 hem, zeggende:559 8800 zal uw erfgenaam niet3808 zijn;3423 8799 2088 maar3588 518 die834 uit4480 uw lijf4578 voortkomen zal,3318 8799 die1931 zal uw erfgenaam zijn.3423 8799 Toen leidde Hij3318 hem853 uit3318 8686 naar buiten,2351 en zeide:559 8799 Zie5027 8685 nu4994 op naar den hemel,8064 en tel5608 8798 de sterren,3556 indien518 gij ze853 tellen5608 8800 kunt;3201 8799 en zeide559 8799 tot hem: Zo3541 zal uw zaad2233 zijn!1961 8799 En hij geloofde539 8689 in den HEERE;3068 en rekende2803 8799 het hem [tot] gerechtigheid.6666 Voorts zeide Hij559 8799 tot413 hem: Ik589 [ben] de HEERE,3068 Die834 u uitgeleid heb3318 8689 uit4480 218 der ,3778 om u dit2063 land776 te geven,5414 8800 om dat erfelijk te bezitten.3423 8800 En hij zeide:559 8799 ,136 HEERE!3069 waarbij4100 zal ik weten,3045 8799 dat3588 ik het erfelijk bezitten zal?3423 8799 En zeide559 8799 tot413 hem: Neem3947 8798 een driejarige8027 8794 vaars,5697 en een driejarige8027 8794 geit,5795 en een driejarigen8027 8794 ,352 en een tortelduif,8449 en een jonge duif.1469 En hij bracht3947 8799 Hem854 deze428 alle,3605 en hij deelde1334 8762 ze853 middendoor,8432 en hij leide5414 8799 elks376 deel1335 tegen7125 het andere7453 over;7125 8800 maar het gevogelte6833 deelde hij1334 8804 niet.3808 En het wild gevogelte5861 kwam neder3381 8799 op5921 het aas;6297 maar 87 joeg5380 het853 weg.5380 8686 En het geschiedde,1961 8799 als de zon8121 was aan het ondergaan,935 8800 zo viel5307 8804 een diepe slaap8639 op5921 ;87 en ziet,2009 een schrik,367 [en] grote1419 duisternis2825 viel5307 8802 op5921 hem. Toen zeide Hij559 8799 tot :87 Weet3045 8799 voorzeker,3045 8800 dat3588 uw zaad2233 vreemd1616 zal zijn1961 8799 in een land,776 dat het hunne niet3808 [is], en zij zullen hen dienen,5647 8804 en zij zullen hen853 verdrukken6031 8765 vierhonderd702 3967 jaren.8141 Doch Ik595 zal het volk1471 ook1571 rechten,1777 8802 hetwelk834 zij zullen dienen;5647 8799 en daarna310 3651 zullen zij uittrekken3318 8799 met grote1419 have.7399 En gij859 zult tot413 uw vaderen1 gaan935 8799 met vrede;7965 gij zult in goeden2896 ouderdom7872 begraven worden.6912 8735 En het vierde7243 geslacht1755 zal herwaarts2008 wederkeren;7725 8799 want3588 de ongerechtigheid5771 der Amorieten567 is tot5704 nog toe2008 niet3808 volkomen.8003 En het geschiedde,1961 8799 dat de zon8121 onderging935 8804 en het duister5939 werd,1961 8804 en ziet,2009 daar was een rokende6227 oven8574 en vurige784 fakkel,3940 die834 tussen996 die429 stukken1506 doorging.5674 8804 Ten zelfden1931 dage3117 maakte3772 8804 de HEERE3068 een verbond1285 met854 ,87 zeggende:559 8800 uw zaad2233 heb Ik5414 dit2063 land776 gegeven,5414 8804 van4480 de rivier5104 van Egypte4714 af, tot aan5704 die grote1419 rivier,5104 de rivier5104 :6578 Den ,7017 en den ,7074 en den ,6935 En den ,2850 en den ,6522 en de ,7497 En den ,567 en den ,3669 en den ,1622 en den .2983