Genesis 19:11

“En zij sloegen5221 8689 de mannen,582 die834 aan de deur6607 van het huis1004 waren, met verblindheden,5575 van4480 den kleinste6996 tot5704 aan den grootste,1419 zodat zij moede werden,3811 8799 om de deur6607 te vinden.4672 8800”

Genesis 19:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 38 in Genesis chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En die twee8147 engelen4397 kwamen935 8799 te 5467 in den avond;6153 en 3876 zat3427 8802 in de poort8179 te ;5467 en als 3876 hen zag,7200 8799 stond hij op6965 8799 hun tegemoet,7125 8800 en boog zich7812 8691 met het aangezicht639 ter aarde.776 En hij zeide:559 8799 Ziet2009 nu,4994 mijne heren!113 keert5493 toch4994 in5493 8798 ten413 huize1004 van uw knecht,5650 en vernacht,3885 8798 en wast7364 8798 uw voeten;7272 en gij zult vroeg opstaan,7925 8689 en gaan1980 8804 uws weegs.1870 En zij zeiden:559 8799 ,3808 maar3588 wij zullen op de straat7339 vernachten.3885 8799 En hij hield6484 bij hen zeer3966 aan,6484 8799 zodat zij tot413 hem inkeerden,5493 8799 en kwamen935 8799 in413 zijn huis;1004 en hij maakte6213 8799 hun een maaltijd,4960 en bakte644 8804 ongezuurde koeken,4682 en zij aten.398 8799 Eer2962 zij zich te slapen leiden,7901 8799 zo hebben de mannen582 dier stad,5892 de mannen582 van ,5467 van4480 den jongste5288 tot5704 den oudste2205 toe,5921 dat huis1004 omsingeld,5437 8738 het ganse3605 volk,5971 van het uiterste einde7097 af. En zij riepen7121 8799 3876 toe,413 en zeiden559 8799 tot hem: Waar346 zijn die mannen,582 die834 deze nacht3915 tot413 u gekomen zijn?935 8804 breng hen uit3318 8685 tot413 ons, opdat wij ze853 bekennen.3045 8799 Toen ging3318 3876 uit3318 8799 tot413 hen aan de deur,6607 en hij sloot5462 8804 de deur1817 achter310 zich toe; En hij zeide:559 8799 broeders!251 doet7489 toch4994 geen3808 kwaad!7489 8686 Ziet2009 toch,4994 ik heb twee8147 dochters,1323 die834 geen3808 man376 bekend hebben;3045 8804 ik zal haar853 nu4994 tot413 u uitbrengen,3318 8686 en doet6213 8798 haar, zoals het goed2896 is in uw ogen;5869 alleenlijk7535 doet6213 8799 dezen411 mannen582 niets;408 1697 want3588 daarom5921 3651 zijn zij onder de schaduw6738 mijns daks6982 ingegaan.935 8804 Toen zeiden zij:559 8799 Kom5066 8798 verder aan!1973 zeiden zij:559 8799 ene259 is gekomen,935 8804 om als vreemdeling [hier] te wonen,1481 8800 en zoude hij8199 alleszins8199 8800 rechter zijn?8199 8799 Nu6258 zullen wij u meer kwaads doen,7489 8686 4480 hun.1992 En zij drongen6484 8799 zeer3966 op den man,376 op ,3876 en zij traden toe5066 8799 om de deur1817 open te breken.7665 8800 Doch die mannen582 staken7971 hun hand3027 uit,7971 8799 en deden935 3876 tot413 zich inkomen935 8686 in het huis,1004 en sloten5462 8804 de deur1817 toe. En zij sloegen5221 8689 de mannen,582 die834 aan de deur6607 van het huis1004 waren, met verblindheden,5575 van4480 den kleinste6996 tot5704 aan den grootste,1419 zodat zij moede werden,3811 8799 om de deur6607 te vinden.4672 8800 Toen zeiden559 8799 die mannen582 tot413 :3876 Wien4310 hebt gij hier6311 nog meer?4310 een schoonzoon,2860 of uw zonen,1121 of uw dochteren,1323 en allen,3605 die834 gij hebt in deze stad,5892 breng3318 8685 uit4480 deze plaats;4725 Want3588 wij587 gaan7843 deze2088 plaats4725 verderven,7843 8688 omdat3588 haar geroep6818 groot geworden is1431 8804 voor854 het aangezicht6440 des HEEREN,3068 en de HEERE3068 ons uitgezonden heeft,7971 8762 om haar te verderven.7843 8763 Toen ging3318 3876 uit,3318 8799 en sprak1696 8762 tot413 zijn schoonzonen,2860 die zijn dochteren1323 nemen zouden,3947 8802 en zeide:559 8799 u op,6965 8798 gaat3318 8798 uit4480 deze2088 plaats;4725 want3588 de HEERE3068 gaat7843 deze stad5892 verderven.7843 8688 hij was1961 8799 in de ogen5869 zijner schoonzonen2860 als jokkende.6711 8764 En als3644 de dageraad7837 opging,5927 8804 drongen213 8686 de engelen4397 3876 aan, zeggende:559 8800 u op,6965 8798 neem3947 8798 uw huisvrouw,802 en uw twee8147 dochteren,1323 die voorhanden zijn,4672 8737 opdat6435 gij in de ongerechtigheid5771 dezer stad5892 niet6435 omkomt.5595 8735 Maar hij vertoefde;4102 8698 zo grepen2388 8686 die mannen582 zijn hand,3027 en de hand3027 zijner vrouw,802 en de hand3027 zijner twee8147 dochteren,1323 om de verschoning2551 des HEEREN3068 over5921 hem; en zij brachten3318 hem uit,3318 8686 en stelden3240 8686 hem buiten2351 de stad.5892 En het geschiedde1961 8799 als zij hen853 uitgebracht hadden3318 8687 naar buiten,2351 zo zeide :559 8799 behoud u4422 8734 om5921 uws levens5315 wil; zie5027 8686 niet408 achter310 u om, en sta5975 8799 niet408 op deze ganse3605 vlakte;3603 behoud u4422 8734 naar het gebergte2022 heen, opdat gij niet6435 omkomt.5595 8735 En 3876 zeide559 8799 tot413 hen: Neen408 toch,4994 !113 Zie2009 toch,4994 Uw knecht5650 heeft genade2580 gevonden4672 8804 in Uw ogen,5869 en hebt Uw weldadigheid2617 groot gemaakt,1431 8686 die834 aan mij5978 gedaan hebt,6213 8804 om mijn ziel5315 te behouden2421 8687 bij het leven; maar ik595 zal niet3808 kunnen3201 8799 behouden worden4422 8736 naar het gebergte2022 heen, opdat mij niet misschien6435 dat kwaad7451 aankleve,1692 8799 en ik sterve!4191 8804 Ziet2009 toch,4994 deze2063 stad5892 [is] nabij,7138 om derwaarts8033 te vluchten,5127 8800 en zij1931 [is] klein;4705 laat mij4422 toch4994 derwaarts8033 behouden worden4422 8735 ([is] zij1931 niet3808 klein?4705) opdat mijn ziel5315 leve.2421 8799 En zeide559 8799 tot413 hem: Zie,2009 Ik heb5375 uw aangezicht6440 opgenomen5375 8804 ook1571 in deze2088 zaak,1697 dat1115 Ik deze stad5892 niet1115 omkere2015 8800 waarvan834 gij gesproken hebt.1696 8765 Haast,4116 8761 behoud u4422 8734 derwaarts;8033 want3588 Ik zal niets3808 1697 kunnen3201 8799 doen,6213 8800 totdat5704 gij daarhenen8033 ingekomen zijt.935 8800 Daarom5921 3651 noemde men7121 8804 den naam8034 dezer stad5892 .6820 De zon8121 ging op3318 8804 boven5921 de aarde,776 als 3876 te 6820 inkwam.935 8804 Toen deed4305 de HEERE3068 zwavel1614 en vuur784 over5921 5467 en5921 Gomorra6017 regenen,4305 8689 van4480 854 den HEERE3068 uit4480 den hemel.8064 En keerde2015 deze411 steden5892 om,2015 8799 en die ganse3605 vlakte,3603 en alle3605 853 inwoners3427 8802 dezer steden,5892 ook het gewas6780 des lands.127 En zijn huisvrouw802 zag om5027 8686 van4480 achter hem;310 en zij werd1961 8799 een zoutpilaar.5333 4417 En 85 maakte zich7925 deszelven morgens1242 vroeg op,7925 8686 naar413 de plaats,4725 waar834 8033 hij voor854 het aangezicht6440 des HEEREN3068 gestaan had.5975 8804 En hij zag8259 8686 naar413 6440 5467 en Gomorra6017 toe, en naar413 6440 het ganse3605 land776 van die vlakte;3603 en hij zag,7200 8799 en ziet,2009 er ging5927 een rook7008 van het land776 op,5927 8804 gelijk de rook7008 eens ovens.3536 En het geschiedde,1961 8799 toen God430 de steden5892 dezer vlakte3603 verdierf,7843 8763 dat God430 aan 85 gedacht,2142 8799 en leidde7971 8762 3876 uit4480 het midden8432 dezer omkering,2018 in het omkeren2015 8800 dier steden,5892 in welke834 2004 3876 gewoond had.3427 8804 En 3876 toog op5927 8799 uit8804 ,6820 en woonde3427 8799 op den berg,2022 en zijn twee8147 dochters1323 met5973 hem; want3588 hij vreesde3372 8804 binnen 6820 te wonen.3427 8800 En hij woonde3427 8799 in een spelonk,4631 hij1931 en zijn twee8147 dochters.1323 Toen zeide559 8799 de eerstgeborene1067 tot413 de jongste:6810 vader1 is oud,2204 8804 en er is geen369 man376 in dit land,776 om tot5921 ons in te gaan,935 8800 naar de wijze1870 der ganse3605 aarde.776 Kom,3212 8798 laat ons onze vader1 wijn3196 te drinken geven,8248 8686 en hem5973 hem liggen,7901 8799 opdat wij van4480 onze vader1 zaad2233 in het leven behouden.2421 8762 En zij gaven8248 dien1931 nacht3915 haar vader1 wijn3196 te drinken;8248 8686 en de eerstgeborene1067 kwam,935 8799 en lag7901 8799 bij854 haar vader,1 en hij werd het niet3808 gewaar3045 8804 in haar nederliggen,7901 8800 noch in haar opstaan.6965 8800 En het geschiedde1961 8799 des4480 anderen daags,4283 dat de eerstgeborene1067 zeide559 8799 tot413 de jongste:6810 ,2005 ik heb gisteren nacht570 bij854 mijn vader1 gelegen;7901 8804 laat ons ook1571 dezen nacht3915 hem wijn3196 te drinken geven;8248 8686 ga in,935 8798 lig7901 8798 bij hem,5973 opdat wij van4480 onzen vader1 zaad2233 in het leven behouden.2421 8762 En zij gaven8248 haar vader1 ook1571 dien1931 nacht3915 wijn3196 te drinken,8248 8686 en de jongste6810 stond op,6965 8799 en lag7901 8799 bij hem.5973 En hij werd het niet3808 gewaar3045 8804 in haar nederliggen,7901 8800 noch in haar opstaan.6965 8800 En de twee8147 dochters1323 van 3876 werden bevrucht2029 8799 van4480 haar vader.1 En de eerstgeborene1067 baarde3205 8799 een zoon,1121 en noemde7121 8799 zijn naam8034 ;4124 deze1931 is de vader1 der ,4124 tot op5704 dezen dag.3117 En de jongste6810 baarde3205 8804 ook1571 1931 een zoon,1121 en noemde7121 8799 zijn naam8034 -ammi;1151 deze1931 is de vader1 der kinderen1121 ,5983 tot op5704 dezen dag.3117

Every verse in Genesis 19

Chapter navigation

0:000:00