Genesis 21:34
“En Abraham85 woonde als vreemdeling1481 8799 vele7227 dagen3117 in het land776 der Filistijnen.6430”
Genesis 21:34 — Statenvertaling (1637)
Verse 34 of 34 in Genesis chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Genesis 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En de HEERE3068 bezocht6485 8804 ,8283 gelijk als834 gezegd had;559 8804 en de HEERE3068 deed6213 8799 aan ,8283 gelijk als834 gesproken had.1696 8765 En Sara8283 werd bevrucht,2029 8799 en baarde3205 8799 85 een zoon1121 in zijn ouderdom,2208 ter gezetter tijd,4150 dien hem God430 gezegd had.1696 8765 En 85 noemde7121 8799 den naam8034 zijns zoons,1121 die hem geboren was,3205 8737 dien834 hem Sara8283 gebaard had,3205 8804 .3327 En 85 besneed4135 8799 zijn zoon1121 ,3327 zijnde acht8083 dagen3117 oud,1121 gelijk als834 hem853 God430 geboden had.6680 8765 En 85 was honderd3967 jaren8141 oud,1121 als hem Izak3327 zijn zoon1121 geboren werd.3205 8736 En Sara8283 zeide:559 8799 God430 heeft mij een lachen6712 gemaakt;6213 8804 al3605 die het hoort,8085 8802 zal met mij lachen.6711 8799 Voorts zeide zij:559 8799 Wie4310 zou 85 gezegd hebben:4448 8765 Sara8283 heeft zonen1121 gezoogd?3243 8689 want3588 ik heb een zoon1121 gebaard3205 8804 in zijn ouderdom.2208 En het kind3206 werd groot,1431 8799 en werd gespeend;1580 8735 toen maakte6213 8799 85 een groten1419 maaltijd4960 op den dag,3117 als Izak3327 gespeend werd.1580 8736 En Sara8283 zag7200 8799 den zoon1121 van ,1904 de ,4713 dien834 zij 85 gebaard had,3205 8804 spottende.6711 8764 En zij zeide559 8799 tot :85 Drijf1644 deze2063 dienstmaagd519 en haar zoon1121 uit;1644 8761 want3588 de zoon1121 dezer2063 dienstmaagd519 zal met5973 mijn zoon,1121 met5973 ,3327 niet3808 erven.3423 8799 En dit woord1697 was zeer3966 kwaad3415 8799 in Abrahams85 ogen,5869 ter5921 oorzake182 van zijn zoon.1121 Maar God430 zeide559 8799 tot413 :85 het niet408 kwaad zijn3415 8799 in uw ogen,5869 over5921 den jongen,5288 en over5921 uw dienstmaagd;519 al3605 wat834 Sara8283 tot413 u zal zeggen,559 8799 hoor8085 8798 naar haar stem;6963 want3588 in Izak3327 zal uw zaad2233 genoemd worden.7121 8735 Doch Ik zal ook1571 den zoon1121 dezer dienstmaagd519 tot een volk1471 stellen,7760 8799 omdat3588 hij1931 uw zaad2233 [is]. Toen stond7925 85 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en nam3947 8799 brood,3899 en een fles2573 water,4325 en gaf5414 8799 ze aan413 ,1904 die leggende7760 8804 op5921 haar schouder;7926 ook [gaf] [hij] [haar] het853 kind,3206 en zond haar weg.7971 8762 En zij ging voort,3212 8799 en dwaalde8582 8799 in de woestijn4057 -seba.884 Als nu het water4325 van4480 de fles2573 uit was,3615 8799 zo wierp zij7993 8686 het kind3206 onder8478 een259 van de struiken.7880 En zij ging3212 8799 en zette zich3427 8799 tegenover,4480 5048 afgaande zo verre,7368 8687 als die met den boog7198 schieten;2909 8764 want3588 zij zeide:559 8804 ik het kind3206 niet408 zie7200 8799 sterven;4194 en zij zat3427 8799 tegenover,4480 5048 en hief5375 haar stem6963 op,5375 8799 en weende.1058 8799 En God430 hoorde8085 8804 de stem6963 van den jongen;5288 en de Engel4397 Gods430 riep7121 8799 1904 toe413 uit4480 den hemel,8064 en zeide559 8799 tot haar: Wat4100 [is] u, ?1904 Vrees3372 8799 niet;408 want3588 God430 heeft naar413 des jongens5288 stem6963 gehoord,8085 8799 ter plaatse,834 waar8033 hij1931 [is]. Sta op,6965 8798 hef5375 den jongen5288 op,5375 8798 en houd2388 8685 hem vast met854 uwe hand;3027 want3588 Ik zal hem tot een groot1419 volk1471 stellen.7760 8799 En God430 opende6491 8799 haar ogen,5869 dat zij een waterput875 4325 zag;7200 8799 en zij ging,3212 8799 en vulde4390 8762 de fles2573 met water,4325 en gaf8248 den jongen5288 te drinken.8248 8686 En God430 was1961 8799 met854 den jongen;5288 en hij werd groot,1431 8799 en hij woonde3427 8799 in de woestijn,4057 en werd1961 8799 een boogschutter.7235 8802 7199 En hij woonde3427 8799 in de woestijn4057 ;6290 en zijn moeder517 nam3947 8799 hem een vrouw802 uit4480 .776 4714 Voorts geschiedde het1961 8799 ter zelfder1931 tijd,6256 dat ,40 mitsgaders ,6369 zijn krijgsoverste,8269 6635 tot413 85 sprak,559 8799 zeggende:559 8800 God430 [is] met5973 u in alles,3605 wat834 gij859 doet.6213 8802 Zo zweer7650 8734 mij nu6258 hier2008 bij God:430 Zo518 gij mij, of mijn zoon,5209 of mijn neef5220 liegen zult!8266 8799 naar de weldadigheid,2617 die834 ik bij5973 u gedaan heb,6213 8804 zult gij doen6213 8799 bij5973 mij, en bij5973 het land,776 waarin834 gij als vreemdeling verkeert.1481 8804 En 85 zeide:559 8799 Ik595 zal zweren.7650 8735 En 85 berispte3198 8689 40 ter5921 oorzake182 van een waterput,875 4325 die834 Abimelechs40 knechten5650 met geweld genomen hadden.1497 8804 Toen zeide559 8799 :40 Ik heb niet3808 geweten,3045 8804 wie4310 dit2088 stuk1697 gedaan heeft;6213 8804 en ook1571 hebt gij859 het mij niet3808 aangezegd,5046 8689 en ik595 heb er ook1571 niet3808 van gehoord,8085 8804 1115 heden.3117 En 85 nam3947 8799 schapen6629 en runderen,1241 en gaf5414 8799 die aan ;40 en die beiden8147 maakten3772 8799 een verbond.1285 Doch 85 stelde5324 8686 zeven7651 ooilammeren3535 der kudde6629 bijzonder.909 Zo zeide559 8799 40 tot413 :85 Wat4100 zullen hier2008 deze429 zeven7651 ooilammeren,3535 die gij bijzonder909 gesteld hebt?5324 8689 En hij zeide:559 8799 Dat3588 gij de zeven7651 ooilammeren3535 van mijn hand3027 nemen zult,3947 8799 opdat5668 het mij tot een getuigenis5713 zij,1961 8799 dat3588 ik dezen2063 875 gegraven heb.2658 8804 Daarom5921 3651 noemde men7121 8804 die1931 plaats4725 -seba,884 omdat3588 die beiden8147 daar8033 gezworen hadden.7650 8738 Alzo maakten zij3772 8799 een verbond1285 te -seba.884 stond6965 40 op,6965 8799 en ,6369 zijn krijgsoverste,8269 6635 en zij keerden wederom7725 8799 naar413 het land776 der .6430 En hij plantte5193 8799 een bos815 in -seba,884 en riep7121 aldaar8033 den Naam8034 des HEEREN,3068 des eeuwigen5769 ,410 aan.7121 8799 En 85 woonde als vreemdeling1481 8799 vele7227 dagen3117 in het land776 der .6430