Genesis 24:22

“En het geschiedde,1961 8799 als834 de kemelen1581 voleindigd hadden3615 8765 te drinken,8354 8800 dat die man376 een gouden2091 voorhoofdsiersel5141 nam,3947 8799 welks gewicht4948 was een halve sikkel,1235 en twee8147 armringen6781 aan5921 haar handen,3027 welker gewicht4948 was tien6235 [sikkelen] gouds.2091”

Genesis 24:22 — Statenvertaling (1637)

Verse 22 of 67 in Genesis chapter 24 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 24 — full chapter (Statenvertaling (1637))

85 nu was oud2204 8804 [en] wel935 8804 bedaagd;3117 en de HEERE3068 had 85 in alles3605 gezegend.1288 8765 Zo sprak559 8799 85 tot413 zijn knecht,5650 den oudste2205 van zijn huis,1004 regerende4910 8802 over alles,3605 wat834 hij had: Leg7760 8798 toch4994 uw hand3027 onder8478 mijn heup,3409 Opdat ik u doe zweren7650 8686 bij den HEERE,3068 den God430 des hemels,8064 en den God430 der aarde,776 dat834 gij voor mijn zoon1121 geen3808 vrouw802 nemen zult3947 8799 van4480 de dochteren1323 der ,3669 in het midden7130 van welke834 ik595 woon;3427 8802 Maar3588 dat gij naar413 mijn land,776 en naar413 mijn maagschap4138 trekken,3212 8799 en voor mijn zoon1121 Izak3327 een vrouw802 nemen zult.3947 8804 En die knecht5650 zeide559 8799 tot413 hem: Misschien194 zal die vrouw802 mij310 niet3808 willen14 8799 volgen3212 8800 in413 dit2063 land;776 zal ik uw zoon1121 moeten7725 8687 wederbrengen7725 8686 in413 het land,776 waar834 4480 8033 gij uitgetogen zijt?3318 8804 En 85 zeide559 8799 tot413 hem: Wacht u,8104 8734 dat6435 gij mijn zoon1121 niet6435 weder7725 daarheen8033 brengt!7725 8686 De HEERE,3068 de God430 des hemels,8064 Die834 mij uit4480 mijns vaders1 huis1004 en uit4480 het land776 mijner maagschap4138 genomen heeft,3947 8804 en Die834 tot mij gesproken heeft,1696 8765 en Die834 mij gezworen heeft,7650 8738 zeggende:559 8800 uw zaad2233 zal Ik dit2063 land776 geven!5414 8799 Zelf1931 zal Engel4397 voor uw aangezicht6440 zenden,7971 8799 dat gij voor mijn zoon1121 van4480 daar8033 een vrouw802 neemt.3947 8804 Maar indien518 de vrouw802 u310 niet3808 volgen3212 8800 wil,14 8799 zo zult gij rein zijn5352 8738 van dezen2063 mijn eed;7621 alleenlijk7535 breng7725 mijn zoon1121 daar8033 niet3808 weder heen.7725 8686 Toen legde7760 8799 de knecht5650 zijn hand3027 onder8478 de heup3409 van ,85 zijn heer,113 en hij zwoer7650 8735 hem over5921 deze2088 zaak.1697 En die knecht5650 nam3947 8799 tien6235 kemelen1581 van zijns heren113 kemelen,1581 en toog heen;3212 8799 en al3605 het goed2898 zijns heren113 was in zijn hand;3027 en hij maakte zich op,6965 8799 en toog heen3212 8799 naar413 ,763 naar413 de stad5892 van .5152 En hij deed de kemelen1581 nederknielen1288 8686 buiten2351 de stad,5892 bij413 een waterput,875 4325 des avondtijds,6256 6153 ten tijde,6256 als de putsters7579 8802 uitkwamen.3318 8800 En hij zeide:559 8799 HEERE!3068 God430 van mijn heer113 !85 doe [haar] mij6440 toch4994 heden3117 ontmoeten,7136 8685 en doe6213 8798 weldadigheid2617 bij5973 ,85 mijn heer.113 Zie,2009 ik595 sta5324 8737 bij5921 de waterfontein,5869 4325 en de dochteren1323 der mannen582 dezer stad5892 zijn uitgaande3318 8802 om water4325 te putten;7579 8800 Zo geschiede,1961 8799 dat die jonge dochter,5291 tot413 welke834 ik zal zeggen:559 8799 Neig5186 8685 toch4994 uw kruik,3537 dat ik drinke;8354 8799 en zij zal zeggen:559 8804 ,8354 8798 en ik zal ook1571 uw kemelen1581 drenken;8248 8686 diezelve853 [zij], die Uw knecht5650 Izak3327 toegewezen hebt,3198 8689 en dat ik daaraan bekenne,3045 8799 dat3588 weldadigheid2617 bij5973 mijn heer113 gedaan hebt.6213 8804 En het geschiedde,1961 8799 eer2962 hij geeindigd had3615 8765 te spreken,1696 8763 ziet,2009 zo kwam3318 Rebekka7259 uit,3318 8802 welke834 aan Bethuel1328 geboren was,3205 8795 de zoon1121 van ,4435 de huisvrouw802 van ,5152 de broeder251 van ;85 en zij had haar kruik3537 op5921 haar schouder.7926 En die jonge dochter5291 was zeer3966 schoon2896 van aangezicht,4758 een maagd,1330 en geen3808 man376 had haar bekend;3045 8804 en zij ging af3381 8799 naar de fontein,5869 en vulde4390 8762 haar kruik,3537 en ging op.5927 8799 Toen liep7323 8799 die knecht5650 haar tegemoet,7125 8800 en hij zeide:559 8799 mij toch4994 een weinig4592 waters4325 uit4480 uw kruik3537 drinken.1572 8685 En zij zeide:559 8799 ,8354 8798 mijn heer!113 en zij haastte zich4116 8762 en liet3381 haar kruik3537 neder3381 8686 op5921 haar hand,3027 en gaf hem te drinken.8248 8686 Als zij nu voleindigd had3615 8762 van hem drinken te geven,8248 8687 zeide zij:559 8799 Ik zal ook1571 voor uw kemelen1581 putten,7579 8799 totdat5704 518 zij voleindigd hebben3615 8765 te drinken.8354 8800 En zij haastte zich,4116 8762 en goot6168 haar kruik3537 uit6168 8762 in413 de drinkbak,8268 en liep7323 8799 weder5750 naar413 den 875 om te putten,7579 8800 en zij putte7579 8799 voor al3605 zijn kemelen.1581 En de man376 ontzette zich7583 8693 over haar, stilzwijgende,2790 8688 om te merken,3045 8800 of de HEERE3068 zijn weg1870 voorspoedig gemaakt had,6743 8689 of518 niet.3808 En het geschiedde,1961 8799 als834 de kemelen1581 voleindigd hadden3615 8765 te drinken,8354 8800 dat die man376 een gouden2091 voorhoofdsiersel5141 nam,3947 8799 welks gewicht4948 was een halve sikkel,1235 en twee8147 armringen6781 aan5921 haar handen,3027 welker gewicht4948 was tien6235 [sikkelen] gouds.2091 Want hij had gezegd:559 8799 Wiens4310 dochter1323 [zijt] gij?859 geef5046 het mij toch4994 te kennen;5046 8685 is er3426 ook ten huize1004 uws vaders1 plaats4725 voor ons, om te vernachten?3885 8800 En zij had tot413 hem gezegd:559 8799 Ik595 [ben] de dochter1323 van ,1328 den zoon1121 van ,4435 die834 zij Nahor5152 gebaard heeft.3205 8804 Voorts had zij tot413 hem gezegd:559 8799 Ook1571 is er stro8401 en1571 veel7227 voeders4554 bij5973 ons, ook1571 plaats4725 om te vernachten.3885 8800 Toen neigde6915 die man376 zijn hoofd,6915 8799 en aanbad7812 8691 den HEERE;3068 En hij zeide:559 8799 Geloofd1288 8803 [zij] de HEERE,3068 de God430 van mijn heer113 ,85 Die834 weldadigheid2617 en waarheid571 niet3808 nagelaten5800 8804 heeft van4480 5973 mijn heer;113 aangaande mij,595 de HEERE3068 heeft mij op dezen weg1870 geleid,5148 8804 ten huize1004 van mijns heren113 broederen.251 En die jonge dochter5291 liep,7323 8799 en gaf5046 ten huize1004 harer moeder517 te kennen,5046 8686 gelijk deze429 zaken1697 waren. En Rebekka7259 had een broeder,251 wiens naam8034 was ;3837 en 3837 liep7323 8799 tot413 dien man376 naar buiten2351 tot413 de fontein.5869 En het geschiedde,1961 8799 als hij dat853 voorhoofdsiersel5141 gezien had,7200 8800 en de armringen6781 aan5921 de handen3027 zijner zuster;269 en als hij gehoord had8085 8800 de woorden1697 zijner zuster269 ,7259 zeggende:559 8800 Alzo3541 heeft die man376 tot413 mij gesproken,1696 8765 zo kwam hij935 8799 tot413 dien man,376 en ziet,2009 hij stond5975 8802 bij5921 de kemelen,1581 bij5921 de fontein.5869 En hij zeide:559 8799 in,935 8798 gij, gezegende1288 8803 des HEEREN!3068 waarom4100 zoudt gij buiten2351 staan?5975 8799 want ik595 heb het huis1004 bereid,6437 8765 en de plaats4725 voor de kemelen.1581 Toen kwam935 8799 die man376 naar het huis1004 toe, en men ontgordde6605 8762 de kemelen,1581 en men gaf5414 8799 den kemelen1581 stro8401 en voeder;4554 en water4325 om zijn voeten7272 te wassen,7364 8800 en de voeten7272 der mannen,582 die834 bij854 hem [waren]. Daarna werd hem6440 te eten398 8800 voorgezet;7760 8714 8675 3455 8799 maar hij zeide:559 8799 Ik zal niet3808 eten,398 8799 totdat5704 518 ik mijn woorden1697 gesproken heb.1696 8765 En hij zeide:559 8799 !1696 8761 Toen zeide hij:559 8799 Ik595 [ben] een knecht5650 van ;85 En de HEERE3068 heeft mijn heer113 zeer3966 gezegend,1288 8765 zodat hij groot geworden is;1431 8799 en heeft hem gegeven5414 8799 schapen,6629 en runderen,1241 en zilver,3701 en goud,2091 en knechten,5650 en maagden,8198 en kemelen,1581 en ezelen.2543 En ,8283 de huisvrouw802 van mijn heer,113 heeft mijn heer113 een zoon1121 gebaard,3205 8799 nadat310 zij oud geworden was;2209 en hij heeft hem gegeven,5414 8799 853 alles,3605 wat834 hij heeft. En mijn heer113 heeft mij doen zweren,7650 8686 zeggende:559 8800 zult voor mijn zoon1121 geen3808 vrouw802 nemen3947 8799 van4480 de dochteren1323 der ,3669 in welker834 land776 ik595 wone;3427 8802 Maar518 3808 gij zult trekken3212 8799 naar413 het huis1004 mijns vaders,1 en naar413 mijn geslacht,4940 en zult voor mijn zoon1121 een vrouw802 nemen!3947 8804 Toen zeide ik559 8799 tot413 mijn heer:113 Misschien194 zal mij310 de vrouw802 niet3808 volgen.3212 8799 En hij zeide559 8799 tot413 mij: De HEERE,3068 voor Wiens834 aangezicht6440 ik gewandeld heb,1980 8694 zal Engel4397 met854 u zenden,7971 8799 en zal uw weg1870 voorspoedig maken,6743 8689 dat gij voor mijn zoon1121 een vrouw802 neemt,3947 8804 uit4480 mijn geslacht4940 en uit4480 mijns vaders1 huis.1004 227 zult gij van mijn eed423 rein zijn,5352 8735 wanneer3588 gij tot413 mijn geslacht4940 zult gegaan zijn;935 8799 en indien518 zij haar u niet3808 geven,5414 8799 zo zult gij rein5355 zijn1961 8804 van mijn eed.423 En ik kwam935 8799 heden3117 aan413 de fontein;5869 en ik zeide:559 8799 O, HEERE!3068 God430 van mijn heer113 !85 zo518 Gij3426 nu4994 mijn weg1870 voorspoedig maken zult,6743 8688 op5921 welke834 ik595 ga;1980 8802 Zie,2009 ik595 sta5324 8737 bij5921 de waterfontein;5869 4325 zo geschiede,1961 8804 dat de maagd,5959 die uitkomen zal3318 8802 om te putten,7579 8800 en tot413 welke ik zeggen zal:559 8804 mij8248 toch4994 een weinig4592 waters4325 te drinken8248 8685 uit uw kruik;3537 En zij tot413 mij zal zeggen:559 8804 Drink8354 8798 gij859 ook,1571 en ik zal ook1571 uw kemelen1581 putten;7579 8799 dat deze1931 die vrouw802 [zij], die834 de HEERE3068 aan den zoon1121 van mijn heer113 heeft toegewezen.3198 8689 Eer2962 ik589 geeindigd had3615 8762 te spreken1696 8763 in413 mijn hart,3820 ziet,2009 zo kwam3318 8802 Rebekka7259 uit, en had haar kruik3537 op5921 haar schouder,7926 en zij kwam af3381 8799 tot de fontein5869 en putte;7579 8799 en ik zeide559 8799 tot413 haar: Geef mij8248 toch4994 te drinken!8248 8685 Zo haastte zij zich4116 8762 en liet3381 haar kruik3537 van4480 5921 zich neder,3381 8686 en zeide:559 8799 gij,8354 8798 en ik zal ook1571 uw kemelen1581 drenken;8248 8686 en ik dronk,8354 8799 en zij drenkte8248 8689 ook1571 de kemelen.1581 Toen vraagde ik7592 8799 haar,853 en zeide:559 8799 Wiens4310 dochter1323 zijt gij? En zij zeide:559 8799 De dochter1323 van ,1328 den zoon1121 van ,5152 welken834 Milka4435 hem gebaard heeft.3205 8804 Zo leide ik7760 8799 het voorhoofdsiersel5141 op5921 haar aangezicht,639 en de armringen6781 aan5921 haar handen;3027 En ik neigde mijn hoofd,6915 8799 en aanbad7812 8691 den HEERE;3068 en ik loofde1288 8762 den HEERE,3068 den God430 van mijn heer113 ,85 Die834 mij op den rechten571 weg1870 geleid had,5148 8689 om de dochter1323 des broeders251 van mijn heer113 voor zijn zoon1121 te nemen.3947 8800 Nu ,6258 zo518 gijlieden3426 weldadigheid2617 en trouw571 aan854 mijn heer113 doen zult,6213 8802 geeft het mij te kennen;5046 8685 en zo518 niet,3808 geeft het mij [ook] te kennen,5046 8685 opdat ik mij ter5921 rechter3225 [hand] of176 ter5921 linkerhand8040 wende.6437 8799 Toen antwoordde6030 8799 ,3837 en ,1328 en zeiden:559 8799 Van4480 den HEERE3068 is deze zaak1697 voortgekomen;3318 8804 wij kunnen3201 8799 3808 kwaad7451 noch176 goed2896 tot413 u spreken.1696 8763 Zie,2009 Rebekka7259 is voor uw aangezicht;6440 neem3947 8798 haar en trek henen;3212 8798 zij zij1961 8799 de vrouw802 van den zoon1121 uws heren,113 gelijk834 de HEERE3068 gesproken heeft!1696 8765 En het geschiedde,1961 8799 als834 Abrahams85 knecht5650 hun woorden1697 hoorde,8085 8804 zo boog hij zich7812 8691 ter aarde776 voor den HEERE.3068 En de knecht5650 langde voort3318 8686 zilveren3701 kleinoden,3627 en gouden2091 kleinoden,3627 en klederen,899 en hij gaf5414 8799 die aan ;7259 hij gaf5414 8804 ook aan haar broeder251 en haar moeder517 kostelijkheden.4030 Toen aten398 8799 en dronken zij,8354 8799 hij1931 en de mannen,582 die834 bij5973 hem [waren]; en zij vernachtten,3885 8799 en zij stonden6965 des morgens1242 op,6965 8799 en hij zeide:559 8799 mij trekken7971 8761 tot mijn heer!113 Toen zeide559 8799 haar broeder,251 en haar moeder:517 de jonge dochter5291 [enige] dagen,3117 of176 tien,6218 bij854 ons blijven;3427 8799 daarna310 zult gij gaan.3212 8799 Maar hij zeide559 8799 tot413 hen: Houdt309 mij853 niet408 op,309 8762 dewijl de HEERE3068 mijn weg1870 voorspoedig gemaakt heeft!6743 8689 laat mij trekken,7971 8761 dat ik tot mijn heer113 ga.3212 8799 Toen zeiden zij:559 8799 ons de jonge dochter5291 roepen,7121 8799 en haar mond6310 vragen.7592 8799 En zij riepen7121 8799 ,7259 en zeiden559 8799 tot413 haar: Zult gij met5973 dezen2088 man376 trekken?3212 8799 En zij antwoordde:559 8799 Ik zal trekken.3212 8799 Toen lieten zij7971 ,7259 hun zuster,269 en haar voedster3243 8688 trekken,7971 8762 mitsgaders Abrahams85 knecht5650 en zijn mannen.582 En zij zegenden1288 8762 ,7259 en zeiden559 8799 tot haar: O, onze zuster!269 wordt1961 8798 gij859 tot duizenden505 millioenen,7233 en uw zaad2233 bezitte3423 8799 de poort8179 zijner haters!8130 8802 En Rebekka7259 maakte zich op6965 8799 met haar jonge dochteren,5291 en zij reden7392 8799 op5921 kemelen,1581 en volgden3212 8799 310 den man;376 en die knecht5650 nam3947 8799 ,7259 en toog heen.3212 8799 Izak3327 nu kwam,935 8804 van4480 daar men komt935 8800 tot den 883 -roi;2416 7203 en hij1931 woonde3427 8802 in het zuiderland.5045 776 En Izak3327 was uitgegaan3318 8799 om te bidden7742 8800 in het veld,7704 tegen het naken6437 8800 van den avond;6153 en hij hief5375 zijn ogen5869 op5375 8799 en zag toe,7200 8799 en ziet,2009 de kemelen1581 kwamen!935 8802 Rebekka7259 hief5375 ook haar ogen5869 op,5375 8799 en zij zag7200 8799 ;3327 en zij viel5307 8799 van4480 5921 den kemel1581 af. En zij zeide559 8799 tot413 den knecht:5650 Wie4310 is die1976 man,376 die ons in het veld7704 tegemoet7125 8800 wandelt?1980 8802 En de knecht5650 zeide:559 8799 Dat1931 is mijn heer!113 nam zij3947 8799 den sluier,6809 en bedekte zich.3680 8691 En de knecht5650 vertelde5608 8762 aan Izak3327 al3605 de zaken,1697 die834 hij gedaan had.6213 8804 En Izak3327 bracht935 8686 haar in de tent168 van zijn moeder517 ;8283 en hij nam3947 8799 ,7259 en zij werd1961 8799 hem ter vrouw,802 en hij had haar lief.157 8799 werd Izak3327 getroost5162 8735 na310 zijner moeders517 [dood].

Every verse in Genesis 24

Chapter navigation

0:000:00