Genesis 27:34
“Als Ezau6215 de woorden1697 zijns vaders1 hoorde,8085 8800 zo schreeuwde hij6817 8799 met een groten1419 en bitteren4751 schreeuw,6818 gans5704 zeer;3966 en hij zeide559 8799 tot zijn vader:1 Zegen1288 8761 mij, ook1571 mij,589 mijn vader!1”
Genesis 27:34 — Statenvertaling (1637)
Verse 34 of 46 in Genesis chapter 27 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Genesis 27 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het geschiedde,1961 8799 als3588 Izak3327 oud geworden was,2204 8804 en zijn ogen5869 donker geworden waren,3543 8799 en hij niet4480 zien kon;7200 8800 toen riep hij7121 8799 ,6215 zijn grootsten1419 zoon,1121 en zeide559 8799 tot413 hem: Mijn zoon!1121 En hij zeide559 8799 tot413 hem: Zie,2009 [hier] ben ik! En hij zeide:559 8799 Zie2009 nu,4994 ik ben oud geworden,2204 8804 ik weet3045 8804 den dag3117 mijns doods4194 niet.3808 Nu ,6258 neem5375 8798 toch4994 uw gereedschap,3627 uw pijlkoker8522 en uw boog,7198 en ga uit3318 8798 in het veld,7704 en jaag6679 8798 mij een wildbraad;6718 8675 6720 En maak6213 8798 mij smakelijke spijzen,4303 zo als834 ik die gaarne heb,157 8804 en breng935 8685 ze mij, dat ik ete;398 8799 opdat5668 mijn ziel5315 u zegene,1288 8762 eer2962 ik sterve.4191 8799 Rebekka7259 nu hoorde toe,8085 8802 als Izak3327 tot413 zijn zoon1121 Ezau6215 sprak;1696 8763 en Ezau6215 ging3212 8799 in het veld,7704 om een wildbraad6718 te jagen,6679 8800 dat hij het inbracht.935 8687 Toen sprak559 8804 Rebekka7259 tot413 ,3290 haar zoon,1121 zeggende:559 8800 ,2009 ik heb uw vader1 tot413 ,6215 uw broeder,251 horen8085 8804 spreken,1696 8764 zeggende:559 8800 Breng935 8685 mij een wildbraad,6718 en maak6213 8798 mij smakelijke spijzen4303 toe, dat ik ete;398 8799 en ik zal u zegenen1288 8762 voor het aangezicht6440 des HEEREN,3068 voor6440 mijn dood.4194 Nu ,6258 mijn zoon!1121 hoor8085 8798 mijn stem6963 in hetgeen834 ik589 u854 gebiede.6680 8764 Ga3212 nu4994 heen3212 8798 tot413 de kudde,6629 en haal3947 8798 mij van4480 daar8033 twee8147 goede2896 geitenbokjes;1423 5795 en ik zal die voor uw vader1 maken6213 8799 tot smakelijke spijzen,4303 gelijk als834 hij gaarne heeft.157 8804 En gij zult ze tot uw vader1 brengen,935 8689 en hij zal eten,398 8804 opdat5668 834 hij u zegene1288 8762 voor6440 zijn dood.4194 Toen zeide559 8799 Jakob3290 tot413 ,7259 zijn moeder:517 ,2005 mijn broeder251 Ezau6215 [is] een harig8163 man,376 en ik595 [ben] een glad2509 man.376 Misschien194 zal mij mijn vader1 betasten,4959 8799 en ik zal in zijn ogen5869 zijn1961 8804 als een bedrieger;8591 8772 zo zoude ik een vloek7045 over5921 mij halen,935 8689 en niet3808 een zegen.1293 En zijn moeder517 zeide559 8799 tot hem: Uw vloek7045 zij op5921 mij, mijn zoon!1121 hoor8085 8798 alleen389 naar mijn stem,6963 en ga,3212 8798 haal3947 8798 ze mij. Toen ging hij,3212 8799 en hij haalde3947 8799 ze, en bracht935 8686 ze zijn moeder;517 en zijn moeder517 maakte6213 8799 smakelijke spijzen,4303 gelijk als834 zijn vader1 gaarne had.157 8804 Daarna nam3947 8799 Rebekka7259 de kostelijke2532 klederen899 van ,6215 haar grootsten1419 zoon,1121 die834 zij bij854 zich in huis1004 had, en zij trok3847 ze ,3290 haar kleinsten6996 zoon,1121 aan.3847 8686 En de vellen5785 van de geitenbokjes1423 5795 trok zij3847 8689 over5921 zijn handen,3027 en over5921 de gladdigheid2513 van zijn hals.6677 En zij gaf5414 8799 de smakelijke spijzen,4303 en het brood,3899 welke834 zij toegemaakt had,6213 8804 in de hand3027 van ,3290 haar zoon.1121 En hij kwam935 8799 tot413 zijn vader,1 en zeide:559 8799 vader!1 En hij zeide:559 8799 ,2009 [hier] ben ik; wie4310 [zijt] gij,859 mijn zoon?1121 En Jakob3290 zeide559 8799 tot413 zijn vader:1 Ik595 [ben] Ezau6215 uw eerstgeborene;1060 ik heb gedaan,6213 8804 gelijk als834 gij tot413 mij gesproken hadt;1696 8765 sta6956 toch4994 op,6965 8798 zit,3427 8798 en eet398 8798 van4480 mijn wildbraad,6718 opdat5668 uw ziel5315 mij zegene.1288 8762 Toen zeide559 8799 Izak3327 tot413 zijn zoon:1121 Hoe4100 is dit,2088 [dat] gij het zo haast4116 8765 gevonden hebt,4672 8800 mijn zoon?1121 En hij zeide:559 8799 Omdat3588 de HEERE3068 uw God430 [dat] heeft doen ontmoeten7136 8689 voor mijn aangezicht.6440 En Izak3327 zeide559 8799 tot413 :3290 Nader5066 8798 toch,4994 dat ik u betaste,4184 8799 mijn zoon!1121 of gij859 mijn zoon1121 Ezau6215 zelf2088 zijt, of518 niet.3808 Toen kwam5066 Jakob3290 bij,5066 8799 tot413 zijn vader1 ,3327 die hem betastte;4959 8799 en hij zeide:559 8799 De stem6963 is Jakobs3290 stem,6963 maar de handen3027 zijn 's6215 handen.3027 Doch hij kende5234 8689 hem niet,3808 omdat3588 zijn handen3027 harig8163 waren,1961 8804 gelijk zijns broeders251 's6215 handen;3027 en hij zegende1288 8762 hem. En hij zeide:559 8799 gij859 mijn zoon1121 Ezau6215 zelf?2088 En hij zeide:559 8799 Ik589 [ben het]! Toen zeide hij:559 8799 het nabij5066 8685 mij, dat ik van het wildbraad6718 mijns zoons1121 ete,398 8799 opdat4616 mijn ziel5315 u zegene.1288 8762 En hij stelde het nabij5066 8686 hem, en hij at;398 8799 hij bracht935 8686 hem ook wijn,3196 en hij dronk.8354 8799 En zijn vader1 Izak3327 zeide559 8799 tot413 hem: Kom5066 toch4994 bij,5066 8798 en kus5401 8798 mij, mijn zoon!1121 En hij kwam bij,5066 8799 en hij kuste5401 8799 hem; toen rook hij7306 8686 de reuk7381 zijner klederen,899 en zegende1288 8762 hem; en hij zeide:559 8799 ,7200 8798 de reuk7381 mijns zoons1121 is als de reuk7381 des velds,7704 hetwelk834 de HEERE3068 gezegend heeft.1288 8765 Zo geve5414 8799 u God430 van4480 den dauw2919 des hemels,8064 en4480 de vettigheid4924 der aarde,776 en menigte7230 van tarwe1715 en most.8492 Volken5971 zullen u dienen,5647 8799 en natien3816 zullen zich voor u nederbuigen;7812 8691 wees1933 8798 heer1376 over uw broederen,251 en de zonen1121 uwer moeder517 zullen zich voor u nederbuigen!7812 8691 moet hij zijn,779 8803 wie u vervloekt;779 8802 en wie u zegent,1288 8764 zij gezegend!1288 8803 En het geschiedde,1961 8799 als834 Izak3327 voleindigd had3615 8765 Jakob3290 te zegenen,1288 8763 zo geschiedde het,1961 8799 toen Jakob3290 maar389 even3318 8800 van4480 het aangezicht6440 van zijn vader1 Izak3327 uitgegaan was,3318 8804 dat ,6215 zijn broeder,251 van4480 zijn jacht6718 kwam.935 8804 Hij1571 1931 nu maakte6213 8799 smakelijke spijzen4303 toe, en bracht935 8686 die tot zijn vader;1 en hij zeide559 8799 tot zijn vader:1 vader1 sta op6965 8799 en ete398 8799 van4480 het wildbraad6718 zijns zoons,1121 opdat5668 uw ziel5315 mij zegene.1288 8762 En ,3327 zijn vader,1 zeide559 8799 tot hem: Wie4310 [zijt] gij?859 En hij zeide:559 8799 Ik589 [ben] uw zoon,1121 uw eerstgeborene,1060 .6215 Toen verschrikte2729 8799 Izak3327 met zeer grote1419 verschrikking,2731 gans5704 zeer,3966 en zeide:559 8799 Wie645 [is] hij1931 ,375 die het wildbraad6718 gejaagd6679 8801 en tot mij gebracht heeft?935 8686 en ik heb van4480 alles gegeten,398 8799 eer2962 gij kwaamt,935 8799 en heb hem gezegend;1288 8762 ook1571 zal hij gezegend1288 8803 wezen.1961 8799 Als Ezau6215 de woorden1697 zijns vaders1 hoorde,8085 8800 zo schreeuwde hij6817 8799 met een groten1419 en bitteren4751 schreeuw,6818 gans5704 zeer;3966 en hij zeide559 8799 tot zijn vader:1 Zegen1288 8761 mij, ook1571 mij,589 mijn vader!1 En hij zeide:559 8799 Uw broeder251 is gekomen935 8804 met bedrog,4820 en heeft uw zegen1293 weggenomen.3947 8799 Toen zeide hij:559 8799 Is het niet omdat3588 men zijn naam8034 noemt7121 8804 ,3290 dat hij mij nu2088 twee reizen6471 heeft bedrogen?6117 8799 mijn eerstgeboorte1062 heeft hij genomen,3947 8804 en zie,2009 nu6258 heeft hij mijn zegen1293 genomen!3947 8804 zeide hij:559 8799 gij geen3808 zegen1293 voor mij uitbehouden?680 8804 Toen antwoordde6030 8799 ,3327 en zeide559 8799 tot :6215 ,2005 ik heb hem tot een heer1376 over u gezet,7760 8804 en al zijn broeders251 heb ik hem tot knechten5650 gegeven;5414 8804 en ik heb hem met koorn1715 en most8492 ondersteund;5564 8804 wat4100 zal ik u 375 nu645 doen,6213 8799 mijn zoon?1121 En Ezau6215 zeide559 8799 tot zijn vader:1 gij [maar] dezen1931 enen259 zegen,1293 mijn vader?1 Zegen1288 8761 mij, ook1571 mij,589 mijn vader!1 En Ezau6215 hief5375 zijn stem6963 op,5375 8799 en weende.1058 8799 Toen antwoordde6030 8799 zijn vader1 Izak3327 en zeide559 8799 tot413 hem: Zie,2009 de vettigheden4924 der aarde776 zullen uw woningen4186 zijn,1961 8799 en van4480 den dauw2919 des hemels8064 van4480 boven af5920 [zult] [gij] [gezegend] [zijn]. En op5921 uw zwaard2719 zult gij leven,2421 8799 en zult uw broeder251 dienen;5647 8799 doch het zal geschieden,1961 8804 als834 gij heersen zult,7300 8686 zult gij zijn juk5923 van4480 5921 uw hals6677 afrukken.6561 8804 En Ezau6215 haatte7852 8799 Jakob3290 om5921 dien zegen,1293 waarmede834 zijn vader1 hem gezegend had;1288 8765 en Ezau6215 zeide559 8799 in zijn hart:3820 De dagen3117 van den rouw60 mijns vaders1 naderen,7126 8799 en ik zal mijn broeder251 Jakob3290 doden.2026 8799 Toen aan Rebekka7259 deze woorden1697 van ,6215 haar grootsten1419 zoon,1121 geboodschapt werden,5046 8714 zo zond zij heen,7971 8799 en ontbood7121 8799 ,3290 haar kleinsten6996 zoon,1121 en zeide559 8799 tot413 hem: Zie,2009 uw broeder251 Ezau6215 troost zich5162 8693 over u, dat hij u doden zal.2026 8800 Nu ,6258 mijn zoon!1121 hoor naar8085 8798 mijn stem,6963 en maak u op,6965 8798 vlied gij1272 8798 naar ,2771 tot413 ,3837 mijn broeder.251 En blijf3427 8804 bij5973 hem enige259 dagen,3117 totdat5704 834 de hittige gramschap2534 uws broeders251 kere;7725 8799 Totdat5704 de toorn639 uws broeders251 van4480 u afkere,7725 8800 en hij vergeten hebbe,7911 8804 hetgeen834 gij hem gedaan hebt;6213 8804 zal ik zenden,7971 8804 en u van4480 daar8033 nemen;3947 8804 waarom4100 zoude ik ook1571 van u beiden8147 beroofd worden7921 8799 op een259 dag?3117 En Rebekka7259 zeide559 8799 tot413 :3327 Ik heb verdriet6973 8804 aan mijn leven2416 vanwege4480 6440 de dochteren1323 !2845 Indien518 Jakob3290 een vrouw802 neemt3947 8802 van de dochteren1323 ,2845 gelijk deze428 [zijn], van4480 de dochteren1323 dezes lands,776 waartoe4100 [zal] mij het leven2416 [zijn]?