Genesis 28:12

“En hij droomde;2492 8799 en ziet,2009 een ladder5551 was gesteld5324 8716 op de aarde,776 welker opperste7218 aan den hemel8064 raakte;5060 8688 en ziet,2009 de engelen4397 Gods430 klommen5927 3381 daarbij op5927 8802 en neder.3381 8802”

Genesis 28:12 — Statenvertaling (1637)

Verse 12 of 22 in Genesis chapter 28 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

1 thread runs through this chapter

Genesis 28 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En Izak3327 riep7121 8799 413 ,3290 en zegende1288 8762 hem;854 en gebood6680 8762 hem, en zeide559 8799 tot hem: Neem3947 8799 geen3808 vrouw802 van4480 de dochteren1323 van .3667 Maak u op,6965 8798 ga3212 8798 naar -,6307 ten huize1004 van ,1328 den vader1 uwer moeder,517 en neem u3947 8798 van4480 daar8033 een vrouw,802 van4480 de dochteren1323 van ,3837 uwer moeders517 broeder.251 En God410 almachtig7706 zegene1288 8762 u,853 en make u vruchtbaar,6509 8686 en vermenigvuldige7235 8686 u, dat gij tot een hoop6951 volken5971 wordt.1961 8799 En geve5414 8799 u den zegen1293 van ;85 aan u, en uw zaad2233 met854 u, opdat gij erfelijk bezit3423 8800 het land776 uwer vreemdelingschappen,4033 hetwelk834 God430 aan 85 gegeven heeft.5414 8804 Alzo zond7971 8799 Izak3327 Jakob3290 weg, dat hij toog3212 8799 naar -,6307 tot413 ,3837 den zoon1121 van ,1328 den ,761 den broeder251 van ,7259 Jakobs3290 en 's6215 moeder.517 Als nu Ezau6215 zag,7200 8799 dat3588 Izak3327 Jakob3290 gezegend,1288 8765 en hem853 naar -6307 weggezonden had7971 8765 om zich van4480 daar8033 een vrouw802 te nemen;3947 8800 [en] als hij hem853 zegende,1288 8763 dat hij hem geboden had,6680 8762 5921 zeggende:559 8800 Neem3947 8799 geen3808 vrouw802 van4480 de dochteren1323 van ;3667 En dat Jakob3290 zijn413 vader1 en zijn413 moeder517 gehoorzaam geweest was,8085 8799 en naar -6307 getrokken was;3212 8799 En dat Ezau6215 zag,7200 8799 dat3588 de dochteren1323 van Kanaan3667 kwaad7451 waren in de ogen5869 van ,3327 zijn vader;1 Zo ging3212 8799 Ezau6215 tot413 ,3458 en nam zich3947 8799 tot een vrouw802 boven5921 zijn vrouwen,802 ,4258 de dochter1323 van ,3458 den zoon85 van ,1121 de zuster269 van .5032 Jakob3290 toog uit3318 8799 van4480 -seba,884 en ging3212 8799 naar .2771 En hij geraakte6293 8799 op een plaats,4725 waar8033 hij vernachtte;3885 8799 want3588 de zon8121 was ondergegaan;935 8804 en hij nam3947 8799 van4480 de stenen68 dier plaats,4725 en maakte7760 8799 zijn hoofdpeluw,4763 en leide zich te slapen7901 8799 te dierzelver1931 plaats.4725 En hij droomde;2492 8799 en ziet,2009 een ladder5551 was gesteld5324 8716 op de aarde,776 welker opperste7218 aan den hemel8064 raakte;5060 8688 en ziet,2009 de engelen4397 Gods430 klommen5927 3381 daarbij op5927 8802 en neder.3381 8802 En ziet,2009 de HEERE3068 stond5324 8737 op5921 dezelve en zeide:559 8799 Ik ben589 de HEERE,3068 de God430 van uw vader1 ,85 en de God430 van ;3327 dit land,776 waarop834 5921 gij859 ligt te slapen,7901 8802 zal Ik aan u geven,5414 8799 en aan uw zaad.2233 En uw zaad2233 zal wezen1961 8804 als het stof6083 der aarde,776 en gij zult uitbreken6555 8804 [in] [menigte], westwaarts3220 en oostwaarts,6924 en noordwaarts6828 en zuidwaarts;5045 en in u, en in uw zaad2233 zullen alle3605 geslachten4940 des aardbodems127 gezegend worden.1288 8738 En zie,2009 Ik595 ben met5973 u, en Ik zal u behoeden8104 8804 overal,3695 waarheen834 gij trekken zult,3212 8799 en Ik zal u wederbrengen7725 8689 in413 dit2063 land;127 want3588 Ik zal u niet3808 verlaten,5800 8799 totdat5704 834 Ik zal gedaan hebben,6213 8804 518 hetgeen834 Ik tot u gesproken heb.1696 8765 Toen nu Jakob3290 van4480 zijn slaap8142 ontwaakte,3364 8799 zeide hij:559 8799 Gewisselijk403 is3426 de HEERE3068 aan deze2088 plaats,4725 en ik595 heb het niet3808 geweten!3045 8804 En hij vreesde,3372 8799 en zeide:559 8799 Hoe4100 vreselijk3372 8737 is deze2088 plaats!4725 Dit2088 is niet369 3588 518 een huis1004 ,430 en dit2088 is de poort8179 des hemels!8064 Toen stond7925 Jakob3290 des morgens1242 vroeg op,7925 8686 en hij nam3947 8799 dien steen,68 dien834 hij tot zijn hoofdpeluw4763 gelegd had,7760 8804 en zette7760 8799 hem853 tot een opgericht teken,4676 en goot3332 8799 daar7218 olie8081 boven5921 op.7218 En hij noemde7121 8799 den naam8034 dier1931 plaats4725 -el;1008 daar toch199 de naam8034 dier stad5892 te voren7223 was .3870 En Jakob3290 beloofde5087 8799 een gelofte,5088 zeggende:559 8800 Wanneer518 God430 met5978 mij geweest zal zijn,1961 8799 en mij behoed zal hebben8104 8804 op dezen2088 weg,1870 dien834 ik595 reize,1980 8802 en mij gegeven zal hebben5414 8804 brood3899 om te eten,398 8800 en klederen899 om aan te trekken;3847 8800 En ik ten413 huize1004 mijns vaders1 in vrede7965 zal wedergekeerd zijn;7725 8804 zo zal de HEERE3068 mij tot een God430 zijn!1961 8804 En deze2063 steen,68 dien834 ik tot een opgericht teken4676 gezet heb,7760 8804 zal een huis1004 Gods430 wezen,1961 8799 en van alles,3605 wat834 mij geven zult,5414 8799 zal ik U voorzeker6237 8763 de tienden geven!6237 8762

Every verse in Genesis 28

Chapter navigation

0:000:00