Genesis 3:11

“En Hij zeide:559 8799 Wie4310 heeft u te kennen gegeven,5046 8689 dat3588 gij859 naakt5903 [zijt]? Hebt gij398 van4480 dien boom6086 gegeten,398 8804 van welken834 Ik u gebood,6680 8765 dat gij daarvan4480 niet1115 eten zoudt?398 8800”

Genesis 3:11 — Statenvertaling (1637)

Verse 11 of 24 in Genesis chapter 3 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

3 threads run through this chapter

Genesis 3 — full chapter (Statenvertaling (1637))

De slang5175 nu was1961 8804 listiger6175 4480 al3605 het gedierte2416 des velds,7704 hetwelk834 de HEERE3068 God430 gemaakt had;6213 8804 en zij zeide559 8799 tot413 de vrouw:802 Is het ook,637 dat3588 God430 gezegd heeft:559 8804 zult niet3808 eten398 8799 van4480 allen3605 boom6086 dezes hofs?1588 En de vrouw802 zeide559 8799 tot413 de slang:5175 Van4480 de vrucht6529 der bomen6086 dezes hofs1588 zullen wij eten;398 8799 Maar van4480 de vrucht6529 des booms,6086 die834 in het midden8432 des hofs1588 [is], heeft God430 gezegd:559 8804 zult van4480 die niet3808 eten,398 8799 noch3808 die aanroeren,5060 8799 opdat gij niet6435 sterft.4191 8799 Toen zeide559 8799 de slang5175 tot413 de vrouw:802 zult den dood4191 8800 niet3808 sterven;4191 8799 Maar3588 God430 weet,3045 8802 dat,3588 ten dage3117 als gij daarvan4480 eet,398 8800 zo zullen uw ogen5869 geopend worden,6491 8738 en gij zult als God430 wezen,1961 8804 kennende3045 8802 het goed2896 en het kwaad.7451 En de vrouw802 zag,7200 8799 dat3588 die boom6086 goed2896 [was] tot spijze,3978 en dat3588 hij1931 een lust8378 [was] voor de ogen,5869 ja, een boom,6086 die begeerlijk was2530 8737 om verstandig te maken;7919 8687 en zij nam3947 8799 van4480 zijn vrucht6529 en at;398 8799 en zij gaf5414 8799 ook1571 haar man376 met5973 haar, en hij at.398 8799 Toen werden hun beider8147 ogen5869 geopend,6491 8735 en zij1992 werden gewaar,3045 8799 dat3588 zij1992 naakt5903 [waren]; en zij hechtten8609 vijgeboombladeren8384 5929 samen,8609 8799 en maakten6213 8799 zich schorten.2290 En zij hoorden8085 8799 de stem6963 van den HEERE3068 God,430 wandelende1980 8693 in den hof,1588 aan den wind7307 des daags.3117 verborg zich2244 8691 120 en zijn vrouw802 voor4480 het aangezicht6440 van den HEERE3068 God,430 in het midden8432 van het geboomte6086 des hofs.1588 En de HEERE3068 God430 riep7121 8799 413 ,120 en zeide559 8799 tot hem: Waar335 [zijt] gij? En hij zeide:559 8799 Ik hoorde8085 8804 Uw stem6963 in den hof,1588 en ik vreesde;3372 8799 want3588 ik595 [ben] naakt;5903 daarom verborg ik mij.2244 8735 En zeide:559 8799 Wie4310 heeft u te kennen gegeven,5046 8689 dat3588 gij859 naakt5903 [zijt]? Hebt gij398 van4480 dien boom6086 gegeten,398 8804 van welken834 Ik u gebood,6680 8765 dat gij daarvan4480 niet1115 eten zoudt?398 8800 Toen zeide559 8799 :120 De vrouw,802 die834 bij mij5978 gegeven hebt,5414 8804 die1931 heeft mij van4480 dien boom6086 gegeven,5414 8804 en ik heb gegeten.398 8799 En de HEERE3068 God430 zeide559 8799 tot de vrouw:802 Wat4100 [is] dit,2063 [dat] gij gedaan hebt?6213 8804 En de vrouw802 zeide:559 8799 De slang5175 heeft mij bedrogen,5377 8689 en ik heb gegeten.398 8799 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 God430 tot die slang:5175 Dewijl3588 gij859 dit2063 gedaan hebt,6213 8804 zo zijt gij859 vervloekt779 8803 boven4480 al3605 het vee,929 en boven4480 al3605 het gedierte2416 des velds!7704 Op5921 uw buik1512 zult gij gaan,3212 8799 en stof6083 zult gij eten,398 8799 al3605 de dagen3117 uws levens.2416 En Ik zal vijandschap342 zetten7896 8799 tussen996 u en tussen996 deze vrouw,802 en tussen996 uw zaad2233 en tussen996 haar zaad;2233 datzelve1931 zal u den kop7218 vermorzelen,7779 8799 en gij859 zult het de verzenen6119 vermorzelen.7779 8799 Tot413 de vrouw802 zeide :559 8804 Ik zal zeer7235 8687 vermenigvuldigen7235 8686 uw smart,6093 namelijk uwer dracht;2032 met smart6089 zult gij kinderen1121 baren;3205 8799 en tot413 uw man376 [zal] uw begeerte8669 [zijn], en hij1931 zal over u heerschappij hebben.4910 8799 En tot 121 zeide :559 8804 Dewijl3588 gij geluisterd hebt8085 8804 naar de stem6963 uwer vrouw,802 en van4480 dien boom6086 gegeten,398 8799 waarvan834 Ik u gebood,6680 8765 zeggende:559 8800 zult daarvan4480 niet3808 eten;398 8799 zo zij het aardrijk127 om uwentwil5668 vervloekt;779 8803 en met smart6093 zult gij daarvan eten398 8799 al3605 de dagen3117 uws levens.2416 Ook zal het u doornen6975 en distelen1863 voortbrengen,6779 8686 en gij zult het kruid6212 des velds7704 eten.398 8804 In het zweet2188 uws aanschijns639 zult gij brood3899 eten,398 8799 totdat5704 gij tot413 de aarde127 wederkeert,7725 8800 dewijl3588 gij daaruit4480 genomen zijt;3947 8795 want3588 gij859 [zijt] stof,6083 en gij zult tot413 stof6083 wederkeren.7725 8799 Voorts noemde7121 8799 120 den naam8034 zijner vrouw802 ,2332 omdat3588 zij1931 een moeder517 aller3605 levenden2416 is.1961 8804 En de HEERE3068 God430 maakte6213 8799 voor 120 en zijn vrouw802 rokken3801 van vellen,5785 en toog ze hun aan.3847 8686 Toen zeide559 8799 de HEERE3068 God:430 ,2005 de mens120 is geworden1961 8804 als Onzer4480 een,259 kennende3045 8800 het goed2896 en het kwaad!7451 Nu ,6258 dat6435 hij zijn hand3027 niet6435 uitsteke,7971 8799 en neme3947 8804 ook1571 van4480 den boom6086 des levens,2416 en ete,398 8804 en leve2425 8804 in eeuwigheid.5769 Zo verzond hem7971 8762 de HEERE3068 God430 uit4480 den hof1588 van ,5731 om den aardbodem127 te bouwen,5647 8800 waaruit834 4480 8033 hij genomen was.3947 8795 En dreef1644 den mens120 uit;1644 8762 en stelde7931 8686 3742 tegen4480 het oosten6924 des hofs1588 van ,5731 en een vlammig lemmer3858 eens zwaards,2719 dat zich omkeerde,2015 8693 om te bewaren8104 8800 den weg1870 van den boom6086 des levens.2416

Every verse in Genesis 3

Chapter navigation

0:000:00