Genesis 30:13
“Toen zeide559 8799 Lea:3812 Tot mijn geluk!837 want3588 de dochters1323 zullen mij gelukkig achten;833 8765 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 Aser.836”
Genesis 30:13 — Statenvertaling (1637)
Verse 13 of 43 in Genesis chapter 30 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Genesis 30 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Als nu 7354 zag,7200 8799 dat3588 zij Jakob3290 niet3808 baarde,3205 8804 zo benijdde7065 8762 7354 haar zuster;269 en zij zeide559 8799 tot413 :3290 Geef3051 8798 mij kinderen!1121 of indien518 niet,369 zo ben ik595 dood.4191 8801 Toen ontstak2734 8799 Jakobs3290 toorn639 tegen ,7354 en hij zeide:559 8799 ik595 in plaats8479 van God,430 Die834 de vrucht6529 des buiks990 van4480 u geweerd heeft?4513 8804 En zij zeide:559 8799 ,2009 daar is mijn dienstmaagd519 ,1090 ga935 tot413 haar in;935 8798 dat zij op5921 mijn knieen1290 bare,3205 8799 en ik595 ook1571 uit4480 haar gebouwd worde.1129 8735 Zo gaf zij5414 8799 hem haar dienstmaagd8198 Bilha1090 tot een vrouw;802 en Jakob3290 ging935 tot413 haar in.935 8799 En Bilha1090 werd zwanger,2029 8799 en baarde3205 8799 Jakob3290 een zoon.1121 Toen zeide559 8799 :7354 God430 heeft mij gericht,1777 8804 en ook1571 mijn stem6963 verhoord,8085 8804 en heeft mij een zoon1121 gegeven;5414 8799 daarom5921 3651 noemde zij7121 8804 zijn naam8034 .1835 En ,1090 Rachels7354 dienstmaagd,8198 werd wederom5750 bevrucht,2029 8799 en baarde3205 8799 Jakob3290 den tweeden8145 zoon.1121 Toen zeide559 8799 :7354 Ik heb worstelingen5319 Gods430 met5973 mijn zuster269 geworsteld;6617 8738 ook1571 heb ik de overhand gehad;3201 8804 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 .5321 Toen nu Lea3812 zag,7200 8799 dat3588 zij ophield5975 8804 van4480 baren,3205 8800 nam zij3947 8799 ook haar dienstmaagd8198 ,2153 en gaf5414 8799 die853 aan Jakob3290 tot een vrouw.802 En ,2153 's3812 dienstmaagd,8198 baarde3205 8799 Jakob3290 een zoon.1121 Toen zeide559 8799 :3812 Er komt935 8804 een hoop!1409 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 .1410 Daarna baarde3205 8799 ,2153 's3812 dienstmaagd,8198 Jakob3290 een tweeden8145 zoon.1121 Toen zeide559 8799 :3812 mijn geluk!837 want3588 de dochters1323 zullen mij gelukkig achten;833 8765 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 .836 En Ruben7205 ging3212 8799 in de dagen3117 van de tarweoogst,2406 7105 en hij vond4672 8799 Dudaim1736 in het veld,7704 en hij bracht935 8686 die853 tot413 zijn moeder517 .3812 zeide559 8799 7354 tot413 :3812 mij5414 8798 toch4994 van4480 uws zoons1121 .1736 En zij zeide559 8799 tot haar: Is het weinig,4592 dat gij mijn man376 genomen hebt,3947 8800 dat gij ook1571 mijns zoons1121 Dudaim1736 nemen zult?3947 8800 zeide559 8799 :7354 Daarom3651 zal hij dezen nacht3915 voor8478 uws zoons1121 Dudaim1736 bij5973 u liggen.7901 8799 Als nu Jakob3290 des avonds6153 uit4480 het veld7704 kwam,935 8799 ging3318 8799 Lea3812 uit hem tegemoet,7125 8800 en zeide:559 8799 zult tot413 mij inkomen;935 8799 want3588 ik heb u om loon zekerlijk7936 8800 gehuurd7936 8804 voor mijns zoons1121 ;1736 en hij lag7901 8799 dien1931 nacht3915 bij5973 haar. En God430 verhoorde8085 8799 413 ;3812 en zij werd bevrucht,2029 8799 en baarde3205 8799 Jakob3290 den vijfden2549 zoon.1121 Toen zeide559 8799 :3812 God430 heeft mijn loon7939 gegeven,5414 8804 nadat834 ik mijn dienstmaagd8198 aan mijn man376 gegeven heb;5414 8804 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 .3485 En Lea3812 werd5750 wederom bevrucht,2029 8799 en zij baarde3205 8799 Jakob3290 den zesden8345 zoon.1121 En Lea3812 zeide:559 8799 God430 heeft mij,853 mij [heeft] [] begiftigd2064 8804 met een goede2896 gift;2065 ditmaal6471 zal mijn man376 mij bijwonen;2082 8799 want3588 ik heb hem zes8337 zonen1121 gebaard;3205 8804 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 .2074 En zij baarde3205 8804 daarna310 een dochter;1323 en zij noemde7121 8799 haar naam8034 .1783 God430 dacht2142 8799 ook aan ;7354 en God430 verhoorde8085 8799 413 haar, en opende6605 8799 haar baarmoeder.7358 En zij werd bevrucht,2029 8799 en baarde3205 8799 een zoon;1121 en zij zeide:559 8799 God430 heeft mijn smaadheid2781 weggenomen!622 8804 En zij noemde7121 8799 zijn naam8034 ,3130 zeggende:559 8800 De HEERE3068 voege3254 mij een anderen312 zoon1121 daartoe.3254 8686 En het geschiedde,1961 8799 dat834 7354 Jozef3130 gebaard had,3205 8804 dat Jakob3290 tot413 3837 zeide:559 8799 mij vertrekken,7971 8761 dat ik ga3212 8799 tot413 mijn plaats,4725 en naar mijn land.776 Geef5414 8798 mijn vrouwen,802 en mijn kinderen,3206 om834 welke2004 ik u853 gediend heb,5647 8804 dat ik vertrek;3212 8799 want3588 gij859 weet3045 8804 mijn dienst,5656 dien834 ik u gediend heb.5647 8804 Toen zeide559 8799 3837 tot413 hem: Zo518 ik nu4994 genade2580 gevonden heb4672 8804 in uw ogen;5869 ik heb waargenomen,5172 8765 dat de HEERE3068 mij om uwentwil1558 gezegend heeft.1288 8762 Hij zeide559 8799 : Noem5344 8798 5921 mij uitdrukkelijk uw loon,7939 dat ik geven zal.5414 8799 Toen zeide559 8799 hij tot413 hem: Gij859 weet,3045 8804 hoe834 ik u gediend heb,5647 8804 en hoe834 uw vee4735 bij854 mij geweest is.1961 8804 Want3588 het weinige,4592 dat834 gij voor6440 mij gehad hebt,1961 8804 dat is tot een menigte7230 uitgebroken;6555 8799 en de HEERE3068 heeft u853 gezegend1288 8762 bij mijn voet;7272 nu ,6258 wanneer4970 zal ik595 ook1571 werken6213 8799 voor mijn huis?1004 En hij zeide:559 8799 Wat4100 zal ik u geven?5414 8799 zeide559 8799 :3290 zult mij niet3808 met al3972 geven,5414 8799 indien518 gij mij deze2088 zaak1697 doen zult;6213 8799 ik zal wederom7725 8799 uw kudden6629 weiden,7462 8799 [en] bewaren.8104 8799 Ik zal heden3117 door uw ganse3605 kudde6629 gaan,5674 8799 daarvan4480 8033 afzonderende5493 8687 al3605 het gespikkelde5348 en geplekte2921 8803 vee,7716 en al3605 het bruine2345 vee7716 onder de lammeren,3775 en het geplekte2921 8803 en gespikkelde5348 onder de geiten;5795 en zulks zal mijn loon7939 zijn.1961 8804 Zo zal mijn gerechtigheid6666 op den dag3117 van morgen4279 met mij betuigen,6030 8804 als3588 gij komen zult935 8799 over5921 mijn loon,7939 voor uw aangezicht;6440 al3605 wat834 niet369 gespikkeld5348 en geplekt2921 8803 is369 onder de geiten5795 en bruin2345 onder de lammeren,3775 dat1931 zij bij854 mij gestolen.1589 8803 Toen zeide559 8799 :3837 ,2005 och ja, het zij3863 naar uw woord!1697 En hij zonderde af5493 8686 ten zelfden1931 dage3117 de gesprenkelde6124 en geplekte2921 8803 bokken8495 en al3605 de gespikkelde5348 en geplekte2921 8803 geiten,5795 al3605 waar834 wit3836 aan was, en al3605 het bruine2345 onder de lammeren;3775 en hij gaf5414 8799 dezelve in de hand3027 zijner zonen.1121 En hij stelde7760 8799 een weg1870 van drie7969 dagen3117 tussen996 hem, en tussen996 ;3290 en Jakob3290 weidde7462 8802 de overige3498 8737 kudde6629 van .3837 Toen nam zich3947 8799 Jakob3290 roeden4731 van groen3892 populierenhout,3839 en van hazelaar,3869 en van kastanje;6196 en hij schilde6478 8762 daarin witte3836 strepen,6479 ontblotende4286 het wit,3836 hetwelk834 aan5921 die roeden4731 was. En hij leide3322 8686 deze roeden,4731 die834 hij geschild had,6478 8765 in de goten,7298 [en] in de drinkbakken8268 van het water,4325 waar834 de kudde6629 kwam935 8799 drinken,8354 8800 tegenover5227 de kudde;6629 en zij werden verhit,3179 8799 als zij kwamen935 8800 om te drinken.8354 8800 Als de kudde6629 verhit werd3179 8799 bij413 de roeden,4731 zo lammerde3205 8799 de kudde6629 gesprenkelde,6124 gespikkelde,5348 en geplekte.2921 8803 Toen scheidde6504 8689 Jakob3290 de lammeren,3775 en hij wendde5414 8799 het gezicht6440 der kudde6629 op413 het gesprenkelde,6124 en al3605 het bruine2345 onder Labans3837 kudde;6629 en hij stelde7896 8799 zijn kudden5739 alleen,909 en hij zette7896 8804 ze niet3808 bij5921 de kudde6629 van .3837 En het geschiedde,1961 8799 telkens3605 als de kudde6629 der vroegelingen7194 8794 verhit werd,3179 8763 zo stelde7760 8804 Jakob3290 de roeden4731 voor de ogen5869 der kudde6629 in de goten,7298 opdat zij hittig werden3179 8763 bij de roeden.4731 Maar als de kudde6629 spade hittig werd,5848 8687 zo stelde hij7760 8799 ze niet,3808 zodat de spadelingen5848 8803 ,3837 en de vroegelingen7194 8803 Jakob3290 toekwamen.1961 8804 En die man376 brak6555 gans3966 zeer3966 uit6555 8799 [in] [menigte], en hij had1961 8799 vele7227 kudden,6629 en dienstmaagden,8198 en dienstknechten,5650 en kemelen,1581 en ezelen.2543