Genesis 37:16

“En hij zeide:559 8799 Ik595 zoek1245 8764 mijn broederen;251 geef5046 mij toch4994 te kennen,5046 8685 waar375 zij1922 weiden.7462 8802”

Genesis 37:16 — Statenvertaling (1637)

Verse 16 of 36 in Genesis chapter 37 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 37 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En Jakob3290 woonde3427 8799 in het land776 der vreemdelingschappen4033 zijns vaders,1 in het land776 .3667 Dit428 zijn Jakobs3290 geschiedenissen.8435 ,3130 zijnde een zoon1121 van zeventien6240 7651 jaren,8141 weidde7462 8802 1961 8804 de kudde6629 met zijn broeders251 (en hij1931 was een jongeling5288), met de zonen1121 van ,1090 en de zonen1121 van ,2153 zijns vaders1 vrouwen;802 en Jozef3130 bracht935 8686 hun kwaad7451 gerucht1681 tot413 hun vader.1 En 3478 had157 Jozef3130 lief,157 8804 boven4480 al3605 zijn zonen;1121 want3588 hij1931 was hem een zoon1121 des ouderdoms;2208 en hij maakte6213 8804 hem een veelvervigen6446 rok.3801 Als nu zijn broeders251 zagen,7200 8799 dat3588 hun vader1 hem853 boven4480 al3605 zijn broederen251 liefhad,157 8804 haatten zij8130 8799 hem,853 en konden3201 8804 hem niet3808 vredelijk7965 toespreken.1696 8763 Ook droomde2492 8799 Jozef3130 een droom,2472 dien hij aan413 zijn broederen251 vertelde;5046 8686 daarom haatten zij8130 8800 hem853 nog5750 te meer.3254 8686 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Hoort8085 8798 toch4994 dezen2088 droom,2472 dien834 ik gedroomd heb.2492 8804 En ziet,2009 wij587 waren schoven485 bindende481 8764 in het midden8432 des velds;7704 en ziet,2009 mijn schoof485 stond op,6965 8804 en bleef ook1571 staande;5324 8738 en ziet,2009 uw schoven485 kwamen rondom,5437 8799 en bogen zich neder7812 8691 voor mijn schoof.485 Toen zeiden559 8799 zijn broeders251 tot hem: Zult gij ganselijk4427 8800 over5921 ons regeren:4427 8799 518 zult gij ganselijk4910 8800 over ons heersen?4910 8799 Zo haatten zij8130 8800 hem853 nog5750 te meer,3254 8686 om5921 zijn dromen2472 en om5921 zijn woorden.1697 En hij droomde2492 8799 nog5750 een anderen312 droom,2472 en verhaalde5608 8762 dien853 aan zijn broederen;251 en hij zeide:559 8799 ,2009 ik heb nog5750 een droom2472 gedroomd,2492 8804 en ziet,2009 de zon,8121 en de maan,3394 en elf6240 259 sterren3556 bogen zich voor mij neder.7812 8693 En als hij het aan413 zijn vader1 en aan413 zijn broederen251 verhaalde,5608 8762 bestrafte1605 8799 hem zijn vader,1 en zeide559 8799 tot hem: Wat4100 is dit2088 voor een droom,2472 dien834 gij gedroomd hebt;2492 8804 zullen wij ganselijk935 8800 komen,935 8799 ik,589 en uw moeder,517 en uw broeders,251 om ons voor u ter aarde776 te buigen?7812 8692 Zijn broeders251 benijdden7065 8762 hem; doch zijn vader1 bewaarde8104 8804 deze zaak.1697 En zijn broeders251 gingen heen,3212 8799 om de kudde6629 van hun vader1 te weiden7462 8800 bij .7927 Zo zeide559 8799 3478 tot413 :3130 Weiden7462 8802 uw broeders251 niet3808 bij ?7927 ,3212 8798 dat ik u tot413 hen zende.7971 8799 En hij zeide559 8799 tot hem: Zie,2009 [hier] ben ik! En hij zeide559 8799 tot hem: Ga toch4994 heen,3212 8798 zie7200 8798 naar den welstand7965 van uw broederen,251 en naar den welstand7965 van de kudde,6629 en breng7725 mij een woord1697 wederom.7725 8685 Zo zond hij hem7971 8799 uit4480 het dal6010 ,2275 en hij kwam935 8799 te .7927 En een man376 vond4672 8799 hem (want ziet,2009 hij was dwalende8582 8802 in het veld7704); zo vraagde7592 8799 hem deze man,376 zeggende:559 8800 Wat4100 zoekt gij?1245 8762 En hij zeide:559 8799 Ik595 zoek1245 8764 mijn broederen;251 geef5046 mij toch4994 te kennen,5046 8685 waar375 zij1922 weiden.7462 8802 Zo zeide559 8799 die man:376 zijn van4480 hier2088 gereisd;5265 8804 want3588 ik hoorde8085 8804 hen zeggen:559 8802 ons naar 1886 gaan.3212 8799 Jozef3130 ging3212 8799 zijn broederen251 na,310 en vond4672 8799 hen te .1886 En zij zagen7200 8799 hem853 van4480 verre;7350 en eer2962 hij tot413 hen naderde,7126 8799 sloegen zij5230 tegen853 hem een listigen raad,5230 8691 om hem te doden.4191 8687 En zij zeiden559 8799 de een376 tot413 den ander:251 ,2009 daar komt935 8802 die1976 meesterdromer1167 2472 aan! Nu6258 komt3212 8798 , en laat ons hem doodslaan,2026 8799 en hem in een259 dezer kuilen953 werpen;7993 8686 en wij zullen zeggen:559 8804 een boos7451 dier2416 heeft hem opgegeten;398 8804 zo zullen wij zien,7200 8799 wat4100 van zijn dromen2472 worden zal.1961 8799 Ruben7205 hoorde8085 8799 dat, en verloste5337 8686 hem uit4480 hun hand;3027 en hij zeide:559 8799 ons hem niet3808 aan het leven5315 slaan.5221 8686 Ook zeide559 8799 Ruben7205 tot413 hen: Vergiet8210 8799 geen408 bloed;1818 werpt7993 8685 hem853 in413 dezen2088 kuil953 die834 in de woestijn4057 is, en legt7971 8799 de hand3027 niet408 aan hem; opdat4616 hij hem853 uit4480 hun hand3027 verloste,5337 8687 om hem tot413 zijn vader1 weder te brengen.7725 8687 En het geschiedde,1961 8799 als834 Jozef3130 tot413 zijn broederen251 kwam,935 8804 zo togen zij6584 Jozef3130 zijn854 rok3801 uit,6584 8686 den veelvervigen6446 rok,3801 dien834 hij aanhad.5921 En zij namen3947 8799 hem, en wierpen7993 8686 hem853 in den kuil;953 doch de kuil953 was ledig;7386 er was geen369 water4325 in. Daarna zaten zij neder3427 8799 om brood3899 te eten,398 8800 en hieven5375 hun ogen5869 op,5375 8799 en zagen,7200 8799 en ziet,2009 een reisgezelschap736 van Ismaelieten3459 kwam935 8802 uit4480 ;1568 en hun kemelen1581 droegen5375 8802 specerijen5219 en balsem,6875 en mirre,3910 reizende,1980 8802 om dat af te brengen3381 8687 naar .4714 Toen zeide559 8799 Juda3063 tot413 zijn broederen:251 Wat4100 gewin1215 zal het zijn, dat3588 wij onzen broeder251 doodslaan,2026 8799 en zijn bloed1818 verbergen?3680 8765 Komt,3212 8798 en laat ons hem aan deze Ismaelieten3459 verkopen,4376 8799 en onze hand3027 zij1961 8799 niet408 aan hem; want3588 hij1931 is onze broeder,251 ons vlees,1320 en zijn broederen251 hoorden8085 8799 [hem]. Als nu de Midianietische4084 kooplieden582 5503 8802 voorbijtogen,5674 8799 zo trokken4900 8799 en hieven zij5927 8686 Jozef3130 op uit4480 den kuil,953 en verkochten4376 8799 Jozef3130 aan deze Ismaelieten3459 voor twintig6242 zilverlingen;3701 die brachten935 8686 Jozef3130 naar .4714 Als nu Ruben7205 tot413 den kuil953 wederkeerde,7725 8799 ziet,2009 zo was369 Jozef3130 niet369 in den kuil;953 toen scheurde hij7167 8799 zijn klederen.899 En hij keerde weder7725 8799 tot413 zijn broederen,251 en zeide:559 8799 De jongeling3206 is er niet;369 en ik,589 waar575 zal ik589 heengaan?935 8802 Toen namen zij3947 8799 Jozefs3130 rok,3801 en zij slachtten7819 8799 een geitenbok,8163 5795 en zij doopten2881 8799 den rok3801 in het bloed.1818 En zij zonden7971 8762 den veelvervigen6446 rok,3801 en deden hem tot413 hun vader1 brengen,935 8686 en zeiden:559 8799 Dezen2063 hebben wij gevonden;4672 8804 beken5234 8685 toch,4994 of deze1931 uws zoons1121 rok3801 zij, of518 niet.3808 En hij bekende5234 8686 hem, en zeide:559 8799 is1961 8804 mijns zoons1121 rok!3801 een boos7451 dier2416 heeft hem opgegeten!398 8804 voorzeker2963 8800 is Jozef3130 verscheurd!2963 8776 Toen scheurde7167 8799 Jakob3290 zijn klederen,8071 en legde7760 8799 een zak8242 om zijn lenden;4975 en hij bedreef rouw56 8691 over5921 zijn zoon1121 vele7227 dagen.3117 En al3605 zijn zonen,1121 en al3605 zijn dochteren1323 maakten zich op,6965 8799 om hem te troosten;5162 8763 maar hij weigerde3985 8762 zich te laten troosten,5162 8692 en zeide:559 8799 Want3588 ik zal, rouw bedrijvende,57 tot413 mijn zoon1121 in het graf7585 nederdalen.3381 8799 beweende1058 8799 hem853 zijn vader.1 En de Midianieten4092 verkochten4376 8804 hem853 in413 ,4714 aan ,6318 een hoveling5631 van ,6547 overste8269 der trawanten.2876

Every verse in Genesis 37

Chapter navigation

0:000:00