Genesis 38:20
“En Juda3063 zond7971 8799 den geitenbok1423 5795 door de hand3027 van zijn vriend,7453 den Adullamiet,5726 om het pand6162 uit4480 de hand3027 der vrouw802 te nemen;3947 8800 maar hij vond4672 8804 haar niet.3808”
Genesis 38:20 — Statenvertaling (1637)
Verse 20 of 30 in Genesis chapter 38 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Genesis 38 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En het geschiedde1961 8799 ten zelven1931 tijde,6256 dat Juda3063 van4480 zijn broederen251 aftoog,3381 8799 en hij keerde in5186 8799 tot5704 een man376 van ,5726 wiens naam8034 was .2437 En Juda3063 zag7200 8799 aldaar8033 de dochter1323 van een Kanaanietisch3669 man,376 wiens naam8034 was ;7770 en hij nam3947 8799 haar, en ging935 tot413 haar in.935 8799 En zij werd bevrucht,2029 8799 en baarde3205 8799 een zoon,1121 en hij noemde7121 8799 zijn naam8034 Er.6147 Daarna werd zij weder5705 bevrucht,2029 8799 en baarde3205 8799 een zoon,1121 en zij noemde7121 8799 zijn naam8034 .209 En zij voer3254 nog5750 voort,3254 8686 en baarde3205 8799 een zoon,1121 en noemde7121 8799 zijn naam8034 ;7956 doch hij was1961 8804 te ,3580 toen zij hem853 baarde.3205 8800 Juda3063 nu nam3947 8799 een vrouw802 voor Er,6147 zijn eerstgeborene,1060 en haar naam8034 was .8559 Maar Er,6147 de eerstgeborene1060 van ,3063 was1961 8799 kwaad7451 in des HEEREN3068 ogen;5869 daarom doodde4191 8686 hem de HEERE.3068 Toen zeide559 8799 Juda3063 tot :209 Ga in935 8798 tot413 uws broeders251 huisvrouw,802 en trouw2992 8761 haar853 in uws broeders naam, en verwek6965 8685 uw broeder251 zaad.2233 Doch ,209 wetende,3045 8799 dat3588 dit zaad2233 voor hem niet3808 zoude zijn,1961 8799 zo geschiedde het,1961 8804 als518 hij tot413 zijns broeders251 huisvrouw802 inging,935 8802 dat hij het verdierf7843 8765 tegen de aarde,776 om1115 zijn broeder251 geen1115 zaad2233 te geven.5414 8800 En het was kwaad3415 8799 in des HEEREN3068 ogen,5869 wat834 hij deed;6213 8804 daarom doodde Hij4191 8686 hem853 ook.1571 Toen zeide559 8799 Juda3063 tot ,8559 zijn schoondochter:3618 Blijf3427 8798 weduwe490 in uws vaders1 huis,1004 totdat5704 mijn zoon1121 7956 groot wordt;1431 8799 want3588 hij zeide:559 8804 niet misschien6435 ook1571 deze1931 sterve,4191 8799 gelijk zijn broeders!251 Zo ging3212 8799 Thamar8559 heen, en bleef3427 8799 in haar vaders1 huis.1004 Als nu vele dagen3117 verlopen waren,7235 8799 stierf4191 8799 de dochter1323 van ,7770 de huisvrouw802 van ;3063 daarna troostte zich5162 8735 ,3063 en ging op5927 8799 tot5921 zijn schaapscheerders1494 8802 6629 naar Timna8553 toe, hij1931 en ,2437 zijn vriend,7453 de .5726 En men gaf5046 Thamar8559 te kennen,5046 8714 zeggende:559 8800 ,2009 uw schoonvader2524 gaat op5927 8802 naar ,8553 om zijn schapen6629 te scheren.1494 8800 Toen leide zij5493 de klederen899 van haar weduwschap491 van4480 5921 zich af,5493 8686 en zij bedekte zich3680 8762 met een sluier,6809 en bewond zich,5968 8691 en zette zich3427 8799 aan den ingang6607 der twee fonteinen,5869 die834 op5921 den weg1870 naar Timna8553 is; want3588 zij zag,7200 8804 dat3588 7956 groot geworden was,1431 8804 en zij1931 hem niet3808 ter vrouw802 was gegeven.5414 8738 Als Juda3063 haar zag,7200 8799 zo hield hij2803 8799 haar voor een hoer,2181 8802 overmits3588 zij haar aangezicht6440 bedekt had.3680 8765 En hij week5186 8799 tot413 haar naar413 den weg,1870 en zeide:559 8799 Kom3051 8798 toch,4994 laat mij tot413 u ingaan;935 8799 want3588 hij wist3045 8804 niet,3808 dat3588 zij1931 zijn schoondochter3618 was. En zij zeide:559 8799 Wat4100 zult gij mij geven,5414 8799 dat3588 gij tot413 mij ingaat?935 8799 En hij zeide:559 8799 Ik595 zal u een geitenbok5795 1423 van4480 de kudde6629 zenden.7971 8762 En zij zeide:559 8799 Zo518 gij pand6162 zult geven,5414 8799 totdat5704 gij hem zendt.7971 8800 Toen zeide hij:559 8799 Wat834 pand6162 is het, dat834 ik u geven zal?5414 8799 En zij zeide:559 8799 Uw zegelring2368 en uw snoer6616 en uw staf,4294 die834 in uw hand3027 is; hetwelk hij haar gaf,5414 8799 en ging935 tot413 haar in;935 8799 en zij ontving2029 8799 bij hem. En zij maakte zich op,6965 8799 en ging heen,3212 8799 en leide5493 haar sluier6809 van4480 5921 zich af,5493 8686 en zij trok aan3847 8799 de klederen899 van haar weduwschap.491 En Juda3063 zond7971 8799 den geitenbok1423 5795 door de hand3027 van zijn vriend,7453 den ,5726 om het pand6162 uit4480 de hand3027 der vrouw802 te nemen;3947 8800 maar hij vond4672 8804 haar niet.3808 En hij vraagde7592 8799 de lieden582 van haar plaats,4725 zeggende:559 8800 Waar349 is1931 de hoer,6948 die bij deze twee fonteinen5869 aan5921 den weg1870 was? En zij zeiden:559 8799 Hier2088 is geen3808 hoer6948 geweest.1961 8804 En hij keerde weder7725 8799 tot413 ,3063 en zeide:559 8799 Ik heb haar niet3808 gevonden;4672 8804 en ook1571 zeiden559 8804 de lieden582 van die plaats:4725 Hier2088 is geen3808 hoer6948 geweest.1961 8804 Toen zeide559 8799 :3063 neme3947 8799 het voor zich, opdat wij misschien niet6435 tot verachting937 worden;1961 8799 zie,2009 ik heb dezen2088 bok1423 gezonden;7971 8804 maar gij859 hebt haar niet3808 gevonden.4672 8804 En het geschiedde1961 8799 omtrent na drie7969 maanden,2320 dat men Juda3063 te kennen gaf,5046 8714 zeggende:559 8800 ,8559 uw schoondochter,3618 heeft gehoereerd,2181 8804 en ook1571 zie,2009 zij is zwanger2030 van hoererij.2183 zeide559 8799 :3063 ze hervoor,3318 8685 dat zij verbrand worde!8313 8735 Als zij1931 voorgebracht werd,3318 8716 schikte7971 8804 zij1931 tot413 haar schoonvader,2524 om te zeggen:559 8800 den man,376 wiens834 deze428 dingen zijn, ben ik595 zwanger;2030 en zij zeide:559 8799 Beken5234 8685 toch,4994 wiens4310 deze zegelring,2858 en deze snoeren,6616 en deze428 staf4294 zijn. En Juda3063 kende5234 8686 ze, en zeide:559 8799 is rechtvaardiger6663 8804 4480 ik, daarom,5921 3651 omdat3588 ik haar aan mijn zoon1121 7956 niet3808 gegeven heb.5414 8804 En hij bekende3045 8800 haar voortaan5750 niet5750 meer.3254 8804 En het geschiedde1961 8799 ten tijde,6256 als zij baren zou,3205 8800 ziet,2009 zo waren tweelingen8380 in haar buik.990 En het geschiedde,1961 8799 als zij baarde,3205 8800 dat [een] de hand3027 uitgaf;5414 8799 en de vroedvrouw3205 8764 nam3947 8799 dezelve, en zij bond7194 8799 een scharlaken8144 [draad] om5921 zijn hand,3027 zeggende:559 8800 Deze2088 komt3318 het eerst7223 uit.3318 8804 Maar het geschiedde,1961 8799 als hij zijn hand3027 weder intoog,7725 8688 ziet,2009 zo kwam3318 zijn broeder251 uit;3318 8804 en zij zeide:559 8799 Hoe4100 zijt gij doorgebroken?6555 8804 op5921 u is de breuke!6556 en men noemde7121 8799 zijn naam8034 .6557 En daarna310 kwam3318 zijn broeder251 uit,3318 8804 om5921 wiens834 hand3027 de scharlaken8144 [draad] was; en men noemde7121 8799 zijn naam8034 .2226