Genesis 39:20
“En Jozefs3130 heer113 nam3947 8799 hem,853 en leverde5414 8799 hem in413 het gevangenhuis,1004 5470 ter plaatse,4725 waar834 des konings4428 gevangenen615 gevangen waren;631 8803 alzo was hij1961 8799 daar8033 in het gevangenhuis.1004 5470”
Genesis 39:20 — Statenvertaling (1637)
Verse 20 of 23 in Genesis chapter 39 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Genesis 39 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Jozef3130 nu werd naar Egypte4714 afgevoerd;3381 8717 en ,6318 een hoveling5631 van ,6547 een overste8269 der trawanten,2876 een Egyptisch4713 man,376 kocht7069 8799 hem uit4480 de hand3027 der ,3459 die834 hem derwaarts8033 afgevoerd hadden.3381 8689 En de HEERE3068 was1961 8799 met ,3130 zodat hij een voorspoedig6743 8688 man376 was;1961 8799 en hij was1961 8799 in het huis1004 van zijn heer,113 den .4713 Als nu zijn heer113 zag,7200 8799 dat3588 de HEERE3068 met854 hem was, en dat de HEERE3068 al3605 wat834 hij1931 deed,6213 8802 door zijn hand3027 voorspoedig maakte;6743 8688 Zo vond4672 8799 Jozef3130 genade2580 in zijn ogen,5869 en diende8334 8762 hem;853 en hij stelde6485 8686 hem over5921 zijn huis;1004 en al3605 wat hij had,3426 gaf hij5414 8804 in zijn hand.3027 En het geschiedde1961 8799 van4480 toen227 af, dat hij hem853 over6485 zijn huis,1004 en over5921 al3695 wat834 het zijne was,3426 gesteld had,6485 8689 dat de HEERE3068 des Egyptenaars4713 huis1004 zegende,1288 8762 om1558 Jozefs3130 wil;1558 ja, de zegen1293 des HEEREN3068 was1961 8799 in alles,3605 wat834 hij had,3426 in het huis1004 en in het veld.7704 En hij liet5800 8799 alles,3605 wat834 hij had, in Jozefs3130 hand,3027 zodat hij met854 hem van geen3808 ding3972 kennis had,3045 8804 behalve3588 518 van het brood,3899 dat834 hij at.398 8802 En Jozef3130 was1961 8799 schoon3303 van gedaante,8389 en schoon3303 van aangezicht.4758 En het geschiedde1961 8799 na310 deze428 dingen,1697 dat de huisvrouw802 zijns heren113 haar ogen5869 op413 Jozef3130 wierp;5375 8799 en zij zeide:559 8799 lig7901 8798 bij5973 mij! Maar hij weigerde3985 8762 het, en zeide559 8799 tot413 de huisvrouw802 zijns heren:113 ,2005 mijn heer113 heeft geen3808 kennis3045 8804 met854 mij, wat4100 er in het huis1004 is; en al3605 wat834 hij heeft,3426 dat heeft hij in mijn hand3027 gegeven.5414 8804 Niemand is369 groter1419 in dit2088 huis1004 4480 ik, en hij heeft voor4480 mij niets3808 3972 onthouden,2820 8804 3588 518 u,853 daarin834 dat gij859 zijn huisvrouw802 zijt; hoe349 zoude ik dit2063 een zo groot1419 kwaad7451 doen,6213 8799 en zondigen2398 8804 tegen God!430 En het geschiedde,1961 8799 als zij413 Jozef3130 dag3117 op dag3117 aansprak,1696 8763 en hij naar413 haar niet3808 hoorde,8085 8804 om bij681 haar te liggen,7901 8800 [en] bij5973 haar te zijn;1961 8800 Zo gebeurde het1961 8799 op zulk2088 een dag,3117 dat hij in het huis1004 kwam,935 8799 om zijn werk4399 te doen;6213 8800 en niemand376 369 van4480 de lieden582 des huizes1004 was369 daar8033 binnenshuis.1004 En zij greep8610 8799 hem bij zijn kleed,899 zeggende:559 8800 Lig7901 8798 bij5973 mij! En hij liet5800 8799 zijn kleed899 in haar hand,3027 en vluchtte,5127 8799 en ging uit3318 8799 naar buiten.2351 En het geschiedde,1961 8799 als zij zag,7200 8800 dat3588 hij zijn kleed899 in haar hand3027 gelaten had,5800 8804 en naar buiten2351 gevlucht was;5127 8799 Zo riep zij7121 8799 de lieden582 van haar huis,1004 en sprak559 8799 tot hen, zeggende:559 8800 ,7200 8798 hij heeft ons den Hebreeuwsen5680 man376 ingebracht,935 8689 om met ons te spotten;6711 8763 hij is tot413 mij gekomen,935 8804 om bij5973 mij te liggen,7901 8800 en ik heb geroepen7121 8799 met luider1419 stem;6963 En het geschiedde,1961 8799 als hij hoorde,8085 8800 dat3588 ik mijn stem6963 verhief,7311 8689 en riep,7121 8799 zo verliet hij5800 8799 zijn kleed899 bij681 mij, en vluchtte,5127 8799 en ging uit3318 8799 naar buiten.2351 En zij leide3240 8686 zijn kleed899 bij681 zich, totdat5704 zijn heer113 in413 zijn huis1004 kwam.935 8800 Toen sprak zij1696 8762 tot413 hem naar diezelfde428 woorden,1697 zeggende:559 8800 De Hebreeuwse5680 knecht,5650 dien834 gij ons hebt ingebracht,935 8689 is tot413 mij gekomen,935 8804 om met mij te spotten.6711 8763 En het is geschied,1961 8799 als ik mijn stem6963 verhief,7311 8687 en riep,7121 8799 dat hij zijn kleed899 bij681 mij liet,5800 8799 en vluchtte5127 8799 naar buiten.2351 En het geschiedde,1961 8799 als zijn heer113 de woorden1697 zijner huisvrouw802 hoorde,8085 8800 die834 zij tot413 hem sprak,1696 8765 zeggende:559 8800 deze428 zelfde woorden1697 heeft mij uw knecht5650 gedaan,6213 8804 zo ontstak2734 8799 zijn toorn.639 En Jozefs3130 heer113 nam3947 8799 hem,853 en leverde5414 8799 hem in413 het gevangenhuis,1004 5470 ter plaatse,4725 waar834 des konings4428 gevangenen615 gevangen waren;631 8803 alzo was hij1961 8799 daar8033 in het gevangenhuis.1004 5470 Doch de HEERE3068 was1961 8799 met ,3130 en wende5186 8799 [] goedertierenheid2617 tot413 hem; en gaf5414 8799 hem genade2580 in de ogen5869 van den overste8269 van het gevangenhuis.1004 5470 En de overste8269 van het gevangenhuis1004 5470 gaf5414 8799 al3605 de gevangenen,615 die834 in het gevangenhuis1004 5470 waren, in Jozefs3130 hand;3027 en al3605 wat834 zij daar8033 deden,6213 8802 deed6213 8802 1961 8804 hij.1931 De overste8269 van het gevangenhuis1004 5470 zag7200 8802 gans op geen369 3605 ding,3972 dat in zijn hand3027 was, overmits834 dat de HEERE3068 met854 hem was; en wat834 hij1931 deed,6213 8802 dat deed de HEERE3068 wel gedijen.6743 8688