Genesis 42:24

“Toen wendde hij zich om,5437 8735 van4480 5921 hen af, en weende;1058 8799 daarna keerde hij weder7725 8799 tot413 hen, en sprak1696 8762 tot413 hen, en nam3947 8799 Simeon8095 van4480 854 hen, en bond631 8799 hem853 voor hun ogen.5869”

Genesis 42:24 — Statenvertaling (1637)

Verse 24 of 38 in Genesis chapter 42 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 42 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen Jakob3290 zag,7200 8799 dat3588 er koren7668 in Egypte4714 was,3426 zo zeide559 8799 Jakob3290 tot zijn zonen:1121 Waarom4100 ziet gij7200 8691 op elkander? Voorts zeide hij:559 8799 ,2009 ik heb gehoord,8085 8804 dat3588 er koren7668 in Egypte4714 is;3426 trekt daarhenen8033 af,3381 8798 en koopt7666 8798 ons [koren] van4480 daar,8033 opdat wij leven2421 8799 en niet3808 sterven.4191 8799 Toen togen3381 Jozefs3130 tien6235 broederen251 af,3381 8799 om koren1250 uit4480 Egypte4714 te kopen.7666 8800 Doch ,1144 Jozefs3130 broeder,251 zond7971 8804 Jakob3290 niet3808 met zijn broederen;251 want3588 hij zeide:559 8804 hem niet misschien6435 het verderf611 ontmoete!7122 8799 Alzo kwamen935 8799 Israels3478 zonen1121 om te kopen7666 8800 onder8432 degenen, die daar kwamen;935 8802 want3588 de honger7458 was1961 8804 in het land776 .3667 Jozef3130 nu was1931 regent7989 over5921 dat land;776 hij1931 verkocht7666 8688 aan al3605 het volk5971 des lands;776 en Jozefs3130 broederen251 kwamen,935 8799 en bogen zich7812 8691 voor hem, [met] de aangezichten639 ter aarde.776 Als Jozef3130 zijn broederen251 zag,7200 8799 zo kende hij5234 8686 hen; maar hij hield zich vreemd5234 8691 jegens413 hen, en sprak1696 8762 hard7186 met854 hen, en zeide559 8799 tot413 hen: Van4480 waar370 komt gij?935 8804 En zij zeiden:559 8799 Uit4480 het land776 ;3667 om spijze400 te kopen.7666 8800 Jozef3130 kende5234 8686 zijn broederen;251 maar zij1992 kenden5234 8689 hem niet.3808 Toen gedacht2142 8799 Jozef3130 aan de dromen,2472 die834 hij van hen gedroomd had;2492 8804 en hij zeide559 8799 tot413 hen: Gij859 zijt verspieders,7270 8764 gij zijt gekomen935 8804 om te bezichtigen,7200 8800 waar het land776 bloot6172 is. En zij zeiden559 8799 tot413 hem: Neen,3808 mijn heer!113 maar uw knechten5650 zijn gekomen,935 8804 om spijze400 te kopen.7666 8800 Wij5168 allen3605 zijn eens259 mans376 zonen;1121 wij587 zijn vroom;3651 uw knechten5650 zijn1961 8804 geen3808 verspieders.7270 8764 En hij zeide559 8799 tot413 hen: Neen,3808 maar3588 gij zijt gekomen,935 8804 om te bezichtigen,7200 8800 waar het land776 bloot6172 is. En zij zeiden:559 8799 ,587 uw knechten,5650 waren twaalf8147 6240 gebroeders,251 eens259 mans376 zonen,1121 in het land776 ;3667 en zie,2009 de kleinste6996 is heden3117 bij onzen vader;1 doch de een259 is niet369 [meer]. Toen zeide559 8799 Jozef3130 tot413 hen: Dat1931 is het, wat834 ik tot413 u gesproken heb,1696 8765 zeggende:559 8800 Gij859 zijt verspieders!7270 8764 Hierin2063 zult gij beproefd worden:974 8735 [zo] [waarlijk] [als] Farao6547 leeft!2416 indien518 gij van4480 hier2063 zult uitgaan,3318 8799 tenzij ,3588 wanneer518 uw kleinste6996 broeder251 herwaarts2008 zal gekomen zijn!935 8800 Zendt7971 8798 een259 uit4480 u, die uw broeder251 hale;3947 8799 maar weest gijlieden859 gevangen,631 8734 en uw woorden1697 zullen beproefd worden,974 8735 of de waarheid571 bij u854 zij; en indien518 niet,3808 [zo] [waarlijk] [als] Farao6547 leeft,2416 zo3588 zijt gij859 verspieders!7270 8764 En hij zette622 8799 hen853 samen drie7969 dagen3117 in413 bewaring.4929 En ten derden7992 dage3117 zeide559 8799 Jozef3130 tot413 hen: Doet6213 8798 dit,2063 zo zult gij leven;2421 8798 ik589 vrees3373 God.430 Zo518 gij859 vroom3651 zijt, zo zij een259 uwer broederen251 gebonden631 8735 in het huis1004 uwer bewaring;4929 en gaat3212 gij859 heen,3212 8798 brengt935 8685 het koren7668 voor den honger7459 uwer huizen.1004 En brengt935 8686 uw kleinsten6996 broeder251 tot413 mij, zo zullen uw woorden1697 waargemaakt worden;539 8735 en gij zult niet3808 sterven.4191 8799 En zij deden6213 8799 alzo.3651 Toen zeiden zij559 8799 de een376 tot413 den ander:251 ,61 wij587 zijn schuldig818 aan5921 onzen broeder,251 wiens834 benauwdheid6869 der ziele5315 wij zagen,7200 8804 toen hij ons413 om genade bad;2603 8692 maar wij hoorden8085 8804 niet!3808 daarom5921 3651 komt935 8804 deze2063 benauwdheid6869 over413 ons. En Ruben7205 antwoordde6030 8799 hun,853 zeggende:559 8800 ik het tot413 u niet3808 gezegd,559 8804 toen ik zeide:559 8800 Zondigt2398 8799 niet408 aan dezen jongeling!3206 maar gij hoordet8085 8804 niet;3808 en ook1571 zijn bloed,1818 ziet,2009 het wordt gezocht!1875 8738 En zij1992 wisten3045 8804 niet,3808 dat3588 het Jozef3130 hoorde;8085 8802 want3588 daar was een taalman3887 8688 tussen996 hen. Toen wendde hij zich om,5437 8735 van4480 5921 hen af, en weende;1058 8799 daarna keerde hij weder7725 8799 tot413 hen, en sprak1696 8762 tot413 hen, en nam3947 8799 8095 van4480 854 hen, en bond631 8799 hem853 voor hun ogen.5869 En Jozef3130 gebood,6680 8762 dat men hun zakken3627 met koren1250 vullen zou,4390 8762 en dat men hun geld3701 wederkeerde,7725 8687 een iegelijk376 in413 zijn zak,8242 en dat men hun teerkost6720 gave5414 8800 tot den weg;1870 en men deed6213 8799 hun alzo.3651 En zij laadden5375 8799 hun koren7668 op5921 hun ezels,2543 en togen3212 8799 van4480 daar.8033 Toen een259 zijn zak8242 opendeed,6605 8799 om zijn ezel2543 voeder4554 te geven5414 8800 in de herberg,4411 zo zag hij7200 8799 zijn geld;3701 want ziet,2009 het1931 was in den mond6310 van zijn zak.572 En hij zeide559 8799 tot413 zijn broederen:251 geld3701 is wedergekeerd;7725 8717 daartoe ook,1571 ziet,2009 het is in mijn zak!572 ontging3318 8799 hun het hart,3820 en zij verschrikten,2729 8799 de een376 tot413 den ander251 zeggende:559 8800 Wat4100 is dit,2063 [dat] ons God430 gedaan heeft?6213 8804 En zij kwamen935 8799 in het land776 ,3667 tot413 ,3290 hun vader;1 en zij gaven hem te kennen5046 8686 al3605 hun853 wedervaren,7136 8802 zeggende:559 8800 Die man,376 de heer113 van dat land,776 heeft hard7186 met854 ons gesproken;1696 8765 en hij heeft ons853 gehouden5414 8799 voor verspieders7270 8764 des lands.776 Maar wij zeiden559 8799 tot413 hem: Wij587 zijn vroom;3651 wij zijn1961 8804 geen3808 verspieders.7270 8764 Wij587 waren twaalf6240 8147 gebroeders,251 zonen1121 van onzen vader;1 de een259 is niet369 [meer], en de kleinste6996 is heden3117 bij onzen vader1 in het land776 .3667 En die man,376 de heer113 van dat land,776 zeide559 8799 tot413 ons: Hieraan2063 zal ik bekennen,3045 8799 dat3588 gijlieden589 vroom3651 zijt; laat3240 8685 een259 uwer broederen251 bij854 mij, en neemt3947 8798 voor den honger7459 uwer huizen,1004 en trekt heen.3212 8798 En brengt935 8685 uw kleinsten6996 broeder251 tot413 mij; zo zal ik weten,3045 8799 dat3588 gij859 geen3808 verspieders zijt,7270 8764 maar3588 dat gij859 vroom3651 zijt; uw broeder251 zal ik u wedergeven,5414 8799 en gij zult in dit land776 handelen.5503 8799 En het geschiedde,1961 8799 als zij hun zakken8242 ledigden,7324 8688 ziet,2009 zo had een iegelijk376 den bundel6872 zijns gelds3701 in zijn zak;8242 en zij zagen7200 8799 de bundelen6872 huns gelds,3701 zij1992 en hun vader,1 en zij waren bevreesd.3372 8799 Toen zeide559 8799 ,3290 hun vader,1 tot413 hen: Gij berooft7921 8765 mij853 van kinderen! Jozef3130 is er niet,369 en 8095 is er niet;369 nu zult gij 1144 wegnemen!3947 8799 al3605 deze dingen zijn1961 8804 tegen5921 mij! Toen sprak559 8799 Ruben7205 tot413 zijn vader,1 zeggende:559 8800 Dood4191 8686 twee8147 mijner zonen,1121 zo518 ik hem tot413 u niet3808 wederbreng;935 8686 geef5414 8798 hem853 in5921 mijn hand,3027 en ik zal hem weder tot413 u brengen!7725 8686 Maar hij zeide:559 8799 zoon1121 zal met5973 ulieden niet3808 aftrekken;3381 8799 want3588 zijn broeder251 is dood,4191 8804 en hij1931 is alleen909 overgebleven;7604 8738 zo hem een verderf611 ontmoette7122 8804 op den weg,1870 dien834 gij zult gaan,3212 8799 zo zoudt gij mijn grauwe haren7872 met droefenis3015 ten grave7585 doen nederdalen.3381 8689

Every verse in Genesis 42

Chapter navigation

0:000:00