Genesis 43:2

“Zo geschiedde het,1961 8799 als834 zij den leeftocht,7668 dien834 zij uit4480 Egypte4714 gebracht hadden,935 8689 opgegeten hadden,3615 8765 398 8800 dat hun vader1 tot413 hen zeide:559 8799 Keert wederom,7725 8798 koopt7666 8798 ons een weinig4592 spijze.400”

Genesis 43:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 34 in Genesis chapter 43 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 43 — full chapter (Statenvertaling (1637))

De honger7458 nu werd zwaar3515 in dat land;776 Zo geschiedde het,1961 8799 als834 zij den leeftocht,7668 dien834 zij uit4480 Egypte4714 gebracht hadden,935 8689 opgegeten hadden,3615 8765 398 8800 dat hun vader1 tot413 hen zeide:559 8799 wederom,7725 8798 koopt7666 8798 ons een weinig4592 spijze.400 Toen sprak559 8799 Juda3063 tot413 hem, zeggende:559 8800 man376 heeft ons op het hoogste5749 8687 betuigd,5749 8689 zeggende:559 8800 zult mijn aangezicht6440 niet3808 zien,7200 8799 tenzij1115 dat uw broeder251 met5973 u is. Indien3426 gij3426 onzen broeder251 met ons854 zendt,7971 8764 wij zullen aftrekken,3381 8799 en u spijze400 kopen;7666 8799 Maar indien518 gij [hem] niet369 zendt,7971 8764 wij zullen niet3808 aftrekken;3381 8799 want3588 die man376 heeft tot413 ons gezegd:559 8804 zult mijn aangezicht6440 niet3808 zien,7200 8799 tenzij1115 dat uw broeder251 met854 u is. En 3478 zeide:559 8799 Waarom4100 hebt gij zo kwalijk aan mij gedaan,7489 8689 dat gij dien man376 te kennen gaaft,5046 8687 of gij nog5750 een broeder251 hadt? En zij zeiden:559 8799 man376 vraagde7592 8804 zeer nauw7592 8800 naar ons, en naar onze maagschap,4138 zeggende:559 8800 Leeft2416 uw vader1 nog;5750 hebt gij3426 nog een broeder?251 Zo gaven wij het hem te kennen,5046 8686 volgens5921 6310 diezelfde428 woorden;1697 hebben wij juist3045 8800 geweten,3045 8799 dat3588 hij zeggen zou:559 8799 Brengt3381 uw broeder251 af?3381 8685 Toen zeide559 8799 Juda3063 tot413 ,3478 zijn vader:1 Zend7971 8798 den jongeling5288 met854 mij, zo zullen wij ons opmaken6965 8799 en reizen,3212 8799 opdat wij leven2421 8799 en niet3808 sterven,4191 8799 noch1571 wij,587 noch1571 gij,589 noch1571 onze kinderkens.2945 Ik595 zal borg6148 8799 voor hem zijn; van4480 mijn hand3027 zult gij hem eisen;1245 8762 indien518 ik hem tot413 u niet3808 breng935 8689 en hem voor uw aangezicht6440 stel,3322 8689 zo zal ik alle3605 dagen3117 tegen u gezondigd hebben!2398 8804 Want3588 hadden wij niet3884 gezuimd,4102 8701 voorwaar,3588 wij waren alreeds6258 tweemaal2088 6471 wedergekomen.7725 8804 Toen zeide559 8799 ,3478 hun vader,1 tot413 hen:518 Is het2063 nu alzo,3651 645 zo doet6213 8798 dit; neemt3947 8798 van het loffelijkste2173 dezes lands776 in uwe vaten,3627 en brengt3381 8685 dien man376 een geschenk4503 henen af: een weinig4592 balsem,6875 en een weinig4592 honig,1706 specerijen5219 en mirre,3910 terpentijnnoten992 en amandelen.8247 En neemt3947 8798 dubbel4932 geld3701 in uw hand;3027 en brengt7725 het geld,3701 hetwelk in den mond6310 uwer zakken572 wedergekeerd is,7725 8716 weder7725 8686 in uw hand;3027 misschien194 is het1931 een feil.4870 Neemt3947 8798 ook uw broeder251 mede, en maakt u op,6965 8798 keert weder7725 8798 tot dien man.376 En God,410 de ,7706 geve5414 8799 u barmhartigheid7356 voor het aangezicht6440 van dien man,376 dat hij uw anderen312 broeder251 en 1144 met u late gaan!7971 8765 En mij aangaande,834 als834 ik859 van kinderen beroofd ben,7921 8804 zo ben ik beroofd!7921 8804 En die mannen582 namen3947 8799 dat2063 geschenk,4503 en namen3947 8804 dubbel4932 geld3701 in hun hand,3027 en ;1144 en zij maakten zich op,6965 8799 en togen af3381 8799 naar ,4714 en zij stonden5975 8799 voor Jozefs3130 aangezicht.6440 Als Jozef3130 1144 met hen854 zag,7200 8799 zo zeide hij559 8799 tot dengene, die834 over5921 zijn huis1004 was: Breng935 8685 deze mannen582 naar het huis1004 toe, en slacht2873 8800 slachtvee,2874 en maak [het] gereed;3559 8685 want3588 deze mannen582 zullen te middag6672 met854 mij eten.398 8799 De man376 nu deed,6213 8799 gelijk834 Jozef3130 gezegd had;559 8804 en de man376 bracht935 8686 deze mannen582 in het huis1004 van .3130 Toen vreesden3372 8799 deze mannen,582 omdat3588 zij in het huis1004 van Jozef3130 gebracht werden,935 8717 en zeiden:559 8799 Ter5921 oorzake1697 van het geld,3701 dat in het begin8462 in onze zakken572 wedergekeerd is,7725 8802 worden wij587 ingebracht,935 8716 opdat hij ons overrompele1556 8705 5921 en ons overvalle,5307 8692 5921 en ons853 tot slaven5650 neme,3947 8800 met onze ezelen.2543 Daarom naderden zij5066 8799 tot413 dien man,376 die834 over5921 het huis1004 van Jozef3130 was, en zij spraken1696 8762 tot413 hem aan de deur6607 van het huis.1004 En zij zeiden:559 8799 ,994 mijn heer!113 wij waren in het begin8462 gewisselijk3381 8800 afgekomen,3381 8804 om spijze400 te kopen.7666 8800 Het is nu geschied,1961 8799 als3588 wij in413 de herberg4411 gekomen waren,935 8804 en wij onze zakken572 opendeden,6605 8799 zie,2009 zo was ieders mans376 geld3701 in den mond6310 van zijn zak,572 ons geld3701 in zijn gewicht;4948 en wij hebben hetzelve853 wedergebracht7725 8686 in onze hand.3027 Wij hebben ook ander312 geld3701 in onze hand3027 afgebracht,3381 8689 om spijze400 te kopen;7666 8800 wij weten3045 8804 niet,3808 wie4310 ons geld3701 in onze zakken572 gelegd heeft.7760 8804 En hij zeide:559 8799 Vrede7965 zij ulieden, vreest3372 8799 niet!408 Uw God430 en de God430 uws vaders1 heeft u een schat4301 in uw zakken572 gegeven;5414 8804 uw geld3701 is tot413 mij gekomen.935 8804 En hij bracht3318 8095 tot413 hen uit.3318 8686 Daarna bracht935 8686 de man376 deze mannen582 in het huis1004 van ,3130 en hij gaf5414 8799 water;4325 en zij wiesen7364 8799 hun voeten;7272 hij gaf5414 8799 ook aan hun ezelen2543 voeder.4554 En zij bereidden3559 8686 het geschenk,4503 totdat5704 Jozef3130 kwam935 8800 op den middag;6672 want3588 zij hadden gehoord,8085 8804 dat3588 zij aldaar8033 brood3899 eten zouden.398 8799 Als nu Jozef3130 te huis1004 gekomen was,935 8799 zo brachten zij935 8686 hem het geschenk,4503 hetwelk834 in hun hand3027 was, in het huis,1004 en zij bogen zich7812 8691 voor hem ter aarde.776 En hij vraagde7592 8799 hun naar [hun] welstand,7965 en zeide:559 8799 Is het wel7965 met uw vader,1 den oude,2205 waarvan834 gij zeidet?559 8804 hij2416 nog?5750 En zij zeiden:559 8799 is wel7965 met uw knecht,5650 onzen vader,1 hij leeft2416 nog;5750 en zij neigden het hoofd6915 8799 en bogen zich neder.7812 8691 En hij hief5375 zijn ogen5869 op,5375 8799 en zag7200 8799 ,1144 zijn broeder,251 den zoon1121 zijner moeder,517 en zeide:559 8799 Is dit2088 uw kleinste6996 broeder,251 waarvan834 gij tot413 mij zeidet?559 8804 zeide hij:559 8799 zoon?1121 God430 zij u genadig!2603 8799 En Jozef3130 haastte zich;4116 8762 want3588 zijn ingewand7356 ontstak3648 8738 jegens413 zijn broeder,251 en hij zocht1245 8762 te wenen;1058 8800 en hij ging935 8799 in een kamer,2315 en weende1058 8799 aldaar.8033 Daarna wies hij7364 8799 zijn aangezicht6440 en kwam uit;3318 8799 en hij bedwong662 8691 zichzelven, en zeide:559 8799 Zet7760 brood3899 op.7760 8798 En zij richtten7760 voor hem aan7760 8799 in het bijzonder,909 en voor hen in het bijzonder;909 en voor de ,4713 die met854 hem aten,398 8802 in het bijzonder;909 want3588 de Egyptenaars4713 mogen3201 8799 geen3808 brood3899 eten398 8800 met de ,5680 dewijl3588 zulks1931 den Egyptenaren4714 een gruwel8441 is. En zij zaten3427 8799 voor zijn aangezicht,6440 de eerstgeborene1060 naar zijn eerstgeboorte,1062 en de jongere6810 naar zijn jonkheid;6812 dies verwonderden zich8539 8799 de mannen582 onder376 413 elkander.7453 En hij langde5375 8799 hun413 van de gerechten,4864 die voor4480 6440 hem waren; maar Benjamins1144 gerecht4864 was vijfmaal2568 3027 groter,7235 8799 4480 de gerechten4864 van hen allen.3605 En zij dronken,8354 8799 en zij werden dronken7937 8799 met5973 hem.

Every verse in Genesis 43

Chapter navigation

0:000:00