Genesis 44:28

“En de een259 is van4480 854 mij uitgegaan,3318 8799 en ik heb gezegd:559 8799 Voorwaar,389 hij is gewisselijk2963 8800 verscheurd geworden!2963 8776 en ik heb hem niet3808 gezien7200 8804 tot5704 nu toe.2008”

Genesis 44:28 — Statenvertaling (1637)

Verse 28 of 34 in Genesis chapter 44 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 44 — full chapter (Statenvertaling (1637))

En hij gebood6680 8762 dengene, die834 over5921 zijn huis1004 was, zeggende:559 8800 Vul4390 8761 de zakken572 dezer mannen582 met spijze,400 naar dat834 zij zullen kunnen3201 8799 dragen,5375 8800 en leg7760 8798 ieders mans376 geld3701 in den mond6310 van zijn zak;572 En mijn beker,1375 den zilveren3701 beker,1375 zult gij leggen7760 8799 in den mond6310 van den zak572 des kleinsten,6996 met het geld3701 van zijn koren.7668 En hij deed6213 8799 naar Jozefs3130 woord,1697 hetwelk834 hij gesproken had.1696 8765 Des morgens,1242 als het licht werd,215 8804 zo liet men deze mannen582 trekken,7971 8795 hen1992 en hun ezelen.2543 Zij1992 zijn ter stad5892 uitgegaan;3318 8804 zij waren niet3808 verre gekomen,7368 8689 als Jozef3130 tot dengene, die834 over5921 zijn huis1004 was, zeide:559 8804 u op,6965 8798 en jaag7291 8798 die mannen582 achterna;310 en als gij hen zult achterhaald hebben,5381 8689 zo zult gij tot413 hen zeggen:559 8804 Waarom4100 hebt gij kwaad7451 voor8478 goed2896 vergolden?7999 8765 Is het deze2088 niet,3808 waaruit834 mijn heer113 drinkt?8354 8799 en waarbij hij1931 [iets] zekerlijk5172 8763 waarnemen zal?5172 8762 hebt kwalijk gedaan,7489 8689 wat834 gij gedaan hebt.6213 8804 En hij achterhaalde5381 8686 hen, en sprak1696 8762 tot413 hen diezelfde428 woorden.1697 En zij zeiden559 8799 tot413 hem: Waarom4100 spreekt1696 8762 mijn heer113 zulke428 woorden?1697 zij verre2486 van uw knechten,5650 dat4480 zij zodanig2088 een ding1697 doen zouden.6213 8800 Zie,2005 het geld,3701 dat834 wij in den mond6310 onzer zakken572 vonden,4672 8804 hebben wij tot413 u uit4480 het land776 Kanaan3667 wedergebracht;7725 8689 hoe349 zouden wij uit4480 het huis1004 uws heren113 zilver3701 of176 goud2091 stelen?1589 8799 Bij854 wien834 van4480 uw knechten5650 hij gevonden zal worden,4672 8735 dat hij sterve;4191 8804 en ook1571 zullen wij587 mijn heer113 tot slaven5650 zijn!1961 8799 En hij zeide:559 8799 Dit1931 zij nu6258 ook1571 alzo,3651 naar uw woorden!1697 Bij854 wien834 hij gevonden wordt,4672 8735 die zij1961 8799 mijn slaaf;5650 maar gijlieden859 zult onschuldig5355 zijn.1961 8799 En zij haastten,4116 8762 en iegelijk376 zette3381 zijn zak572 af3381 8686 op de aarde,776 en iegelijk376 opende6605 8799 zijn zak.572 En hij doorzocht,2664 8762 beginnende2490 8689 met den grootste,1419 en voleindigende3615 8765 met den kleinste;6996 en die beker1375 werd gevonden4672 8735 in den zak572 van .1144 Toen scheurden zij7167 8799 hun klederen;8071 en ieder man376 laadde6006 8799 zijn ezel2543 op,5921 en zij keerden weder7725 8799 naar de stad.5892 En Juda3063 kwam935 8799 met zijn broederen251 in het huis1004 van ;3130 want hij1931 was nog5750 zelf aldaar;8033 en zij vielen5307 voor zijn aangezicht6440 neder5307 8799 ter aarde.776 En Jozef3130 zeide559 8799 tot hen: Wat4100 daad4639 is dit,2088 die834 gij gedaan hebt?6213 8804 gij3045 8804 niet,3808 dat3588 zulk een man376 als834 3644 ik [dat] zekerlijk5172 8763 waarnemen zoude?5172 8762 Toen zeide559 8799 :3063 Wat4100 zullen wij tot mijn heer113 zeggen,559 8799 wat4100 zullen wij spreken,1696 8762 en wat4100 zullen wij ons rechtvaardigen?6663 8691 God430 heeft de ongerechtigheid5771 uwer knechten5650 gevonden;4672 8804 zie,2009 wij zijn mijns heren113 slaven,5650 zo1571 wij,587 als1571 hij, in wiens834 hand3027 de beker1375 gevonden is.4672 8738 Maar hij zeide:559 8799 zij verre2486 van4480 mij zulks2063 te doen!6213 8800 de man,376 in wiens834 hand3027 de beker1375 gevonden is,4672 8738 die1931 zal mijn slaaf5650 zijn;1961 8799 doch trekt5927 gijlieden859 op5927 8798 in vrede7965 tot413 uw vader.1 Toen naderde5066 8799 Juda3063 tot413 hem, en zeide:559 8799 ,994 mijn heer!113 laat toch4994 uw knecht5650 een woord1697 spreken1696 8762 voor mijns heren113 oren,241 en laat uw toorn639 tegen uw knecht5650 niet408 ontsteken;2734 8799 want3588 gij zijt even gelijk3644 !6547 Mijn heer113 vraagde7592 8804 zijn knechten,5650 zeggende:559 8800 Hebt3426 gijlieden een vader,1 of176 broeder?251 Zo zeiden wij559 8799 tot413 mijn heer:113 hebben3426 een ouden2205 vader,1 en een jongeling3206 des ouderdoms,2208 den kleinsten,6996 wiens broeder251 dood is,4191 8804 en hij1931 is alleen909 van zijn moeder517 overgebleven,3498 8735 en zijn vader1 heeft hem lief.157 8804 Toen zeidet gij559 8799 tot413 uw knechten:5650 hem af3381 8685 tot413 mij, dat ik mijn oog5869 op5921 hem sla.7760 8799 En wij zeiden559 8799 tot413 mijn heer:113 jongeling5288 zal zijn vader1 niet3808 kunnen3201 8799 verlaten;5800 8800 indien hij zijn vader1 verlaat,5800 8804 zo zal hij sterven.4191 8804 Toen zeidet gij559 8799 tot413 uw knechten:5650 Indien3808 uw kleinste6996 broeder251 met854 u niet3808 afkomt,3381 8799 zo zult gij mijn aangezicht6440 niet3808 meer3254 8686 zien.7200 8800 En het is geschied,1961 8799 als3588 wij tot413 uw knecht,5650 mijn vader,1 opgetrokken zijn,5927 8804 en wij hem de woorden1697 mijns heren113 verhaald hebben;5046 8686 En dat onze vader1 gezegd heeft:559 8799 weder.7725 8798 koopt7666 8798 ons een weinig4592 spijze;400 Zo hebben wij gezegd:559 8799 zullen niet3808 mogen3201 8799 aftrekken;3381 8800 indien518 onze kleinste6996 broeder251 bij854 ons is,3426 zo zullen wij aftrekken;3381 8804 want3588 wij zullen het aangezicht6440 van dien man376 niet3808 mogen3201 8799 zien,7200 8800 zo deze onze kleinste6996 broeder251 niet369 bij854 ons is.369 Toen zeide559 8799 uw knecht,5650 mijn vader,1 tot413 ons: Gijlieden859 weet,3045 8804 dat3588 mijn huisvrouw802 er mij twee8147 gebaard heeft.3205 8804 En de een259 is van4480 854 mij uitgegaan,3318 8799 en ik heb gezegd:559 8799 ,389 hij is gewisselijk2963 8800 verscheurd geworden!2963 8776 en ik heb hem niet3808 gezien7200 8804 tot5704 nu toe.2008 Indien gij nu dezen2088 ook1571 van4480 5973 mijn aangezicht6440 wegneemt,3947 8804 en hem een verderf611 ontmoette,7136 8804 zo zoudt gij mijn grauwe haren7872 met jammer7451 ten grave7585 doen nederdalen!3381 8689 Nu ,6258 als ik tot413 uw knecht,5650 mijn vader,1 kome,935 8800 en de jongeling5288 is niet369 bij854 ons (alzo zijn ziel5315 aan de ziel5315 van dezen gebonden is7194 8803), Zo zal het geschieden,1961 8804 als hij ziet,7200 8800 dat3588 de jongeling5288 er niet is,369 dat hij sterven zal;4191 8804 en uw knechten5650 zullen de grauwe haren7872 van uw knecht,5650 onzen vader,1 met droefenis3015 ten grave7585 doen nederdalen.3381 8689 Want3588 uw knecht5650 is voor deze jongeling5288 borg6148 8804 bij4480 5973 mijn vader,1 zeggende:559 8800 Zo518 ik hem tot413 u niet3808 wederbreng,935 8686 zo zal ik tegen mijn vader1 alle3605 dagen3117 gezondigd hebben!2398 8804 Nu ,6258 laat toch4994 uw knecht5650 voor8478 dezen jongeling5288 slaaf5650 van mijn heer113 blijven,3427 8799 en laat den jongeling5288 met5973 zijn broederen251 optrekken!5927 8799 Want3588 hoe349 zoude ik optrekken5927 8799 tot413 mijn vader,1 indien de jongeling5288 niet369 met854 mij was,369 opdat6435 ik den jammer7451 niet6435 zie,7200 8799 welke834 mijn vader1 overkomen zou.4672 8799

Every verse in Genesis 44

Chapter navigation

0:000:00