Genesis 47:14

“Toen verzamelde3950 8762 Jozef3130 al3605 het geld,3701 dat in Egypteland776 4714 en in het land776 Kanaan3667 gevonden werd,4672 8737 voor het koren,7668 dat zij1992 kochten;7666 8802 en Jozef3130 bracht935 8686 dat geld3701 in Farao's6547 huis.1004”

Genesis 47:14 — Statenvertaling (1637)

Verse 14 of 31 in Genesis chapter 47 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Genesis 47 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Toen kwam935 8799 Jozef3130 en boodschapte5046 8686 ,6547 en zeide:559 8799 vader1 en mijn broeders,251 en hun schapen,6629 en hun runderen,1241 met alles3605 wat834 zij hebben, zijn gekomen935 8804 uit4480 het land776 ;3667 en zie,2009 zij zijn in het land776 .1657 En hij nam3947 8804 een deel7097 zijner broederen,251 [te] [weten] vijf2568 mannen,582 en hij stelde3322 8686 hen voor 's6547 aangezicht.6440 Toen zeide559 8799 Farao6547 tot413 zijn broederen:251 Wat4100 is uw hantering?4639 En zij zeiden559 8799 tot413 :6547 Uw knechten5650 zijn schaapherders,7462 8802 6629 zo1571 wij587 als1571 onze vaders.1 Voorts zeiden559 8799 zij tot413 :6547 zijn gekomen,935 8804 om als vreemdelingen1481 in dit land776 te wonen;1481 8800 want3588 er is geen369 weide4829 voor de schapen,6629 die834 uw knechten5650 hebben, dewijl3588 de honger7458 zwaar3515 is in het land776 ;3667 en nu,6258 laat toch4994 uw knechten5650 in het land776 Gosen1657 wonen!3427 8799 Toen sprak559 8799 Farao6547 tot413 ,3130 zeggende:559 8800 Uw vader1 en uw broeders251 zijn tot413 u gekomen;935 8804 Egypteland776 4714 is1931 voor uw aangezicht;6440 doe3427 uw vader1 en uw broeders251 in het beste4315 van het land776 wonen;3427 8685 laat hen in het land776 Gosen1657 wonen,3427 8799 en zo518 gij weet,3045 8804 dat er onder hen kloeke2428 mannen582 zijn,3426 zo zet7760 8804 hen tot veemeesters8269 4735 over5921 hetgeen834 ik heb. En Jozef3130 bracht935 8686 zijn vader1 Jakob3290 mede, en stelde5975 8686 hem voor 's6547 aangezicht;6440 en Jakob3290 zegende1288 8762 .6547 En Farao6547 zeide559 8799 tot413 :3290 Hoe4100 vele zijn de dagen3117 der jaren8141 uws levens!2416 En Jakob3290 zeide559 8799 tot413 :6547 De dagen3117 der jaren8141 mijner vreemdelingschappen4033 zijn honderd3967 en dertig7970 jaren;8141 weinig4592 en kwaad7451 zijn1961 8804 de dagen3117 der jaren8141 mijns levens2416 geweest, en hebben niet3808 bereikt5381 8689 de dagen3117 van de jaren8141 des levens2416 mijner vaderen,1 in de dagen3117 hunner vreemdelingschappen.4033 En Jakob3290 zegende1288 8762 ,6547 en ging uit3318 8799 van4480 's6547 aangezicht.6440 En Jozef3130 bestelde3427 voor Jakob1 en zijn broederen251 woningen,3427 8686 en hij gaf5414 8799 hun een bezitting272 in ,776 4714 in het beste4315 van het land,776 in het land776 ,7486 gelijk als834 Farao6547 geboden had.6680 8765 En Jozef3130 onderhield3557 8770 zijn vader,1 en zijn broeders,251 en het ganse3605 huis1004 zijns vaders,1 met brood,3899 tot den mond6310 der kinderkens2945 toe. En er was geen369 brood3899 in het ganse3605 land;776 want3588 de honger7458 was zeer3966 zwaar:3515 zodat het land776 van Egypte4714 en het land776 Kanaan3667 raasden3856 8799 vanwege4480 6440 dien honger.7458 Toen verzamelde3950 8762 Jozef3130 al3605 het geld,3701 dat in Egypteland776 4714 en in het land776 Kanaan3667 gevonden werd,4672 8737 voor het koren,7668 dat zij1992 kochten;7666 8802 en Jozef3130 bracht935 8686 dat geld3701 in 's6547 huis.1004 Als nu het geld3701 uit4480 Egypteland776 4714 en uit4480 het land776 Kanaan3667 verdaan was,8552 8799 kwamen935 8799 al3605 de Egyptenaars4714 tot413 ,3130 zeggende:559 8800 Geef3051 8798 ons brood;3899 want waarom4100 zouden wij in uw tegenwoordigheid5048 sterven?4191 8799 want3588 het geld3701 ontbreekt;656 8804 En Jozef3130 zeide:559 8799 Geeft3051 8798 uw vee,4735 zo zal ik het u geven5414 8799 voor uw vee,4735 indien518 het geld3701 ontbreekt.656 8804 Toen brachten zij935 8686 hun vee4735 tot413 ;3130 en Jozef3130 gaf5414 8799 hun brood3899 voor paarden5483 en voor het vee der schapen,6629 en voor het vee1241 der runderen,4735 en voor ezels;2543 en hij voedde5095 8762 hen met brood,3899 datzelve1931 jaar,8141 voor al3605 hun vee.4735 Toen datzelve1931 jaar8141 voleind was,8552 8799 zo kwamen zij935 8799 tot413 hem in het tweede8145 jaar,8141 en zeiden559 8799 tot hem: Wij zullen het voor4480 mijn heer113 niet3808 verbergen,3582 8762 alzo3588 518 het geld3701 verdaan is,8552 8804 en de bezitting4735 der beesten929 [gekomen] aan413 mijn heer,113 zo is er niets3808 anders overgebleven7604 8738 voor het aangezichts6440 mijns heren,113 1115 518 ons lichaam1472 en ons land.127 Waarom4100 zullen wij voor uw ogen5869 sterven,4191 8799 zo1571 wij587 als1571 ons land?127 Koop7069 8798 ons853 en ons land127 voor brood;3899 zo zullen1961 wij587 en ons land127 Farao6547 dienstbaar5650 zijn;1961 8799 en geef5414 8798 zaad,2233 opdat wij leven2421 8799 en niet3808 sterven,4191 8799 en het land127 niet3808 woest worde!3456 8799 Alzo kocht7069 8799 Jozef3130 het gehele3605 land127 van Egypte4714 voor ;6547 want3588 de Egyptenaars4714 verkochten4376 8804 een ieder376 zijn akker,7704 dewijl3588 de honger7458 sterk over5921 hen geworden was;2388 8804 zo werd1961 8799 het land776 's6547 eigen. En aangaande het volk,5971 dat853 zette hij over5674 8689 in de steden,5892 van4480 het ene uiterste7097 der palen1366 van ,4714 tot5704 het andere uiterste7097 deszelven. Alleen7535 het land127 der priesteren3548 kocht hij7069 8804 niet,3808 want3588 de priesters3548 hadden een bescheiden deel2706 van4480 ,6547 en zij aten398 8804 hun bescheiden deel,2706 hetwelk834 hun Farao6547 gegeven had;5414 8804 daarom5921 3651 verkochten zij4376 8804 hun land127 niet.3808 Toen zeide559 8799 Jozef3130 tot413 het volk:5971 ,2005 ik heb heden3117 u853 en uw land127 gekocht7069 8804 voor ;6547 ziet,1887 daar is zaad2233 voor u, opdat gij het land127 bezaait.2232 8804 Doch met de inkomsten8393 zal het geschieden,1961 8804 dat gij aan Farao6547 het vijfde2549 deel zult geven,5414 8804 en de vier702 delen3027 zullen voor u zijn,1961 8799 tot zaad2233 des velds,7704 en tot uw spijze400 en van degenen, die834 in uw huizen1004 zijn, en om te eten398 8800 voor uw kinderkens.2945 En zij zeiden:559 8799 hebt ons leven behouden;2421 8689 laat ons genade2580 vinden4672 8799 in de ogen5869 mijns heren,113 en wij zullen 's6547 knechten5650 zijn.1961 8804 Jozef3130 stelde7760 8799 ditzelve853 in tot een wet,2706 tot5704 dezen2088 dag,3117 over5921 het land127 van ,4714 dat Farao6547 het vijfde2569 deel zou hebben; behalve7535 dat alleen909 het land127 der priesteren3548 van Farao6547 niet3808 werd.1961 8804 Zo woonde3427 8799 3478 in het land776 van ,4714 in het land776 ;1657 en zij stelden zich tot bezitters270 8735 daarin, en zij werden vruchtbaar6509 8799 en vermeerderden7235 8799 zeer.3966 En Jakob3290 leefde2421 8799 in het land776 van Egypte4714 zeventien6240 7651 jaar;8141 zodat de dagen3117 van ,3290 de jaren8141 zijns levens,2416 geweest zijn1961 8799 honderd3967 zeven7651 en veertig705 jaren.8141 Als nu de dagen3117 van 3478 naderden,7126 8799 dat hij sterven zou,4191 8800 zo riep hij7121 8799 zijn zoon1121 ,3130 en zeide559 8799 tot hem: Indien518 ik nu1994 genade2580 gevonden heb4672 8804 in uw ogen,5869 zo leg7760 8798 toch4994 uw hand3027 onder8478 mijn heup,3409 en doe6213 8804 weldadigheid2617 en trouw571 aan5978 mij, en begraaf6912 8799 mij toch4994 niet408 in ;4714 Maar dat ik bij5973 mijn vaderen1 ligge;7901 8804 hierom zult gij mij uit4480 Egypte4714 voeren,5375 8804 en mij in hun graf6900 begraven.6912 8804 En hij zeide:559 8799 Ik595 zal doen6213 8799 naar uw woord!1697 En hij zeide:559 8799 Zweer7650 8734 mij! en hij zwoer7650 8735 hem. En 3478 boog zich7812 8691 ten5921 hoofde7218 van het bed.4296

Every verse in Genesis 47

Chapter navigation

0:000:00