Genesis 8:22
“Voortaan5750 al3605 de dagen3117 der aarde776 zullen zaaiing2233 en oogst,7105 en koude7120 en hitte,2527 en zomer7019 en winter,2779 en dag3117 en nacht,3915 niet3808 ophouden.7673 8799”
Genesis 8:22 — Statenvertaling (1637)
Verse 22 of 22 in Genesis chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Genesis 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En God430 gedacht2142 8799 aan ,5146 en aan al3605 het gedierte,2416 en aan al3605 het vee,929 dat834 met854 hem in de 8392 [was]; en God430 deed5674 een wind7307 over5921 de aarde776 doorgaan,5674 8686 en de wateren4325 werden stil.7918 8799 Ook werden de fonteinen4599 des afgronds,8415 en de sluizen699 des hemels8064 gesloten,5534 8735 en de plasregen1653 van4480 den hemel8064 werd opgehouden.3607 8735 Daartoe keerden7725 de wateren4325 weder7725 8799 van4480 boven5921 de aarde,776 heen en weder7725 8800 vloeiende,1980 8800 en de wateren4325 namen af2637 8799 ten4480 einde7097 van honderd3967 en vijftig2572 dagen.3117 En de 8392 rustte5117 8799 in de zevende7637 maand,2320 op den zeventienden6240 7651 dag3117 der maand,2320 op5921 de bergen2022 van .780 En de wateren4325 waren1961 8804 gaande,1980 8800 en afnemende2637 8800 tot5704 de tiende6224 maand;2320 in de tiende6224 [maand], op den eersten259 der maand,2320 werden de toppen7218 der bergen2022 gezien.7200 8738 En het geschiedde,1961 8799 ten4480 einde7093 van veertig705 dagen,3117 dat Noach5146 het venster2474 der ,8392 die834 hij gemaakt had,6213 8804 opendeed.6605 8799 En hij liet7971 een raaf6158 uit,7971 8762 die dikwijls heen3318 8800 en weder7725 8800 ging,3318 8799 totdat5704 de wateren4325 van4480 boven5921 de aarde776 verdroogd waren.3001 8800 Daarna liet hij7971 een duif3123 van4480 zich854 uit,7971 8762 om te zien,7200 8800 of de wateren4325 gelicht waren7043 8804 van4480 boven5921 den aardbodem.6440 127 Maar de duif3123 vond4672 8804 geen3808 rust4494 voor het hol3709 van haar voet;7272 zo keerde zij weder7725 8799 tot413 hem in413 de ;8392 want3588 de wateren4325 [waren] op5921 6440 de ganse3605 aarde;776 en hij stak7971 zijn hand3027 uit,7971 8799 en nam3947 8799 haar, en bracht935 8686 haar853 tot413 zich in413 de .8392 En hij verbeidde2342 8799 nog5750 zeven7651 andere312 dagen;3117 toen liet hij7971 8763 de duif3123 wederom3254 8686 uit4480 de .8392 En de duif3123 kwam935 8799 tot413 hem tegen den avondtijd;6256 6153 en ziet,2009 een afgebroken2965 olijfblad2132 5929 [was] in haar bek;6310 zo merkte3045 8799 ,5146 dat3588 de wateren4325 van4480 boven5921 de aarde776 gelicht waren.7043 8804 Toen vertoefde hij3176 8735 nog5750 zeven7651 andere312 dagen;3117 en hij liet7971 de duif3123 uit;7971 8762 maar zij keerde7725 3254 niet3808 meer5750 weder7725 8800 3254 8804 tot413 hem. En het geschiedde1961 8799 in het zeshonderd8337 3967 en eerste259 jaar,8141 in de eerste7223 [maand], op den eersten259 derzelver maand,2320 dat de wateren4325 droogden2717 8804 van4480 boven5921 de aarde;776 toen deed5493 Noach5146 het deksel4372 der 8392 af,5493 8686 en zag toe,7200 8799 en ziet,2009 de aardbodem6440 127 was gedroogd.2717 8804 En in de tweede8145 maand,2320 op den zeven7651 en twintigsten6242 dag3117 der maand,2320 was de aarde776 opgedroogd.3001 8804 Toen sprak1696 8762 God430 tot413 ,5146 zeggende:559 8800 Ga3318 8798 uit4480 de ,8392 gij,859 en uw huisvrouw,802 en uw zonen,1121 en de vrouwen802 uwer zonen1121 met854 u. Al3605 het gedierte,2416 dat834 met u854 [is], van4480 alle3605 vlees,1320 aan gevogelte,5775 en aan vee,929 en aan al3605 het kruipend gedierte,7431 dat op5921 de aarde776 kruipt,7430 8802 doe3318 met854 u uitgaan;3318 8685 en dat zij overvloediglijk voorttelen8317 8804 op de aarde,776 en vruchtbaar zijn,6509 8804 en vermenigvuldigen7235 8804 op5921 de aarde.776 Toen ging3318 Noach5146 uit,3318 8799 en zijn zonen,1121 en zijn huisvrouw,802 en de vrouwen802 zijner zonen1121 met854 hem. Al3605 het gedierte,2416 al3605 het kruipende,7431 en al3605 het gevogelte,5775 al3605 wat zich op5921 de aarde776 roert,7430 8802 naar hun geslachten,4940 gingen3318 8804 uit4480 de .8392 En Noach5146 bouwde1129 8799 den HEERE3068 een altaar;4196 en hij nam3947 8799 van4480 al3605 het reine2889 vee,929 en van4480 al3605 het rein2889 gevogelte,5775 en offerde5927 8686 brandofferen5930 op dat altaar.4196 En de HEERE3068 rook7306 8686 dien liefelijken,5207 853 reuk,7381 en de HEERE3068 zeide559 8799 in413 hart:3820 Ik zal voortaan3254 8686 den aardbodem127 niet3808 meer5750 vervloeken7043 8763 om5668 des mensen120 wil;5668 want3588 het gedichtsel3336 van 's mensen120 hart3820 is boos7451 van4480 zijn jeugd5271 aan; en Ik zal voortaan3254 8686 niet3808 meer5750 al3605 het levende2416 slaan,5221 8687 gelijk als834 Ik gedaan heb.6213 8804 Voortaan5750 al3605 de dagen3117 der aarde776 zullen zaaiing2233 en oogst,7105 en koude7120 en hitte,2527 en zomer7019 en winter,2779 en dag3117 en nacht,3915 niet3808 ophouden.7673 8799