Haggai 1:3

“En het woord1697 des HEEREN3068 geschiedde1961 8799 door den dienst3027 van den profeet5030 Haggai,2292 zeggende:559 8800”

Haggai 1:3 — Statenvertaling (1637)

Verse 3 of 15 in Haggai chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Haggai 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))

In het tweede8147 jaar8141 van den koning4428 ,1867 in de zesde8345 maand,2320 op den eersten259 dag3117 der maand,2320 geschiedde1961 8804 het woord1697 des HEEREN,3068 door den dienst3027 van ,2292 den profeet,5030 tot413 ,2216 den zoon1121 van ,7597 den vorst6346 van ,3063 en tot413 ,3091 den zoon1121 van ,3087 den hogepriester,1419 3548 zeggende:559 8800 Alzo3541 spreekt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen6635 zeggende:559 8800 Dit2088 volk5971 zegt:559 8804 De tijd6256 is niet3808 gekomen,935 8800 de tijd,6256 dat des HEEREN3068 huis1004 gebouwd worde.1129 8736 En het woord1697 des HEEREN3068 geschiedde1961 8799 door den dienst3027 van den profeet5030 ,2292 zeggende:559 8800 Is het voor ulieden859 wel de tijd,6256 dat gij woont3427 8800 in uw gewelfde5603 8803 huizen,1004 en zal dit2088 huis1004 woest2720 zijn? Nu ,6258 alzo3541 zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen:6635 Stelt7760 8798 uw hart3824 op5921 uw wegen.1870 Gij zaait2232 8804 veel,7235 8687 en gij brengt935 weinig4592 in;935 8687 gij eet,398 8800 maar niet369 tot verzadiging;7654 gij drinkt,8354 8800 maar niet369 tot dronken worden toe;7937 8800 gij kleedt u,3847 8800 maar niet369 tot uw verwarming,2527 en wie loon ontvangt,7936 8693 die ontvangt dat loon7936 8693 in413 een doorgeboorden5344 8803 buidel.6872 Alzo3541 zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen:6635 Stelt7760 8798 uw hart3824 op5921 uw wegen.1870 Klimt5927 8798 op het gebergte,2022 en brengt935 8689 hout6086 aan, en bouwt1129 8798 dit huis,1004 en Ik zal een welgevallen daaraan hebben,7521 8799 en verheerlijkt worden,3513 8735 zegt559 8804 de HEERE.3068 Gij ziet om6437 8800 naar413 veel,7235 8687 maar ziet,2009 gij bekomt weinig;4592 en als gij het in huis1004 gebracht hebt,935 8689 zo blaas Ik5301 8804 daarin. Waarom3282 dat?4100 spreekt5002 8803 de HEERE3068 der heirscharen;6635 om3282 huizes1004 wil, hetwelk834 woest2720 is,1931 en dat gij859 loopt7323 8801 elk376 voor zijn eigen huis.1004 Daarom5921 3651 onthouden zich3607 8804 de hemelen8064 over5921 u, dat er geen4480 dauw2919 is, en het land776 onthoudt3607 8804 zijn vruchten.2981 Want Ik heb een droogte2721 geroepen7121 8799 over5921 het land,776 en over5921 de bergen,2022 en over5921 het koren,1715 en over5921 den most,8492 en over5921 de olie,3323 en over5921 hetgeen834 de aardbodem127 zou voortbrengen;3318 8686 ook over5921 de mensen,120 en over5921 de beesten,929 en over5921 allen3605 arbeid3018 der handen.3709 Toen hoorde8085 8799 ,2216 de zoon1121 van ,7597 en ,3091 de zoon1121 van ,3087 de hogepriester,1419 3548 en al3605 het overblijfsel7611 des volks,5971 naar de stem6963 van den HEERE,3068 hun God,430 en naar5921 de woorden1697 van den profeet5030 ,2292 gelijk als834 hem de HEERE,3068 hun God,430 gezonden had;7971 8804 en het volk5971 vreesde3372 8799 voor het aangezicht6440 des HEEREN.3068 Toen sprak559 8799 ,2292 de bode4397 des HEEREN,3068 in de boodschap4400 des HEEREN,3068 tot het volk,5971 zeggende:559 8800 Ik589 ben met835 ulieden, spreekt5002 8803 de HEERE.3068 En de HEERE3068 verwekte5782 8686 den834 geest7307 van ,2216 den zoon1121 van ,7597 den vorst6346 van ,3063 en den834 geest7307 van ,3091 den zoon1121 van ,3087 den hogepriester,1419 3548 en den834 geest7307 van het ganse3605 overblijfsel7611 des volks;5971 en zij kwamen935 8799 en maakten6213 8799 het werk4399 in het huis1004 van den HEERE3068 der heirscharen,6635 hun God.430 [02:1] Op den vier702 en twintigsten6242 dag3117 der maand,2320 in de zesde8345 [maand], in het tweede8147 jaar8141 van den koning4428 .1876

Every verse in Haggai 1

Chapter navigation

0:000:00