Hosea 14:4
“[014:5] Ik zal hunlieder afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want Mijn toorn is van hem gekeerd.”
Hosea 14:4 — Statenvertaling (1637)
Verse 4 of 9 in Hosea chapter 14 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Hosea 14 — full chapter (Statenvertaling (1637))
[014:2] u, o ! tot den HEERE, uw God, toe; want gij zijt gevallen om uw ongerechtigheid. [014:3] [deze] woorden met u, en bekeer u tot den HEERE; zeg tot : Neem weg alle ongerechtigheid, en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen. [014:4] zal ons niet behouden, wij zullen niet rijden op paarden, en tot het werk onzer handen niet meer zeggen: Gij zijt onze God. Immers zal een wees bij U ontfermd worden. [014:5] Ik zal hunlieder afkering genezen, Ik zal hen vrijwilliglijk liefhebben; want toorn is van hem gekeerd. [014:6] Ik zal zijn als de dauw; hij zal bloeien als de lelie, en hij zal zijn wortelen uitslaan als de . [014:7] scheuten zullen zich uitspreiden, en zijn heerlijkheid zal zijn als des olijfbooms, en hij zal een reuk hebben als de . [014:8] zullen wederkeren, zittende onder zijn schaduw; zij zullen ten leven voortbrengen [als] koren, en bloeien als de wijnstok; zijn gedachtenis zal zijn als de wijn van . [014:9] ! wat heb Ik meer met de afgoden te doen? Ik heb [hem] verhoord, en zal op hem zien; Ik zal [hem] zijn als een groenende denneboom; uw vrucht is uit gevonden. [014:10] is wijs? die versta deze dingen; [wie] is verstandig? die bekenne ze; want des HEEREN wegen zijn recht, en de rechtvaardigen zullen daarin wandelen, maar de overtreders zullen daarin vallen.