Hosea

Hosea 7

Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context

Hosea 7 — Scripture text (Statenvertaling (1637))

Terwijl Ik genees, zo wordt ongerechtigheid ontdekt, mitsgaders de boosheden van ; want zij werken valsheid; en de dief gaat er in, de bende der straatschenders stroopt daar buiten. En zij zeggen niet in hun hart, [dat] Ik al hunner boosheid gedachtig ben; nu omsingelen hen hun handelingen, zij zijn voor aangezicht. Zij verblijden den koning met hun boosheid, en de vorsten met hun leugenen. Zij bedrijven al te zamen overspel, zij zijn gelijk een bakoven, die heet gemaakt is van den bakker; [die] ophoudt van wakker te zijn, nadat hij het deeg heeft gekneed, totdat het doorgezuurd zij. Het is de dag onzes konings; de vorsten maken [hem] krank [door] verhitting van den wijn; hij strekt zijn hand voort met de spotters. Want zij voeren hun hart aan, als een bakoven, tot hun lagen; hunlieder bakker slaapt den gansen nacht; 's morgens brandt hij als een vlammend vuur. Zij zijn allen te zamen verhit als een bakoven, en zij verteren hun rechters; al hun koningen vallen; er is niemand onder hen, die tot roept. Efraim, die verwart zich met de volken; Efraim is een koek, die niet is omgekeerd; Vreemden verteren zijn kracht, en hij merkt het niet; ook is de grauwigheid op hem verspreid, en hij merkt het niet. Dies zal de hovaardij van in zijn aangezicht getuigen; dewijl zij zich niet bekeren tot den HEERE, hun God, noch zoeken in alle deze. Want is als een botte duif, zonder hart; zij roepen aan, zij gaan henen tot . Wanneer zij zullen henengaan, zal Ik over hen uitspreiden, Ik zal ze als vogelen des hemels doen nederdalen. Ik zal ze tuchtigen, gelijk gehoord is in hun vergadering. Wee hen, want zij zijn van afgezworven; verstoring over hen, want zij hebben tegen overtreden! Ik zou hen wel verlossen, maar zij spreken leugenen tegen . Zij roepen ook niet tot met hun hart, wanneer zij huilen op hun legers; om koren en most verzamelen zij zich, [maar] zij wederstreven tegen . Ik heb hen wel getuchtigd, [en] hunlieder armen gesterkt; maar zij denken kwaad tegen . Zij keren zich, [maar] niet [tot] den , zij zijn als een bedriegelijke boog; hun vorsten vallen door het zwaard; vanwege de gramschap hunner tong; dit is hunlieder bespotting in .

Every verse in Hosea 7

Chapter navigation

0:000:00