Hosea
Hosea 8
Statenvertaling (1637) · tap any highlighted word for context
Hosea 8 — Scripture text (Statenvertaling (1637))
De bazuin aan uw mond; [hij] [komt] als een arend tegen het huis des HEEREN; omdat zij verbond hebben overtreden, en zijn tegen wet afvallig geworden. [] zullen zij tot roepen: Mijn God! wij, , kennen U. heeft het goede verstoten; de vijand zal hem vervolgen. Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit ; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend; van hun zilver en hun goud hebben zij voor zichzelven afgoden gemaakt, opdat zij uitgeroeid worden. Uw kalf, o ! heeft [u] verstoten; Mijn toorn is tegen hen ontstoken; hoe lang zullen zij de reinigheid niet verdragen? Want dat is ook uit ; een werkmeester heeft het gemaakt, en het is geen God, maar het zal [tot] stukken worden, het kalf van . Want zij hebben wind gezaaid, en zullen een wervelwind maaien; het zal geen staande koren hebben, het uitspruitsel zal geen meel maken; of het misschien maakte, vreemden zullen het verslinden. is verslonden; nu zijn zij onder de heidenen geworden, gelijk een vat, waar men geen lust toe heeft. Want zij zijn opgetogen [naar] , een woudezel, die alleen voor zichzelven is; die van hebben boelen om hoerenloon gehuurd. Dewijl zij [] onder de heidenen [boelen] om hoerenloon gehuurd hebben, zo zal Ik die nu ook verzamelen; ja, zij hebben al een weinig begonnen, vanwege den last van den koning der vorsten. Omdat de altaren vermenigvuldigd heeft tot zondigen, zo zijn hem de altaren geworden tot zondigen. Ik schrijf hem de voortreffelijkheden wet voor; [maar] die zijn geacht als wat vreemds. Aangaande de offeranden gaven, zij offeren vlees, en eten het, [maar] de HEERE heeft aan hen geen welgevallen. Nu zal hunner ongerechtigheid gedenken, en hun zonden bezoeken; zij zullen weder [in] keren. Want heeft zijn vergeten, en tempelen gebouwd, en heeft vaste steden vermenigvuldigd; maar Ik zal een vuur zenden in zijn steden, dat zal haar paleizen verteren.