Isaiah 1:8
“En de dochter1323 van Sion6726 is overgebleven3498 8738 als een hutje5521 in den wijngaard,3754 als een nachthutje4412 in den komkommerhof,4750 als een belegerde5341 8803 stad.5892”
Isaiah 1:8 — Statenvertaling (1637)
Verse 8 of 31 in Isaiah chapter 1 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 1 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het gezicht2377 van ,3470 den zoon1121 van ,531 hetwelk hij zag2372 8804 over Juda3063 en ,3389 in de dagen3117 van ,5818 ,3147 Achaz271 [en] ,3169 de koningen4428 van .3063 Hoort,8085 8798 gij hemelen!8064 en neem ter ore,238 8685 gij aarde!776 want de HEERE3068 spreekt:1696 8765 Ik heb kinderen1121 groot gemaakt1431 8765 en verhoogd;7311 8790 maar zij hebben tegen overtreden.6586 8804 Een os7794 kent3045 8804 zijn bezitter,7069 8802 en een ezel2543 de krib18 zijns heren;1167 [maar] 3478 heeft geen kennis,3045 8804 volk5971 verstaat995 8712 niet. Wee1945 het zondige2398 8802 volk,1471 het volk5971 van zware3515 ongerechtigheid,5771 het zaad2233 der boosdoeners,7489 8688 de verdervende7843 8688 kinderen!1121 hebben den853 HEERE3068 verlaten,5800 8804 zij hebben den853 Heilige6918 Israels3478 gelasterd,5006 8765 zij hebben zich vervreemd,2114 8738 [wijkende] achterwaarts.268 Waartoe zoudt gij meer geslagen worden?5221 8714 zoudt des afvals5627 des te meer maken;3254 8686 het ganse hoofd7218 is krank,2483 en het ganse hart3824 is mat.1742 Van de voetzool3709 7272 af tot het hoofd7218 toe is er niets geheels4974 aan hetzelve; [maar] wonden,6482 en striemen,2250 en etterbuilen,2961 4347 [die] niet uitgedrukt2115 8804 noch verbonden zijn,2280 8795 en geen derzelve is met olie8081 verzacht.7401 8795 Uw aardrijk776 is een verwoesting,8077 uw steden5892 zijn met het vuur784 verbrand;8313 8803 uw land127 verteren398 8802 de vreemden2114 8801 in uw tegenwoordigheid, en een verwoesting8077 is er, als een omkering4114 door de vreemden.2114 8801 En de dochter1323 van Sion6726 is overgebleven3498 8738 als een hutje5521 in den wijngaard,3754 als een nachthutje4412 in den komkommerhof,4750 als een belegerde5341 8803 stad.5892 Zo niet3884 de HEERE3068 der heirscharen6635 ons nog een weinig4592 overblijfsel8300 had gelaten,3498 8689 als 5467 zouden wij geworden zijn;1961 8804 wij zouden Gomorra6017 gelijk zijn geworden.1819 8804 Hoort8085 8798 des HEEREN3068 woord,1697 gij oversten7101 van !5467 neemt ter ore238 8685 de wet8451 onzes ,430 gij volk5971 van !6017 Waartoe4100 zal zijn de veelheid7230 uwer slachtoffers?2077 zegt559 8799 de HEERE;3068 Ik ben zat7646 8804 van de brandoffers5930 der rammen,352 en het smeer2459 der vette4806 [beesten], en heb geen lust2654 8804 aan het bloed1818 der varren,6499 noch der lammeren,3532 noch der bokken.6260 Wanneer gijlieden voor aangezicht6440 komt935 8799 te verschijnen,7200 8736 wie heeft zulks van uw hand3027 geeist,1245 8765 dat gij voorhoven2691 betreden zoudt?7429 8800 Brengt935 8687 niet meer3254 8686 vergeefs7723 offer,4503 het reukwerk7004 is een gruwel;8441 de nieuwe maanden,2320 en sabbatten,7676 [en] het bijeenroepen7121 8800 der vergaderingen4744 vermag Ik niet,3201 8799 het is ongerechtigheid,205 zelfs de verbodsdagen.6116 Uw nieuwe maanden2320 en uw gezette hoogtijden4150 haat8130 8804 ziel,5315 zij zijn tot een last;2960 Ik ben moede geworden,3811 8738 [die] te dragen.5375 8800 En als gijlieden uw handen3709 uitbreidt,6566 8763 verberg Ik5956 8686 ogen5869 voor u; ook wanneer gij het gebed8605 vermenigvuldigt,7235 8686 hoor Ik8085 8802 niet; [want] uw handen3027 zijn vol4390 8804 bloed.1818 Wast u,7364 8798 reinigt u,2135 8690 doet5493 de boosheid7455 uwer handelingen4611 van voor5048 ogen5869 weg,5493 8685 laat af2308 8798 van kwaad te doen.7489 8687 Leert3925 8798 goed te doen,3190 8687 zoekt1875 8798 het recht,4941 helpt833 8761 den verdrukte,2541 doet8199 den wees3490 recht,8199 8798 handelt de twistzaak7378 8798 der weduwe.490 Komt3212 8798 , en laat ons samen rechten,3198 8735 zegt559 8799 de HEERE;3068 al waren uw zonden2399 als scharlaken,8144 zij zullen wit worden3835 8686 als sneeuw,7950 al waren zij rood119 8686 als karmozijn,8438 zij zullen worden als [witte] wol.6785 Indien gijlieden willig zijt14 8799 en hoort,8085 8804 zo zult gij het goede2898 dezes lands776 eten;398 8799 Maar indien gij weigert,3985 8762 en wederspannig zijt,4784 8804 zo zult gij van het zwaard2719 gegeten worden;398 8792 want de mond6310 des HEEREN3068 heeft [het] gesproken.1696 8765 Hoe is de getrouwe539 8737 stad7151 tot een hoer geworden!2181 8802 was vol4392 recht,4941 gerechtigheid6664 herbergde3885 8799 daarin, maar nu doodslagers.7523 8764 Uw zilver3701 is geworden tot schuim;5509 uw wijn5435 is vermengd4107 8803 met water.4325 Uw vorsten8269 zijn afvalligen,5637 8802 en metgezellen2270 der dieven,1590 een ieder van hen heeft157 geschenken7810 lief,157 8802 en zij jagen7291 de vergeldingen8021 na;7291 8802 den wezen3490 doen zij geen recht,8199 8799 en de twistzaak7379 der weduwen490 komt935 8799 voor hen niet. Daarom spreekt5002 8803 de ,113 HEERE3068 der heirscharen,6635 de Machtige46 :3478 O wee!1945 Ik zal troosten5162 8735 van wederpartijders.6862 Ik zal wreken5358 8735 van vijanden.341 8802 En Ik zal hand3027 tegen u keren,7725 8686 en Ik zal uw schuim5509 op het allerreinste1253 afzuiveren,6884 8799 en Ik zal al uw tin913 wegnemen.5493 8686 En Ik zal [u] uw rechters8199 8802 wedergeven,7725 8686 als in het eerste,7223 en uw raadslieden3289 8802 als in den beginne;8462 daarna310 zult gij een stad7151 der gerechtigheid,6664 een getrouwe539 8737 stad,5892 genoemd worden.7121 8735 Sion6726 zal door recht4941 verlost worden,6299 8735 en haar wederkerenden7725 8802 door gerechtigheid.6666 Maar er zal verbreking7667 zijn der overtreders,6586 8802 en der zondaars2400 te zamen;3162 en die den HEERE3068 verlaten,5800 8802 zullen omkomen.3615 8799 Want zij zullen beschaamd worden954 8799 om der eiken352 wil, die gijlieden begeerd hebt,2530 8804 en gij zult schaamrood worden,2659 8799 om der hoven1593 wil, die gij verkoren hebt.977 8804 Want gij zult zijn als een eik,424 welks bladeren5929 afvallen,5034 8802 en als een hof,1593 die geen water4325 heeft. En de sterke2634 zal wezen tot grof vlas,5296 en zijn werkmeester6467 tot een vonk,5213 en zij zullen beiden8147 te zamen3162 branden,1197 8804 en er zal geen uitblusser3518 8764 wezen.