Isaiah 16:14
“Maar nu spreekt1696 8765 de HEERE,3068 zeggende:559 8800 Binnen drie7969 jaren8141 (als de jaren8141 eens huurlings7916), dan zal de eer3519 van Moab4124 verachtzaam gemaakt worden,7034 8738 met al die grote7227 menigte;1995 en het overblijfsel7605 zal klein,4592 weinig,4213 onmachtig3808 3524 wezen.”
Isaiah 16:14 — Statenvertaling (1637)
Verse 14 of 14 in Isaiah chapter 16 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 16 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Zendt7971 8798 de lammeren3733 van den heerser4910 8802 des lands776 van 5554 af, naar de woestijn4057 henen, tot den berg2022 der dochter1323 van .6726 Anderszins zal het geschieden, dat de dochteren1323 van 4124 aan de veren4569 van 769 zullen zijn, als een zwervende5074 8802 vogel,5775 [uit] het nest7064 gedreven zijnde.7971 8794 Brengt935 8685 een raad6098 aan, houdt6213 8798 gericht,6415 maakt7896 8798 uw schaduw6738 op het midden8432 van den middag,6672 gelijk van den nacht;3915 verbergt5641 8761 de verdrevenen,5080 8737 [en] meldt1540 8762 den omzwervende5074 8802 niet. Laat mijn verdrevenen5080 8737 onder u verkeren,1481 8799 o !4124 wees gij1933 8798 hun een schuilplaats5643 voor het aangezicht6440 des verstoorders;7703 8802 want de onderdrukker4160 8801 heeft een einde,656 8804 de verstoring7701 is te niet geworden,3615 8804 de vertreders7429 8802 zijn van de aarde776 verdaan.8552 8804 Want er zal een troon3678 bevestigd worden3559 8717 in goedertierenheid,2617 en op denzelven zal bestendig571 een zitten3427 8804 in de tent168 van ,1732 een, die oordeelt8199 8802 en het recht4941 zoekt,1875 8802 en vaardig4106 is ter gerechtigheid.6664 Wij hebben gehoord8085 8804 de hovaardij1347 van ,4124 hij is zeer3966 hovaardig;1341 zijn hoogmoed,1346 en zijn hovaardij,1347 en zijn verbolgenheid,5678 zijn alzo zijn grendelen907 niet. Daarom zal 4124 over 4124 huilen,3213 8686 altemaal zullen zij huilen;3213 8686 over de fondamenten808 van -hareseth7025 zult gijlieden zuchten,1897 8799 gewisselijk, zij zijn gebroken.5218 Want de velden7709 van Hesbon2809 zijn verflauwd,535 8797 [ook] de wijnstok1612 van ,7643 de heren1167 der heidenen1471 hebben zijn uitgelezen planten8291 verpletterd;1986 8804 zij reiken5060 8804 tot Jaezer3270 toe, zij dwalen8582 8804 [door] de woestijn;4057 hun scheuten7976 zijn uitgespreid,5203 8738 zij zijn gegaan over5674 8804 zee.3220 Daarom beween ik,1058 8799 in de wening1065 over ,3270 den wijnstok1612 van ,7643 ik maak u doornat7301 8762 met mijn tranen,1832 o Hesbon2809 en !500 want het vreugdegeschrei1959 over uw zomervruchten7019 en over uw oogst7105 is gevallen;5307 8804 Alzo dat de blijdschap8057 en vrolijkheid1524 weggenomen is622 8738 van het vruchtbare veld,3759 en in de wijngaarden3754 wordt niet gezongen,7442 8792 [noch] enig gejuich gemaakt;7321 8783 de [druiven] treder1869 8802 treedt1869 8799 geen wijn3196 uit in de wijnbakken,3342 ik heb het vreugdegeschrei1959 doen ophouden.7673 8689 Daarom rommelt1993 8799 mijn ingewand4578 over ,4124 als een ,3658 en mijn binnenste7130 over -heres.7025 En het zal geschieden, als men zien zal,7200 8738 dat 4124 vermoeid is geworden3811 8738 op de hoogten,1116 zal hij in zijn heiligdom4720 gaan935 8804 om te aanbidden,6419 8692 maar hij zal niet vermogen.3201 8799 Dit is het woord,1697 dat de HEERE3068 tegen 4124 gesproken heeft,1696 8765 van toen af.227 Maar nu spreekt1696 8765 de HEERE,3068 zeggende:559 8800 drie7969 jaren8141 (als de jaren8141 eens huurlings7916), zal de eer3519 van 4124 verachtzaam gemaakt worden,7034 8738 met al die grote7227 menigte;1995 en het overblijfsel7605 zal klein,4592 weinig,4213 onmachtig3808 3524 wezen.