Isaiah 17:13
“De natien3816 zullen [wel] ruisen,7582 8735 gelijk grote7227 wateren4325 ruisen;7588 doch Hij zal hem schelden,1605 8804 zo zal hij verre4801 wegvlieden,5127 8804 ja, hij zal gejaagd worden,7291 8795 als het kaf4671 der bergen2022 van6440 den wind,7307 en gelijk een kloot1534 van6440 den wervelwind.5492”
Isaiah 17:13 — Statenvertaling (1637)
Verse 13 of 14 in Isaiah chapter 17 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 17 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De last4853 van .1834 , Damaskus1834 zal weggenomen worden,5493 8716 dat zij geen stad5892 meer zij, maar zij zal een vervallen4654 steenhoop4596 zijn. De steden5892 van Aroer6177 zullen verlaten worden;5800 8803 voor de kudden5739 zullen zij wezen, die zullen [daar] nederliggen,7257 8804 en niemand zal ze verschrikken.2729 8688 En de vesting4013 zal ophouden7673 8738 van ,669 en het koninkrijk4467 van ,1834 en het overblijfsel7605 der ;758 zij zullen zijn gelijk de heerlijkheid3519 der kinderen1121 ,3478 spreekt5002 8803 de HEERE3068 der heirscharen.6635 En het zal geschieden te dien dage,3117 dat de heerlijkheid3519 van Jakob3290 verdund zal worden,1809 8735 en dat de vettigheid4924 van zijn vlees1320 mager worden zal.7329 8735 Want hij zal zijn, gelijk [wanneer] een maaier7105 het staande koren7054 verzamelt,622 8800 en zijn arm2220 aren7641 afmaait;7114 8799 ja, hij zal zijn, gelijk [wanneer] iemand aren7641 leest3950 8764 in het dal6010 .7497 Doch een nalezing5955 zal daarin overig blijven,7604 8738 gelijk [in] de afschudding5363 eens olijfbooms,2132 twee8147 [of] drie7969 bezien1620 in den top7218 der opperste twijg,534 en vier702 [of] vijf2568 aan zijn vruchtbare6509 8802 takken,5585 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 de God430 .3478 Te dien dage3117 zal de mens120 zien8159 8799 naar , Die hem gemaakt heeft,6213 8802 en zijn ogen5869 zullen op den Heilige6918 Israels3478 zien.7200 8799 En hij zal niet aanschouwen8159 8799 de altaren,4196 het werk4639 zijner handen,3027 ook hetgeen zijn vingeren676 gemaakt hebben,6213 8804 zal hij niet aanzien,7200 8799 noch de bossen,842 noch de zonnebeelden.2553 Te dien dage3117 zullen zijn sterke4581 steden5892 zijn, als een verlaten5800 8803 struik,2793 en opperste tak,534 welke zij verlaten hebben,5800 8804 om6440 der kinderen1121 Israels3478 wil, hoewel daar verwoesting8077 zal wezen. Want gij hebt den God430 uws heils3468 vergeten,7911 8804 en niet gedacht2142 8804 aan den Rotssteen6697 uwer sterkte;4581 daarom zult gij wel liefelijke5282 planten5194 planten,5193 8799 en gij zult hem met uitlandse2114 8801 ranken2156 bezetten;2232 8799 Ten dage,3117 als gij ze zult geplant hebben,5194 zult gij [die] doen wassen,7735 8770 en in den morgenstond1242 zult gij uw zaad2233 doen bloeien;6524 8686 [doch] het zal maar een hoop5067 van het gemaaide7105 zijn, in den dag3117 der krankheid2470 8737 en der pijnlijke605 8803 smart.3511 Wee1945 der veelheid1995 der grote7227 volken,5971 die daar bruisen,1993 8799 gelijk de zeeen3220 bruisen;1993 8800 en [wee] het geruis1995 der natien,3816 die daar ruisen,7588 gelijk de geweldige3524 wateren4325 ruisen!7582 8735 De natien3816 zullen [wel] ruisen,7582 8735 gelijk grote7227 wateren4325 ruisen;7588 doch zal hem schelden,1605 8804 zo zal hij verre4801 wegvlieden,5127 8804 ja, hij zal gejaagd worden,7291 8795 als het kaf4671 der bergen2022 van6440 den wind,7307 en gelijk een kloot1534 van6440 den wervelwind.5492 Ten tijde6256 des avonds,6153 ziet, zo is er verschrikking,1091 eer het morgen1242 is, is hij er niet meer. Dit is het deel2506 dergenen, die ons beroven,8154 8802 en het 1486 dergenen, die ons plunderen.962 8802