Isaiah 21:2
“Een hard7186 gezicht2380 is mij te kennen gegeven:5046 8717 die trouweloze898 8802 handelt trouwelooslijk,898 8802 en die verstoorder7703 8802 verstoort;7703 8802 trek op,5927 8798 o Elam!5867 beleger6696 8798 ze, o Media!4074 Ik heb al haar zuchting585 doen ophouden.7673 8689”
Isaiah 21:2 — Statenvertaling (1637)
Verse 2 of 17 in Isaiah chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De last4853 der woestijn4057 aan de zee.3220 de wervelwinden5492 in het zuiden5045 henen doorgaan,2498 8800 zal hij uit de woestijn4057 komen,935 8802 uit een vreselijk3372 8737 land.776 Een hard7186 gezicht2380 is mij te kennen gegeven:5046 8717 die trouweloze898 8802 handelt trouwelooslijk,898 8802 en die verstoorder7703 8802 verstoort;7703 8802 trek op,5927 8798 o !5867 beleger6696 8798 ze, o !4074 Ik heb al haar zuchting585 doen ophouden.7673 8689 Daarom zijn mijn lendenen4975 vol4390 8804 van grote krankheid,2479 bange weeen6735 hebben mij aangegrepen,270 8804 gelijk de bange weeen6735 van een, die baart;3205 8802 ik krom mij5753 8738 van horen,8085 8800 ik word ontsteld926 8738 van het aanzien.7200 8800 Mijn hart3824 dwaalt,8582 8804 gruwen6427 verschrikt1204 8765 mij, de schemering,5399 waar ik naar verlangd heb,2837 stelt Hij7760 8804 mij tot beving.2731 Bereid6186 8800 de tafel,7979 zie toe,6822 8800 gij wachter!6844 eet,398 8800 drink;8354 8800 maakt u op,6965 8798 gij vorsten,8269 bestrijkt4886 8798 het schild!4043 Want aldus heeft de Heere136 tot mij gezegd:559 8804 Ga heen,3212 8798 zet5975 8685 een wachter,6822 8764 laat hem aanzeggen,5046 8686 wat hij ziet.7200 8799 En hij zag7200 8804 een wagen,7393 een paar6776 ruiters,6571 een wagen7393 [met] ezels,2543 een wagen7393 [met] kemels;1581 en hij merkte7181 zeer nauw7182 op,7181 8689 met grote7227 opmerking.7182 En hij riep:7121 8799 leeuw,738 !136 ik sta5975 8802 op den wachttoren4707 geduriglijk8548 bij dag,3119 en op mijn hoede4931 zet ik mij5324 8737 ganse nachten.3915 En zie nu, daar komt935 8802 een wagen7393 mannen,376 [en] een paar6776 ruiters!6571 antwoordde hij,6030 8799 en zeide:559 8799 894 is gevallen,5307 8804 zij is gevallen!5307 8804 en al de gesneden beelden6456 harer goden430 heeft verbroken7665 8765 tegen de aarde.776 O mijn dorsing,4098 en de tarwe1121 mijns dorsvloers!1637 wat ik gehoord heb8085 8804 van den HEERE3068 der heirscharen,6635 den God430 ,3478 dat heb ik ulieden aangezegd.5046 8689 De last4853 van .1746 roept7121 8802 tot mij uit :8165 !8104 8802 wat is er van den nacht?3915 !8104 8802 wat is er van den nacht?3915 De wachter8104 8802 zeide:559 8804 De morgenstond1242 is gekomen,857 8804 en het is nog nacht;3915 wilt gijlieden vragen,1158 8799 vraagt;1158 8798 keert weder,7725 8798 komt.857 8798 De last4853 tegen .6152 In het woud3293 van Arabie6152 zult gijlieden vernachten,3885 8799 o gij reizende gezelschappen736 van !1720 Komt857 8689 den dorstige6771 tegemoet7125 8800 [met] water;4325 de inwoners3427 8802 des lands776 van Thema8485 zijn den vluchtende5074 8802 met zijn brood3899 bejegend.6923 8765 Want zij vluchten5074 8804 voor6440 de zwaarden,2719 voor6440 het uitgetrokken5203 8803 zwaard,2719 en voor6440 den gespannen1869 8803 boog,7198 en voor6440 de zwarigheid3514 des krijgs.4421 Want alzo heeft de HEERE136 tot mij gezegd:559 8804 binnen een jaar,8141 gelijk de jaren8141 eens dagloners7916 zijn, zo zal de heerlijkheid3519 van Kedar6938 ten ondergaan.3615 8804 En het overgebleven7605 getal4557 der schutters,7198 de helden1368 der ,1121 6938 zullen minder worden,4591 8799 want de HEERE,3068 de God430 Israels3478 heeft het gesproken.1696 8765