Isaiah 22:17
“Zie, de HEERE3068 zal u wegwerpen2904 8772 met een mannelijke1397 wegwerping,2925 en Hij zal u ganselijk5844 8800 overdekken.5844 8802”
Isaiah 22:17 — Statenvertaling (1637)
Verse 17 of 25 in Isaiah chapter 22 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 22 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De last4853 van het dal1516 des gezichts.2384 is u nu,645 dat gij altegader op de daken1406 klimt?5927 8804 Gij, die vol4392 van groot gedruis8663 waart, gij woelige1993 8802 stad,5892 gij, vrolijk huppelende5947 stad,7151 Uw verslagenen2491 zijn niet verslagen2491 met het zwaard,2719 noch gestorven4191 8801 in den strijd.4421 Al uw oversten7101 zijn te zamen3162 weggevlucht;5074 8804 zij zijn van de schutters7198 gebonden,631 8795 allen, die in u gevonden zijn,4672 8737 zijn samengebonden,3162 631 8795 zij zijn van verre7350 gevloden.1272 8804 Daarom zeg ik:559 8804 het gezicht van mij af;8159 8798 laat mij bitterlijk4843 8762 wenen;1065 dringt niet aan,213 8686 om mij te troosten5162 8763 over de verstoring7701 der dochteren1323 mijns volks.5971 Want het is een dag3117 van beroering,4103 en van vertreding,4001 en van verwarring3998 van den ,136 den HEERE3069 der heirscharen,6635 in het dal1516 des gezichts,2384 [een] [dag] van ontmuring6979 8772 des muurs,7023 en van geschreeuw7771 naar het gebergte2022 toe. Want 5867 heeft den pijlkoker827 genomen,5375 8804 de man120 is op den wagen,7393 er zijn ruiters;6571 en Kir7024 ontbloot6168 8765 het schild.4043 En het zal geschieden, dat uw uitgelezen4005 dalen6010 vol4390 wagenen7393 zullen zijn,4390 8804 en dat de ruiters6571 zich gewisselijk7896 8800 zullen zetten7896 8804 ter poorten8179 aan. En hij zal het deksel4539 van Juda3063 ontdekken;1540 8762 en te dien dage3117 zult gij zien5027 8686 naar de wapenen5402 in het huis1004 des wouds.3293 En gijlieden zult bezien7200 8804 de reten1233 der stad5892 ,1732 omdat zij vele zijn;7231 8804 en gij zult de wateren4325 des ondersten8481 vijvers1295 vergaderen.6908 8762 Gij zult ook de huizen1004 van Jeruzalem3389 tellen;5608 8804 en gij zult huizen1004 afbreken,5422 8799 om de muren2346 te bevestigen.1219 8763 Ook zult gij een gracht4724 maken6213 8804 tussen beide de muren,2346 voor de wateren4325 des ouden3465 vijvers;1295 maar gij zult niet opwaarts zien5027 8689 op , Die zulks gedaan heeft,6213 8802 noch aanmerken7200 8804 , Die dat van [verre] [tijden7350 ] geformeerd heeft.3335 8802 En te dien dage3117 zal de ,136 de HEERE3069 der heirscharen,6635 roepen7121 8799 tot geween,1065 en tot rouwklage,4553 en tot kaalheid,7144 en tot omgording2296 8800 des zaks.8242 Maar ziet, er is vreugde8342 en blijdschap8057 met runderen1241 te doden,2026 8800 en schapen6629 te kelen,7819 8800 vlees1320 te eten,398 8800 en wijn3196 te drinken,8354 8800 [en] [te] [zeggen]: Laat ons eten398 8800 en drinken,8354 8800 want morgen4279 zullen wij sterven.4191 8799 Maar de HEERE3068 der heirscharen6635 heeft voor mijn oren241 geopenbaard,1540 8738 [zeggende]: Indien ulieden deze ongerechtigheid5771 verzoend wordt,3722 8792 totdat gij sterft!4191 8799 zegt559 8804 de ,136 de HEERE3069 der heirscharen.6635 Alzo zegt559 8804 de ,136 de HEERE3069 der heirscharen:6635 Ga heen,3212 8798 ga in935 8798 tot dien schatmeester,5532 8802 tot ,7644 den hofmeester,1004 [en] [spreek]: Wat4100 hebt gij hier,6311 of wien4310 hebt gij hier,6311 dat gij u hier6311 een graf6913 uitgehouwen hebt2672 8804 [als] die zijn graf6913 in de hoogte4791 uithouwt,2672 8802 die een woning4908 voor zich op een rotssteen5553 laat aftekenen?2710 8802 Zie, de HEERE3068 zal u wegwerpen2904 8772 met een mannelijke1397 wegwerping,2925 en zal u ganselijk5844 8800 overdekken.5844 8802 Hij zal u gewisselijk6801 8800 voortrollen,6801 8799 gelijk men een bal1754 rolt,6802 in een land,776 wijd7342 van begrip;3027 aldaar zult gij sterven,4191 8799 en aldaar zullen uw heerlijke3519 wagenen4818 zijn, o gij schandvlek7036 van het huis1004 uws heren!113 En Ik zal u afstoten1920 8804 van uw staat,4673 en van uw stand4612 zal u verstoren.2040 8799 En het zal te dien dage3117 geschieden, dat Ik knecht,5650 ,471 den zoon1121 van ,2518 roepen zal.7121 8804 En Ik zal hem met uw rok3801 bekleden,3847 8689 en Ik zal hem met uw gordel73 sterken,2388 8762 en uw heerschappij4475 zal Ik in zijn hand3027 geven;5414 8799 en hij zal den inwoneren3427 8802 te Jeruzalem3389 en den huize1004 van Juda3063 tot een vader1 zijn. En Ik zal den sleutel4668 van het huis1004 van 1732 op zijn schouder7926 leggen;5414 8804 en hij zal opendoen,6605 8804 en niemand zal sluiten,5462 8802 en hij zal sluiten,5462 8804 en niemand zal opendoen.6605 8802 En Ik zal hem [als] een nagel3489 inslaan8628 8804 in een vaste539 8737 plaats;4725 en hij zal wezen tot een stoel3678 der eer3519 voor het huis1004 zijns vaders.1 En men zal aan hem hangen8518 8804 alle heerlijkheid3519 van het huis1004 zijns vaders,1 der uitspruitelingen6631 en der afkomelingen,6849 [ook] alle kleine6996 vaten,3627 van de vaten3627 der bekers101 af, zelfs tot al de vaten3627 der flessen.5035 Te dien dage,3117 spreekt5002 8803 de HEERE3068 der heirscharen,6635 zal die nagel,3489 die aan een vaste539 8737 plaats4725 gestoken was,8628 8803 weggenomen worden;4185 8799 en hij zal afgehouwen worden,1438 8738 en hij zal vallen,5307 8804 en de last,4853 die daaraan is, zal afgesneden worden;3772 8738 want de HEERE3068 heeft het gesproken.1696 8765