Isaiah 25:11
“En Hij zal Zijn handen3027 uitbreiden6566 8765 in het midden7130 van hen, gelijk als een zwemmer7811 8802 [die] uitbreidt6566 8762 om te zwemmen,7811 8800 en Hij zal hun hoogmoed1346 vernederen8213 8689 met de lagen698 hunner handen.3027”
Isaiah 25:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 12 in Isaiah chapter 25 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 25 — full chapter (Statenvertaling (1637))
HEERE!3068 zijt mijn God,430 U zal ik verhogen,7311 8787 Uw Naam8034 zal ik loven,3034 8686 want hebt 6382 gedaan;6213 8804 [Uw] raadslagen6098 van verre7350 zijn waarheid530 [en] vastigheid.544 Want hebt van de stad5892 een steenhoop1530 gemaakt;7760 8804 de vaste1219 8803 stad7151 tot een vervallen hoop;4654 het paleis759 der vreemdelingen,2114 8801 dat het geen stad5892 meer zij, in eeuwigheid5769 zal zij niet herbouwd worden.1129 8735 Daarom zal U een machtig5794 volk5971 eren,3513 8762 de stad7151 der tirannische6184 volken1471 zal U vrezen.3372 8799 Want zijt den arme1800 een Sterkte4581 geweest, een Sterkte4581 den nooddruftige,34 als hem bange6862 was; een Toevlucht4268 tegen den vloed,2230 een Schaduw6738 tegen de hitte;2721 want het blazen7307 der tirannen6184 is als een vloed2230 [tegen] een wand.7023 Gelijk de hitte2721 in een dorre plaats,6724 zult de onstuimigheid7588 der vreemdelingen2114 8801 nederdrukken;3665 8686 [gelijk] de hitte2721 door de schaduw6738 ener dikke wolk,5645 zal het gezang2159 der tirannen6184 vernederd worden.6030 8799 En de HEERE3068 der heirscharen6635 zal op dezen berg2022 allen volken5971 een vetten8081 maaltijd4960 maken,6213 8804 een maaltijd4960 van reinen wijn,8105 van vet8081 vol mergs,4229 8794 van reine wijnen,8105 die gezuiverd zijn.2212 8794 En zal op dezen berg2022 verslinden1104 8765 het bewindsel3875 des aangezichts,6440 waarmede alle volken5971 bewonden zijn,3874 8802 en het deksel,4541 waarmede alle natien1471 bedekt zijn.5259 8803 Hij zal den dood4194 verslinden1104 8765 tot overwinning,5331 en de Heere136 HEERE3069 zal de tranen1832 van alle aangezichten6440 afwissen;4229 8804 en zal de smaadheid2781 volks5971 van de ganse aarde776 wegnemen;5493 8686 want de HEERE3068 heeft het gesproken.1696 8765 En men zal te dien dage3117 zeggen:559 8804 , Deze is onze God;430 wij hebben verwacht,6960 8765 en zal ons zalig maken.3467 8686 is de HEERE,3068 wij hebben verwacht,6960 8765 wij zullen ons verheugen1523 8799 en verblijden8055 8799 in zaligheid.3444 Want de hand3027 des HEEREN3068 zal op dezen berg2022 rusten;5117 8799 maar 4124 zal onder verdorst worden,1758 8736 gelijk het stro4963 verdorst wordt1758 8738 tot1119 mest.4325 8675 4087 En zal handen3027 uitbreiden6566 8765 in het midden7130 van hen, gelijk als een zwemmer7811 8802 [die] uitbreidt6566 8762 om te zwemmen,7811 8800 en zal hun hoogmoed1346 vernederen8213 8689 met de lagen698 hunner handen.3027 En zal de hoge4869 vesten4013 uwer muren2346 buigen,7817 8689 vernederen,8213 8689 [ja], Hij zal ze ter aarde776 tot het stof6083 toe doen reiken.5060 8689