Isaiah 26:3
“Het is een bevestigd5564 8803 voornemen,3336 Gij zult allerlei7965 vrede7965 bewaren,5341 8799 want men heeft op U vertrouwd.982 8803”
Isaiah 26:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 21 in Isaiah chapter 26 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 26 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Te dien dage3117 zal dit lied7892 gezongen worden7891 8714 in het land776 van ;3063 hebben een sterke5797 stad,5892 [God] stelt7896 8799 heil3444 tot muren2346 en voorschansen.2426 Doet de poorten8179 open,6605 8798 dat het rechtvaardige6662 volk1471 daarin ga,935 8799 hetwelk de getrouwigheden529 bewaart.8104 8802 Het is een bevestigd5564 8803 voornemen,3336 zult allerlei7965 vrede7965 bewaren,5341 8799 want men heeft op U vertrouwd.982 8803 Vertrouwt982 8798 op den HEERE3068 tot in der eeuwigheid;5703 want in den Heere3050 HEERE3068 is een eeuwige5769 rotssteen.6697 Want buigt7817 de hooggezetenen4791 3427 8802 neder,7817 8689 de verheven7682 8737 stad;7151 vernedert8213 8686 ze, Hij vernedert8213 8686 ze tot de aarde776 toe, Hij doet ze tot aan het stof6083 reiken.5060 8686 De voet7272 zal ze vertreden,7429 8799 de voeten7272 des ellendigen,6041 de treden6471 der armen.1800 Het pad734 des rechtvaardigen6662 is geheel effen,4339 den gang4570 des rechtvaardigen6662 weegt Gij6424 8762 recht.3477 Wij hebben ook in den weg734 gerichten,4941 U, o HEERE!3068 verwacht;6960 8765 tot Uw Naam8034 en tot Uw gedachtenis2143 is de begeerte8378 [onzer] ziel.5315 [] mijn ziel5315 heb ik U begeerd183 8765 in den nacht,3915 ook zal ik [met] mijn geest,7307 [die] in het binnenste7130 van mij is, U vroeg zoeken;7836 8762 want wanneer Uw gerichten4941 op de aarde776 zijn, zo leren3925 8804 de inwoners3427 8802 der wereld8398 gerechtigheid.6664 Wordt den goddeloze7563 genade bewezen,2603 8717 hij leert3925 8804 [evenwel] geen1077 gerechtigheid,6664 hij drijft onrecht5765 8762 in een gans richtig5229 land,776 en hij ziet7200 de hoogheid1348 des HEEREN3068 niet1077 aan.7200 8799 HEERE!3068 is Uw hand3027 verhoogd,7311 8804 zij zien2372 8799 het niet; [maar] zij zullen het zien,2372 8799 en beschaamd worden,954 8799 [vanwege] den ijver7068 [over] [Uw] volk,5971 ook zal het vuur784 Uw wederpartijders6862 verteren.398 8799 HEERE!3068 zult ons vrede7965 bestellen,8239 8799 want hebt ons ook al onze zaken4639 uitgericht.6466 8804 HEERE,3068 onze God!430 [andere] heren,113 behalve2108 , hebben over ons geheerst;1166 8804 [doch] door U alleen gedenken wij2142 8686 .8034 Dood4191 8801 zijnde zullen zij niet [weder] leven,2421 8799 overleden7496 zijnde zullen zij niet opstaan;6965 8799 daarom hebt hen bezocht,6485 8804 en hebt hen verdelgd,8045 8686 en hebt al hun gedachtenis2143 doen vergaan.6 8762 Gij, o HEERE!3068 hadt dit volk1471 vermeerderd,3254 8804 hadt dit volk1471 vermeerderd;3254 8804 waart verheerlijkt geworden;3513 8738 [maar] hebt hen [in] al de einden7099 des aardrijks776 verre weggedaan.7368 8765 HEERE!3068 in benauwdheid6862 hebben zij U bezocht;6485 8804 zij hebben [hun] stil gebed3908 uitgestort,6694 8804 als Uw tuchtiging4148 over hen was. Gelijk3644 een bevruchte vrouw,2030 als zij nadert7126 8686 tot het baren,3205 8800 smarten heeft,2342 8799 en schreeuwt2199 8799 in haar weeen,2256 alzo zijn wij geweest, o HEERE!3068 vanwege Uw aangezicht.6440 Wij waren bevrucht,2029 8804 wij hadden de smarten,2342 8804 [maar] wij hebben [niet] 3644 wind7307 gebaard;3205 8804 wij deden6213 8799 het land776 geen behoudenis3444 aan, en de inwoners3427 8802 der wereld8398 vielen5307 niet1077 neder.5307 8799 Uw doden4191 8801 zullen leven,2421 8799 [ook] mijn dood lichaam,5038 zij zullen opstaan;6965 8799 waakt op6974 8685 en juicht,7442 8761 gij, die in het stof6083 woont!7931 8802 want uw dauw2919 zal zijn [als] een dauw2919 der moeskruiden,219 en het land776 zal de overledenen7496 uitwerpen.5307 8686 Ga henen,3212 8798 mijn volk!5971 ga935 8798 in uw binnenste kamers,2315 en sluit5462 8798 uw deuren1817 na u toe; verberg u2247 8798 als een klein4592 ogenblik,7281 totdat de gramschap2195 overga.5674 8799 Want ziet, de HEERE3068 zal uit plaats4725 uitgaan,3318 8802 om de ongerechtigheid5771 van de inwoners3427 8802 der aarde776 over hen te bezoeken;6485 8800 en de aarde776 zal haar bloed1818 ontdekken,1540 8765 en zal haar doodgeslagenen2026 8803 niet langer bedekt houden.3680 8762