Isaiah 28:16
“Daarom, alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 Ziet, Ik leg3245 8765 een grondsteen68 in Sion,6726 een beproefden976 steen,68 een kostelijken3368 hoeksteen,6438 die wel vast4143 gegrondvest is;3245 8716 wie gelooft,539 8688 die zal niet haasten.2363 8686”
Isaiah 28:16 — Statenvertaling (1637)
Verse 16 of 29 in Isaiah chapter 28 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 28 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Wee1945 de hovaardige1348 kroon5850 der dronkenen7910 van ,669 welker heerlijk6643 sieraad8597 is een afvallende5034 8802 bloem,6731 die daar is op het hoofd7218 der zeer vette8081 vallei,1516 der geslagenen1986 8803 van den wijn.3196 Ziet, de Heere136 heeft een sterke2389 en machtige,533 er is gelijk een hagelvloed,2230 1259 een poort8178 des verderfs;8178 gelijk een vloed2230 der sterke3524 wateren;4325 die overvloeien,7857 8802 zal ze ter aarde776 nederwerpen3240 8689 met de hand.3027 De hovaardige1348 kronen5850 der dronkenen7910 van Efraim669 zullen met voeten7272 vertreden worden.7429 8735 En de afvallende5034 8802 bloem6733 zijns heerlijken6643 sieraads,8597 die op het hoofd7218 der zeer vette8081 vallei1516 is, zal zijn gelijk een vroegrijpe vrucht1061 voor den zomer,7019 welke, wanneer ze iemand7200 8802 ziet,7200 8799 terwijl zij nog in zijn hand3709 is, slokt hij ze op.1104 8799 Te dien dage3117 zal de HEERE3068 der heirscharen6635 tot een heerlijke6643 Kroon5850 en tot een sierlijken8597 Krans6843 zijn den overgeblevenen7605 volks;5971 En tot een Geest7307 des oordeels4941 dien, die ten oordeel4941 zit,3427 8802 en tot een sterkte1369 dengenen, die den strijd4421 afkeren7725 8688 tot de poort8179 toe. En ook dwalen7686 8804 dezen428 van den wijn,3196 en zij dolen8582 8804 van den sterken drank;7941 de priester3548 en de profeet5030 dwalen7686 8804 van den sterken drank;7941 zij zijn verslonden1104 8738 van4480 den wijn,3196 zij dolen8582 8804 van sterken drank;7941 zij dwalen7686 8804 in het gezicht;7203 zij waggelen6328 8804 in het gericht.6417 Want alle tafels7979 zijn vol4390 8804 van uitspuwsel6892 [en] van drek,6675 zodat er geen plaats4725 [schoon] is. Wien zou [] de kennis1844 leren,3384 8686 en wien zou het gehoorde8052 te verstaan geven?995 8799 gespeenden1580 8803 van de melk,2461 den afgetrokkenen6267 van de borsten?7699 Want het is gebod6673 op gebod,6673 gebod6673 op gebod,6673 regel6957 op regel,6957 regel6957 op regel,6957 hier een weinig,2191 daar een weinig.2191 Daarom zal door belachelijke3934 lippen,8193 en door een andere312 tong3956 tot dit volk5971 spreken;1696 8762 Tot dewelken gezegd heeft:559 8804 is de rust,4496 geeft5117 den moeden5889 rust,5117 8685 en dit is de verkwikking;4774 doch zij hebben niet willen14 8804 horen.8085 8800 Zo zal hun het woord1697 des HEEREN3068 zijn; gebod6673 op gebod,6673 gebod6673 op gebod,6673 regel6957 op regel,6957 regel6957 op regel,6957 hier een weinig,2191 daar een weinig;2191 opdat zij heengaan,3212 8799 en achterwaarts268 vallen,3782 8804 en verbreken,7665 8738 en verstrikt3369 8738 en gevangen worden.3920 8738 Daarom, hoort8085 8798 des HEEREN3068 woord,1697 gij bespotters,3944 582 gij heersers4910 8802 over dit volk,5971 dat te Jeruzalem3389 is! Omdat gijlieden zegt:559 8804 hebben een verbond1285 met den dood4194 gemaakt,3772 8804 en met de hel7585 hebben wij een voorzichtig verdrag2374 gemaakt;6213 8804 wanneer de overvloeiende7857 8802 gesel7752 8675 7885 doortrekken zal,5674 8799 8675 5674 8804 zal hij tot ons niet komen;935 8799 want wij hebben de leugen3577 ons tot een toevlucht4268 gesteld,7760 8804 en onder de valsheid8267 hebben wij ons verborgen.5641 8738 Daarom, alzo zegt559 8804 de Heere136 HEERE:3069 , Ik leg3245 8765 een grondsteen68 in ,6726 een beproefden976 steen,68 een kostelijken3368 hoeksteen,6438 die wel vast4143 gegrondvest is;3245 8716 wie gelooft,539 8688 die zal niet haasten.2363 8686 En Ik zal het gericht4941 stellen7760 8804 naar het richtsnoer,6957 en de gerechtigheid6666 naar het paslood;4949 en de hagel1259 zal de toevlucht4268 der leugen3577 wegvagen,3261 8804 en de wateren4325 zullen de schuilplaats5643 overlopen.7857 8799 En ulieder verbond1285 met den dood4194 zal te niet worden,3722 8795 en uw voorzichtig verdrag2380 met de hel7585 zal niet bestaan;6965 8799 wanneer de overvloeiende7857 8802 gesel7752 doortrekken zal,5674 8799 zult gijlieden van denzelven vertreden worden.4823 Van den tijd1767 af, als hij doortrekt,5674 8800 zal hij ulieden wegnemen,3947 8799 want allen1242 morgen1242 zal hij doortrekken,5674 8799 bij dag3117 en bij nacht;3915 en het zal geschieden, dat het gerucht8052 te verstaan,995 8687 enkel beroering2113 wezen zal. Want het bed4702 zal korter zijn,7114 8804 dat men zich daarop uitstrekken kunne;8311 8692 en het deksel4541 zal te smal wezen,6887 8804 als men zich [daaronder] voegt.3664 8692 Want de HEERE3068 zal opmaken,6965 8799 gelijk op den berg2022 ,6559 zal beroerd zijn,7264 8799 gelijk [in] het dal6010 van ,1391 om werk4639 te doen,6213 8800 werk4639 zal vreemd zijn;2114 8801 en om daad5656 te doen,5647 8800 daad5656 zal vreemd zijn!5237 Nu , drijft den spot3887 8698 niet, opdat uw banden4147 niet vaster gemaakt worden;2388 8799 want ik heb van den Heere136 HEERE3069 der heirscharen6635 gehoord8085 8804 een verdelging,3617 ja, een, die vast besloten is2782 8737 over het ganse land.776 Neemt ter ore238 8685 en hoort8085 8798 mijn stem,6963 merkt op7181 8685 en hoort8085 8798 mijn rede!565 Ploegt2790 8799 de ploeger2790 8802 den gehelen dag3117 om te zaaien?2232 8800 Opent6605 8762 en egt hij7702 8762 zijn land127 [den] [gehelen] [dag]? Is het niet alzo? Wanneer hij het bovenste6440 van hetzelve effen gemaakt heeft,7737 8765 strooit hij6327 8689 wikken,7100 en spreidt2236 8799 komijn,3646 of hij werpt7760 8804 er van de beste7795 tarwe2406 in, of uitgelezen5567 8737 gerst,8184 of spelt,3698 elk aan zijn plaats.1367 En zijn God430 onderricht3256 8765 hem van de wijze,4941 leert3384 8686 hem. Want men dorst1758 8714 de wikken7100 niet met den dorswagen,2742 en men laat het wagenrad5699 212 niet rondom5437 over het komijn3646 gaan;5437 8714 maar de wikken7100 slaat men uit2251 8735 met een staf,4294 en het komijn3646 met een stok;7626 Het brood3899 [koren] moet verbrijzeld worden,1854 8714 maar hij dorst1758 8799 het niet geduriglijk5331 dorsende;156 8800 noch hij breekt2000 8804 [het] [met] het wiel1536 zijns wagens,5699 noch hij verbrijzelt1854 8799 het met zijn paarden.6571 Zulks komt ook voort3318 8804 van den HEERE3068 der heirscharen;6635 is wonderlijk6381 8689 van raad,6098 is groot1431 8689 van daad.8454