Isaiah 29:1
“Wee1945 Ariel,740 Ariel!740 de stad,7151 [waarin] David1732 gelegerd heeft;2583 8804 doet5595 8798 jaar8141 tot jaar;8141 laat ze feestofferen2282 slachten.5362 8799”
Isaiah 29:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 24 in Isaiah chapter 29 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 29 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Wee1945 ,740 !740 de stad,7151 [waarin] 1732 gelegerd heeft;2583 8804 doet5595 8798 jaar8141 tot jaar;8141 laat ze feestofferen2282 slachten.5362 8799 Evenwel zal Ik Ariel740 beangstigen,6693 8689 en er zal treuring8386 en droefheid592 wezen, en [die] [stad] zal gelijk Ariel740 zijn. Want Ik zal een leger2583 in het rond om1754 u slaan,2583 8804 en Ik zal u belegeren6696 8804 met bolwerken,4674 en Ik zal vestingen4694 tegen u opwerpen.6965 8689 zult gij vernederd worden,8213 8804 gij zult uit de aarde776 spreken,1696 8762 en uw spraak565 zal uit het stof6083 zachtjes voortkomen;7817 8735 en uw stem6963 zal zijn uit de aarde776 als van een tovenaar,178 en uw spraak565 zal uit het stof6083 piepen.6850 8770 En de menigte1995 uwer vreemde2114 8801 [soldaten] zal zijn gelijk dun1851 stof,80 en de menigte1995 der tirannen6184 als voorbijvliegend5674 8802 kaf;4671 en het zal in een ogenblik6621 haastelijk6597 geschieden. Gij zult van den HEERE3068 der heirscharen6635 bezocht worden6485 8735 met donder,7482 en met aardbeving,7494 en groot1419 geluid,6963 [met] wervelwind,5492 en onweder,5591 en de vlam3851 eens verterenden398 8802 vuurs.784 En gelijk de droom2472 van een nachtgezicht3915 2377 is, [alzo] zal de veelheid1995 aller heidenen1471 zijn, die tegen Ariel740 strijden zullen;6633 8802 zelfs allen, die tegen haar en haar vestingen4685 strijden,6638 8802 en haar beangstigen zullen.6693 8688 Het zal alzo zijn, gelijk wanneer een hongerige7457 droomt,2492 8799 en ziet, hij eet;398 8802 maar als hij ontwaakt,6974 8689 zo is zijn ziel5315 ledig;7386 of, gelijk als wanneer834 een dorstige6771 droomt,2492 8799 en ziet, hij drinkt;8354 8802 maar als hij ontwaakt,6974 8689 ziet, zo is hij nog mat,5889 en zijn ziel5315 is begerig;8264 8802 alzo zal de menigte1995 aller heidenen1471 zijn, die tegen den berg2022 Sion6726 krijgen.6633 8802 Zij vertoeven,4102 8697 daarom verwondert u;8539 8798 zij zijn vrolijk,8173 8697 derhalve roept gijlieden;8173 8798 zij zijn dronken,7937 8804 maar niet van wijn;3196 zij waggelen,5128 8804 maar niet van sterken drank.7941 Want de HEERE3068 heeft over ulieden uitgegoten5258 8804 een geest7307 des diepen slaaps,8639 en heeft uw ogen5869 toegesloten;6105 8762 de profeten,5030 en uw hoofden,7218 [en] de zieners2374 heeft verblind.3680 8765 Daarom is ulieden alle gezicht2380 geworden als de woorden1697 van een verzegeld2856 8803 boek,5612 hetwelk men geeft5414 8799 aan een, die lezen kan,3045 8802 5612 zeggende:559 8800 Lees7121 8798 toch dit; en hij zegt:559 8804 Ik kan3201 8799 niet, want het is verzegeld.2856 8803 Of men geeft5414 8738 het boek5612 aan een, die niet lezen kan,3045 8804 5612 zeggende:559 8800 Lees7121 8798 toch dit; en hij zegt:559 8804 Ik kan niet lezen.3045 8804 5612 Want de Heere136 heeft gezegd:559 8799 dat3282 dit volk5971 [tot] [] nadert5066 8738 met zijn mond,6310 en zij met hun lippen8193 eren,3513 8765 doch hun hart3820 verre van doen;7368 8765 en hun vreze,3374 [waarmede] [zij] [vrezen], mensengeboden4687 582 zijn, die hun geleerd zijn;3925 8794 Daarom, ziet, Ik zal voorts3254 8802 wonderlijk handelen3254 8802 met dit volk,5971 wonderlijk6381 8687 en wonderbaarlijk;6382 want de wijsheid2451 zijner wijzen2450 zal vergaan,6 8804 en het verstand998 zijner verstandigen995 8737 zal zich verbergen.5641 8691 Wee1945 dengenen, die zich diep versteken willen6009 8688 voor den HEERE,3068 [hun] raad6098 verbergende;5641 8687 en welker werken4639 in duisterheid4285 geschieden, en zij zeggen:559 8799 ziet7200 8802 ons, en wie kent3045 8802 ons? Ulieder omkeren2017 8800 is, alsof de pottenbakker3335 8802 geacht werd2803 8735 als leem,2563 dat het maaksel4639 zeide559 8799 van zijn maker:6213 8802 heeft mij niet gemaakt;6213 8804 en het geformeerde vat3336 van zijn pottenbakker3335 8802 zeide:559 8804 verstaat995 8689 het niet. Is het niet nog om een klein4213 weinig,4592 dat de Libanon3844 in een vruchtbaar veld3759 zal veranderd worden,7725 8804 en het vruchtbare veld3759 voor een woud3293 geacht zal worden?2803 8735 En te dien dage3117 zullen de doven2795 horen8085 8804 de woorden1697 des ;5612 en de ogen5869 der blinden,5787 zijnde uit de donkerheid652 en uit de duisternis,2822 zullen zien.7200 8799 En de zachtmoedigen6035 zullen vreugde8057 op vreugde hebben3254 8804 in den HEERE;3068 en de behoeftigen34 onder de mensen120 zullen zich in den Heilige6918 Israels3478 verheugen.1523 8799 Wanneer de tiran6184 een einde zal hebben,656 8804 en dat het met den bespotter3887 8801 uit zal zijn,3615 8804 en dat allen, die tot ongerechtigheid205 waken,8245 8802 uitgeroeid zullen zijn;3772 8738 Die een mens120 schuldig maken2398 8688 om een woord,1697 en leggen dien strikken,6983 8799 die [hen] bestraft3198 8688 in de poort;8179 en die den rechtvaardige6662 verdrijven5186 8686 in het woeste.8414 Daarom zegt559 8804 de HEERE,3068 85 verlost heeft,6299 8804 tot het huis1004 van Jakob3290 alzo: Jakob3290 zal nu niet [meer] beschaamd worden,954 8799 en nu zal zijn aangezicht6440 niet [meer] bleek worden;2357 8799 Want als hij zijn kinderen,3206 het werk4639 handen,3027 zien zal7200 8800 in het midden7130 van hen, zullen zij Naam8034 heiligen;6942 8686 en zij zullen den Heilige6918 Jakobs3290 heiligen,6942 8689 en den God430 van 3478 vrezen.6206 8686 En die dwalende8582 van geest7307 zijn,8582 8802 zullen tot verstand998 komen,3045 8804 en de murmureerders7279 8803 zullen de lering3948 aannemen.3925 8799