Isaiah 40:3
“Een stem6963 des roependen7121 8802 in de woestijn:4057 Bereidt6437 8761 den weg1870 des HEEREN,3068 maakt recht3474 8761 in de wildernis6160 een baan4546 voor onzen God!430”
Isaiah 40:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 31 in Isaiah chapter 40 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 40 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Troost,5162 8761 troost5162 8761 volk,5971 zal ulieder God430 zeggen.559 8799 Spreekt1696 8761 naar het hart3820 van ,3389 en roept haar toe,7121 8798 dat haar strijd6635 vervuld is,4390 8804 dat haar ongerechtigheid5771 verzoend is,7521 8738 dat zij van de hand3027 des HEEREN3068 dubbel3718 ontvangen heeft3947 8804 voor al haar zonden.2403 Een stem6963 des roependen7121 8802 in de woestijn:4057 Bereidt6437 8761 den weg1870 des HEEREN,3068 maakt recht3474 8761 in de wildernis6160 een baan4546 voor onzen God!430 Alle dalen1516 zullen verhoogd worden,5375 8735 en alle bergen2022 en heuvelen1389 zullen vernederd worden;8213 8799 en wat krom6121 is, dat zal recht,4334 en wat hobbelachtig7406 is, dat zal tot een vallei1237 gemaakt worden. En de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 zal geopenbaard worden;1540 8738 en alle vlees1320 te gelijk3162 zal zien,7200 8804 dat [het] de mond6310 des HEEREN3068 gesproken heeft.1696 8765 Een stem6963 zegt:559 8802 !7121 8798 En hij zegt:559 8804 zal ik roepen?7121 8799 vlees1320 is gras,2682 en al zijn goedertierenheid2617 als een bloem6731 des velds.7704 Het gras2682 verdort,3001 8804 de bloem6731 valt af,5034 8804 als de Geest7307 des HEEREN3068 daarin blaast;5380 8804 voorwaar,403 het volk5971 is gras.2682 Het gras2682 verdort,3001 8804 de bloem6731 valt af;5034 8804 maar het Woord1697 onzes Gods430 bestaat6965 8799 in der eeuwigheid.5769 O ,6726 gij verkondigster van goede boodschap,1319 8764 klim op5927 8798 een hogen1364 berg;2022 o ,3389 gij verkondigster van goede boodschap,1319 8764 hef7311 uw stem6963 op7311 8685 met macht,3581 hef ze op,7311 8685 vrees3372 8799 niet, zeg559 8798 den steden5892 van :3063 [hier] is uw God!430 Ziet, de Heere136 HEERE3069 zal komen935 8799 tegen den sterke,2389 en arm2220 zal heersen;4910 8802 ziet, Zijn loon7939 is bij , en arbeidsloon6468 is voor aangezicht.6440 Hij zal kudde5739 weiden7462 8799 gelijk een herder;7462 8802 zal de lammeren2922 in armen2220 vergaderen,6908 8762 en in schoot2436 dragen;5375 8799 de zogenden5763 8802 zal zachtjes leiden.5095 8762 Wie heeft de wateren4325 met vuist8168 gemeten,4058 8804 en van de hemelen8064 met de 2239 de maat genomen,8505 8765 en heeft met een drieling7991 het stof6083 der aarde776 begrepen,3557 8804 en de bergen2022 gewogen8254 8804 in een waag,6425 en de heuvelen1389 in een weegschaal?3976 Wie heeft den Geest7307 des HEEREN3068 bestierd,8505 8765 en [wie] heeft [als] raadsman376 6098 onderwezen?3045 8686 Met wien heeft raad gehouden,3289 8738 die verstand zou geven,995 8799 en zou leren3925 8762 van het pad734 des rechts,4941 en wetenschap1847 zou leren,3925 8762 en zou bekend maken3045 8686 den weg1870 des veelvoudigen verstands?8394 Ziet, de volken1471 zijn geacht2803 8738 als een druppel4752 van een emmer,1805 en als een stofje7834 van de weegschaal;3976 ziet, Hij werpt5190 de eilanden339 henen5190 8799 als dun stof!1851 En de Libanon3844 is niet369 genoegzaam1767 om te branden,1197 8763 en zijn gedierte2416 is niet genoegzaam1767 ten brandoffer.5930 Alle volken1471 zijn als niets voor ; en zij worden bij geacht2803 8738 minder niet,657 en ijdelheid.8414 Bij wien zult gij God410 vergelijken,1819 8762 of wat gelijkenis1823 zult gij op toepassen?6186 8799 De werkmeester2796 giet5258 8804 een beeld,6459 en de goudsmid6884 8802 overtrekt7554 8762 het met goud,2091 en giet6884 8802 er zilveren3701 ketenen7577 [toe]. Die verarmd is,5533 8794 8676 5534 8765 dat hij niet te offeren8641 heeft, die kiest977 8799 een hout6086 uit, [dat] niet verrotte;7537 8799 hij zoekt zich1245 8762 een wijzen2450 werkmeester,2796 om een beeld6459 te bereiden,3559 8687 [dat] niet wankele.4131 8735 Weet gijlieden3045 8799 niet? Hoort gij8085 8799 niet? Is het u van den beginne7218 aan niet bekend gemaakt!5046 8717 gij op de grondvesten4146 der aarde776 niet gelet?995 8689 Hij is het, Die daar zit3427 8802 boven den kloot2329 der aarde,776 en derzelver inwoners3427 8802 zijn als sprinkhanen;2284 is het, Die de hemelen8064 uitspant5186 8802 als een dunnen doek,1852 en breidt ze uit4969 8799 als een tent,168 om te bewonen;3427 8800 Die de vorsten7336 8802 te niet maakt;5414 8802 de richters8199 8802 der aarde776 maakt Hij6213 8804 tot ijdelheid.8414 Ja, zij worden niet geplant,5193 8738 ja, zij worden niet gezaaid,2232 8795 ja, hun afgehouwen stam1503 wortelt8327 8782 niet in de aarde;776 ook als op hen blazen zal,5398 8804 zo zullen zij verdorren,3001 8799 en een stormwind5591 zal hen als een stoppel7179 wegnemen.5375 8799 Bij wien zult gijlieden vergelijken,1819 8762 dien Ik gelijk zij?7737 8799 zegt559 8799 de .6918 Heft5375 8798 uw ogen5869 op omhoog,4791 en ziet,7200 8798 deze dingen geschapen heeft;1254 8804 in getal4557 hun heir6635 voortbrengt;3318 8688 ze alle bij name8034 roept,7121 8799 vanwege de grootheid7230 [] krachten,202 en [omdat] sterk533 van vermogen3581 is; er wordt er niet een376 gemist.5737 8738 Waarom zegt gij559 8799 [], o !3290 en spreekt,1696 8762 o !3478 mijn weg1870 is voor den HEERE3068 verborgen,5641 8738 en mijn recht4941 gaat5674 van mijn God430 voorbij?5674 8799 Weet gij3045 8804 het niet? Hebt gij niet gehoord,8085 8804 dat de eeuwige5769 God,430 de HEERE,3068 de Schepper1254 8802 van de einden7098 der aarde,776 noch moede3286 8799 noch mat wordt?3021 8799 Er is geen doorgronding2714 van verstand.8394 Hij geeft5414 8802 den moeden3287 kracht,3581 en vermenigvuldigt7235 8686 de sterkte6109 dien, die geen krachten202 heeft. De jongen5288 zullen moede3286 8799 en mat worden,3021 8799 en de jongelingen970 zullen gewisselijk3782 8800 vallen;3782 8735 Maar dien den HEERE3068 verwachten,6960 8802 zullen de kracht3581 vernieuwen;2498 8686 zij zullen opvaren5927 8799 met vleugelen,83 gelijk de arenden;5404 zij zullen lopen,7323 8799 en niet moede worden;3021 8799 zij zullen wandelen,3212 8799 en niet mat worden.3286 8799