Isaiah 41:10

“Vrees3372 8799 niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd,8159 8691 want Ik ben uw God;430 Ik sterk553 8765 u, ook help Ik5826 8804 u, ook ondersteun Ik8551 8804 u met de rechterhand3225 Mijner gerechtigheid.6664”

Isaiah 41:10 — Statenvertaling (1637)

Verse 10 of 29 in Isaiah chapter 41 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Isaiah 41 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Zwijgt2790 8685 voor , gij eilanden!339 en laat de volken3816 de kracht3581 vernieuwen;2498 8686 laat ze toetreden,5066 8799 laat ze spreken;1696 8762 laat ons samen3162 ten gerichte4941 naderen.7126 8799 Wie heeft van den opgang4217 dien rechtvaardige6664 verwekt?5782 8689 heeft hem geroepen7121 8799 op zijn voet?7272 de heidenen1471 voor zijn aangezicht6440 gegeven,5414 8799 en gemaakt, dat hij [over] koningen4428 heerste?7287 8686 heeft ze zijn zwaard2719 gegeven5414 8799 als stof,6083 zijn boog7198 als een voortgedreven5086 8737 stoppel?7179 Dat hij ze najaagde7291 8799 [en] doortrok5674 8799 [met] vrede,7965 door een pad,734 [hetwelk] hij met zijn voeten7272 niet gegaan had?935 8799 Wie heeft [dit] gewrocht6466 8804 en gedaan,6213 8804 roepende7121 8802 de geslachten1755 van den beginne?7218 Ik, de HEERE,3068 de Eerste7223 ben, en met den Laatste314 ben Ik . De eilanden339 zagen7200 8804 het, en zij vreesden;3372 8799 de einden7098 der aarde776 beefden;2729 8799 zij naderden7126 8804 en kwamen toe;857 8799 De een376 hielp5826 8799 den ander,7453 en zeide559 8799 tot zijn metgezel:251 sterk!2388 8798 En de werkmeester2796 versterkte2388 8762 den goudsmid;6884 8802 die met den hamer6360 glad maakt,2505 8688 dien, die op het aambeeld6471 slaat,1986 8802 zeggende559 8802 van het soldeersel:1694 is goed;2896 daarna maakt hij het vast2388 8762 met nagelen,4548 dat het niet wankele.4131 8735 Maar gij, ,3478 knecht!5650 gij ,3290 dien Ik verkoren heb!977 8804 het zaad2233 van ,85 liefhebber!157 8802 Gij, welken Ik gegrepen heb2388 8689 van de einden7098 der aarde,776 en uit haar bijzonderste678 geroepen heb;7121 8804 en zeide559 8799 tot u: Gij zijt knecht;5650 u heb Ik uitverkoren,977 8804 en heb u niet verworpen.3988 8804 Vrees3372 8799 niet, want Ik ben met u; zijt niet verbaasd,8159 8691 want Ik ben uw God;430 Ik sterk553 8765 u, ook help Ik5826 8804 u, ook ondersteun Ik8551 8804 u met de rechterhand3225 gerechtigheid.6664 Ziet, zij zullen beschaamd954 8799 en te schande worden,3637 8735 allen, die tegen u ontstoken zijn;2734 8737 zij zullen worden als niet, en die lieden,582 die met u twisten,7379 zullen vergaan.6 8799 Gij zult hen zoeken,1245 8762 maar zult hen niet vinden;4672 8799 de lieden,582 die met u kijven,4695 zullen worden als niet, en die lieden, die met u oorlogen,4421 als een nietig ding.657 Want Ik, de HEERE,3068 uw God,430 grijp2388 8688 uw rechterhand3225 aan, Die tot u zeg:559 8802 Vrees3372 8799 niet, Ik help5826 8804 u. Vrees3372 8799 niet, gij wormpje8438 ,3290 gij volkje4962 !3478 Ik help5826 8804 u, spreekt5002 8803 de HEERE,3068 en uw Verlosser1350 8802 is de Heilige6918 !3478 Ziet, Ik heb u tot een scherpe2742 nieuwe2319 dorsslede4173 gesteld,7760 8804 die scherpe pinnen6374 heeft;1167 gij zult bergen2022 dorsen1758 8799 en vermalen,1854 8799 en heuvelen1389 zult gij stellen7760 8799 gelijk kaf.4671 Gij zult ze wannen,2219 8799 en de wind7307 zal ze wegnemen,5375 8799 en de stormwind5591 zal ze verstrooien;6327 8686 maar gij zult u verheugen1523 8799 in den HEERE;3068 in den Heilige6918 Israels3478 zult gij u roemen.1984 8691 De ellendigen6041 en nooddruftigen34 zoeken1245 8764 water,4325 maar er is geen, hun tong3956 versmacht5405 8804 van dorst;6772 Ik, de HEERE3068 zal hen verhoren,6030 8799 Ik, de God430 ,3478 zal hen niet verlaten.5800 8799 Ik zal rivieren5104 op de hoge plaatsen8205 openen,6605 8799 en fonteinen4599 in het midden8432 der valleien;1237 Ik zal de woestijn4057 tot een waterpoel98 4325 zetten,7760 8799 en het dorre6723 land776 tot watertochten.4161 4325 Ik zal in de woestijn4057 den cederboom,730 den sittimboom,7848 en den mirteboom,1918 en den olieachtigen8081 boom6086 zetten;5414 8799 Ik zal in de wildernis6160 stellen7760 8799 den denneboom,1265 den beuk,8410 en den busboom8391 te gelijk;3162 Opdat zij zien,7200 8799 en bekennen,3045 8799 en overleggen,7760 8799 en te gelijk3162 verstaan,7919 8686 dat de hand3027 des HEEREN3068 zulks gedaan,6213 8804 en dat de Heilige6918 Israels3478 zulks geschapen heeft.1254 8804 Brengt7126 8761 ulieder twistzaak7379 voor, zegt559 8799 de HEERE;3068 brengt5066 8685 uw vaste bewijsredenen6110 bij, zegt559 8799 de Koning4428 van .3290 Laat hen voortbrengen5066 8686 en ons verkondigen5046 8686 de dingen, die gebeuren zullen;7136 8799 verkondigt5046 8685 de vorige dingen,7223 welke die geweest zijn, opdat wij het ter harte3820 nemen,7760 8799 en het einde319 daarvan weten;3045 8799 of doet ons de toekomende dingen935 8802 horen.8085 8685 Verkondigt5046 8685 dingen, die hierna268 komen zullen,857 8802 opdat wij weten,3045 8799 dat gij goden430 zijt; ja, doet goed,3190 8686 en doet kwaad,7489 8686 dat wij verbaasd staan,8159 8691 en te zamen3162 toezien.7200 8799 Ziet, gijlieden zijt minder niet,369 en ulieder werk6467 is erger een adder;659 hij is een gruwel,8441 die ulieden verkiest.977 8799 Ik verwek5782 8689 [een] van het noorden,6828 en hij zal opkomen857 8799 van den opgang4217 der zon;8121 hij zal Naam8034 aanroepen;7121 8799 en hij zal komen935 8799 [over] de overheden5461 als [over] leem,2563 en gelijk een pottenbakker3335 8802 het slijk2916 treedt.7429 8799 Wie heeft [wat] verkondigd5046 8689 van den beginne7218 aan, dat wij het weten mogen,3045 8799 of van te voren,6440 dat wij zeggen mogen:559 8799 is rechtvaardig;6662 maar er is niemand, die het verkondigt,5046 8688 ook niemand, die [wat] horen doet,8085 8688 ook niemand, die ulieder woorden561 hoort.8085 8802 [Ik], de Eerste7223 [zeg] tot :6726 ,2009 zie2009 ze [daar]! en tot :3389 Ik zal een blijden boodschapper1319 8764 geven.5414 8799 Want Ik zag toe,7200 8799 maar er was niemand,376 zelfs onder dezen, maar er was geen raadgever,3289 8802 dat Ik hen zou vragen,7592 8799 en zij antwoord1697 geven zouden.7725 8686 Ziet, zij zijn altemaal ijdelheid,205 hun werken4639 zijn een nietig ding,657 hun gegoten beelden5262 zijn wind,7307 en een ijdel ding.8414

Every verse in Isaiah 41

Chapter navigation

0:000:00