Isaiah 42:17
“[Maar] die zich op gesneden beelden6459 verlaten,982 8802 die tot de gegoten beelden4541 zeggen:559 8802 Gij zijt onze goden;430 die zullen achterwaarts268 keren,5472 8738 [en] met schaamte1322 beschaamd worden.954 8799”
Isaiah 42:17 — Statenvertaling (1637)
Verse 17 of 25 in Isaiah chapter 42 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 42 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ziet, Mijn ,5650 Ik ondersteun,8551 8799 ,972 [in] [] ziel5315 een welbehagen heeft!7521 8804 Ik heb geest7307 op gegeven;5414 8804 zal het recht4941 den heidenen1471 voortbrengen.3318 8686 Hij zal niet schreeuwen,6817 8799 noch [stem] verheffen,5375 8799 noch stem6963 op de straat2351 horen laten.8085 8686 Het gekrookte7533 8803 riet7070 zal niet verbreken,7665 8799 en de rokende3544 vlaswiek6594 zal niet uitblussen;3518 8762 met waarheid571 zal het recht4941 voortbrengen.3318 8686 Hij zal niet verdonkerd worden,3543 8799 en zal niet verbroken worden,7533 8799 totdat het recht4941 op aarde776 zal hebben besteld;7760 8799 en de eilanden339 zullen naar leer8451 wachten.3176 8762 Alzo zegt559 8804 God,410 de HEERE,3068 de hemelen8064 geschapen,1254 8802 en dezelve uitgebreid heeft,5186 8802 de aarde776 uitgespannen heeft,7554 8802 en wat daaruit voortkomt;6631 den volke,5971 [dat] daarop is, den adem5397 geeft,5414 8802 en den geest7307 dengenen, die daarop wandelen:1980 8802 Ik, de HEERE,3068 heb u geroepen7121 8804 in gerechtigheid,6664 en Ik zal [u] bij uw hand3027 grijpen;2388 8686 en Ik zal u behoeden,5341 8799 en Ik zal u geven5414 8799 tot een Verbond1285 des volks,5971 tot een Licht216 der heidenen.1471 Om te openen6491 8800 de blinde5787 ogen,5869 om de gebondenen616 uit te voeren3318 8687 uit de gevangenis,4525 [en] uit het gevangenhuis,3608 1004 die in duisternis2822 zitten.3427 8802 Ik ben de HEERE,3068 dat is ;8034 en eer3519 zal Ik geen anderen312 geven,5414 8799 noch lof8416 den gesneden beelden.6456 Ziet, de voorgaande dingen7223 zijn gekomen,935 8804 en nieuwe dingen2319 verkondig Ik;5046 8688 eer dat zij uitspruiten,6779 8799 doe Ik ulieden die horen.8085 8686 Zingt7891 8798 den HEERE3068 een nieuw2319 lied,7892 lof8416 van het einde7097 der aarde;776 gij, die ter zee3220 vaart,3381 8802 en al wat daarin4393 is, gij eilanden339 en hun inwoners.3427 8802 Laat de woestijn4057 en haar steden5892 [de] [stem] verheffen,5375 8799 met de dorpen,2691 [die] Kedar6938 bewoont;3427 8799 laat hen juichen,7442 8799 die in de rotsstenen5553 wonen,3427 8802 [en] van den top7218 der bergen2022 af schreeuwen.6681 8799 Laat ze den HEERE3068 de eer3519 geven,7760 8799 en lof8416 in de eilanden339 verkondigen.5046 8686 De HEERE3068 zal uittrekken3318 8799 als een held;1368 zal den ijver7068 opwekken5782 8686 als een krijgsman;376 4421 zal juichen,7321 8686 ja, Hij zal een groot getier maken;6873 8686 zal vijanden341 8802 overweldigen.1396 8691 Ik heb van ouds5769 gezwegen,2814 8689 Ik heb stil gehouden2790 8686 [en] ingehouden;662 8691 Ik zal uitschreeuwen,6463 8799 als een, die baart,3205 8802 Ik zal ze verwoesten,5395 8799 8676 8074 8799 en te zamen3162 opslokken.7602 8799 Ik zal bergen2022 en heuvelen1389 woest maken,2717 8686 en al hun gras6212 zal Ik doen verdorren;3001 8686 en Ik zal de rivieren5104 tot eilanden339 maken,7760 8804 en de poelen98 uitdrogen.3001 8686 En Ik zal de blinden5787 leiden3212 8689 door den weg,1870 [dien] zij niet geweten hebben,3045 8804 Ik zal ze doen treden1869 8686 door de paden,5410 [die] zij niet geweten hebben;3045 8804 Ik zal de duisternis4285 voor hun aangezicht6440 ten licht216 maken,7760 8799 en het kromme4625 tot recht;4334 deze dingen1697 zal Ik hun doen,6213 8804 en Ik zal hen niet verlaten.5800 8804 [] die zich op gesneden beelden6459 verlaten,982 8802 die tot de gegoten beelden4541 zeggen:559 8802 zijt onze goden;430 die zullen achterwaarts268 keren,5472 8738 [en] met schaamte1322 beschaamd worden.954 8799 Hoort,8085 8798 gij doven!2795 en schouwt aan,5027 8685 gij blinden!5787 om te zien.7200 8800 Wie is er blind5787 als knecht,5650 en doof,2795 gelijk bode,4397 [dien] Ik zende?7971 8799 is blind,5787 gelijk de volmaakte,7999 8794 en blind,5787 gelijk de knecht5650 des HEEREN?3068 Gij ziet7200 8800 8675 7200 8804 [wel] veel dingen,7227 maar gij bewaart8104 8799 ze niet; of [schoon] hij de oren241 opendoet,6491 8800 zo hoort hij8085 8799 toch niet. De HEERE3068 had lust2654 8804 [aan] [hem], om gerechtigheid6664 wil; Hij maakte [hem] groot1431 8686 [door] de wet,8451 en maakte [hem] heerlijk.142 8686 Maar [nu] is het een beroofd962 8803 en geplunderd8154 8803 volk;5971 zij zijn allen verstrikt6351 8687 in de holen,2352 8676 970 en verstoken2244 8717 in de gevangenhuizen;3608 1004 zij zijn tot een roof957 geworden, en er is niemand, die ze redt;5337 8688 [tot] een plundering,4933 en niemand zegt:559 8802 [ze] weder.7725 8685 Wie onder ulieden neemt zulks ter oren?238 8686 [] merkt op7181 8686 en hoort,8085 8799 wat hierna268 zijn zal? Wie heeft Jakob3290 tot een plundering4933 8675 4882 overgegeven,5414 8804 en 3478 den rovers?962 8802 Is het niet de HEERE,3068 , tegen Wien2098 wij gezondigd hebben?2398 8804 zij wilden14 8804 niet wandelen1980 8800 in wegen,1870 en zij hoorden8085 8804 niet naar wet.8451 Daarom heeft over hen uitgestort8210 8799 de grimmigheid2534 toorns639 en de macht5807 des oorlogs;4421 en heeft ze rondom5439 in vlam gezet,3857 8762 doch zij merken3045 8804 het niet; en heeft ze in brand gestoken,1197 8799 doch zij nemen7760 8799 het niet ter harte.3820