Isaiah 47:5

“Zit3427 8798 stilzwijgende,1748 en ga935 8798 in de duisternis,2822 gij dochter1323 der Chaldeen!3778 want gij zult niet meer3254 8686 genoemd worden7121 8799 koningin1404 der koninkrijken.4467”

Isaiah 47:5 — Statenvertaling (1637)

Verse 5 of 15 in Isaiah chapter 47 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Isaiah 47 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Daal af,3381 8798 en zit3427 8798 in het stof,6083 gij jonkvrouw,1330 dochter1323 van !894 zit3427 8798 op de aarde,776 er is geen troon3678 [meer], gij dochter1323 der !3778 want gij zult niet meer3254 8686 genaamd worden7121 8799 de tedere,7390 noch de wellustige.6028 Neem3947 8798 de molen,7347 en maal2912 8798 meel;7058 ontdek1540 8761 uw vlechten,6777 ontbloot2834 8798 de enkelen,7640 ontdek1540 8761 de schenkelen,7785 ga door5674 8798 de rivieren.5104 Uw schaamte6172 zal ontdekt worden,1540 8735 ook zal uw schande2781 gezien worden;7200 8735 Ik zal wraak5359 nemen,3947 8799 en Ik zal [op] [u] niet aanvallen6293 8799 [als] een mens.120 Onzes Verlossers1350 8802 Naam8034 is HEERE3068 der heirscharen,6635 de Heilige6918 .3478 Zit3427 8798 stilzwijgende,1748 en ga935 8798 in de duisternis,2822 gij dochter1323 der !3778 want gij zult niet meer3254 8686 genoemd worden7121 8799 koningin1404 der koninkrijken.4467 Ik was op volk5971 zeer toornig,7107 8804 Ik ontheiligde2490 8765 erve,5159 en Ik gaf5414 8799 hen over in uw hand;3027 [doch] gij beweest7760 8804 hun geen barmhartigheden,7356 [ja], [zelfs] over den oude2205 maaktet gij uw juk5923 zeer3966 zwaar.3513 8689 En gij zeidet:559 8799 Ik zal koningin1404 zijn in eeuwigheid;5769 tot nog toe hebt gij deze dingen niet in uw hart3820 genomen,7760 8804 gij hebt aan het einde319 daarvan niet gedacht.2142 8804 Nu , hoor8085 8798 dit, gij weelderige!5719 die zo zeker983 woont,3427 8802 die in haar hart3824 zegt:559 8802 Ik ben het, en niemand657 meer ik: ik zal geen weduwe490 zitten,3427 8799 noch de beroving van kinderen7908 kennen.3045 8799 Doch deze beide8147 dingen zullen u in een ogenblik7281 overkomen,935 8799 op een259 dag,3117 de beroving van kinderen7908 en weduwschap;489 volkomenlijk8537 zullen zij u overkomen,935 8804 vanwege de veelheid7230 uwer toverijen,3785 vanwege de menigte3966 6109 uwer bezweringen.2267 Want gij hebt op uw boosheid7451 vertrouwd;982 8799 gij hebt gezegd:559 8804 ziet7200 8802 mij; uw wijsheid2451 en uw wetenschap1847 heeft u afkerig gemaakt;7725 8790 en gij hebt in uw hart3820 gezegd:559 8799 Ik ben het, en niemand657 meer ik. Daarom zal er over u een kwaad7451 komen,935 8804 gij zult den dageraad7837 daarvan niet weten;3045 8799 en een verderf1943 zal er op u vallen,5307 8799 hetwelk gij niet zult kunnen3201 8799 verzoenen;3722 8763 want er zal snellijk6597 een onstuimige verwoesting7722 over u komen,935 8799 dat gij het niet weten zult.3045 8799 Sta5975 8798 nu met uw bezweringen,2267 en met de veelheid7230 uwer toverijen,3785 waarin834 gij gearbeid hebt3021 8804 van uw jeugd5271 af; of gij misschien voordeel3276 kondet3201 8799 doen,3276 8687 of gij misschien u [kondet] sterken.6206 8799 Gij zijt moede geworden3811 8738 in de veelheid7230 uwer raadslagen;6098 laat nu opstaan,5975 8799 die den hemel8064 waarnemen,1895 8802 die in de sterren3556 kijken,2374 die naar de nieuwe manen2320 voorzeggen;3045 8688 en laat ze u verlossen3467 8686 van die dingen, die over u komen zullen.935 8799 Ziet, zij zullen zijn als stoppelen,7179 het vuur784 zal ze verbranden,8313 8804 zij zullen zichzelven5315 niet kunnen rukken5337 8686 uit de macht3027 der vlam;3852 het zal geen kool1513 zijn om [bij] te warmen,2552 8800 [geen] vuur217 om daarvoor neder te zitten.3427 8800 Alzo zullen zij u zijn, met dewelke gij gearbeid hebt,3021 8804 uw handelaars5503 8802 van uw jeugd5271 aan, elk376 zal zijns weegs5676 dwalen,8582 8804 niemand zal u verlossen.3467 8688

Every verse in Isaiah 47

Chapter navigation

0:000:00