Isaiah 50:1

“Alzo zegt559 8804 de HEERE:3068 Waar is de scheidbrief5612 3748 van ulieder moeder,517 waarmede Ik haar weggezonden heb?7971 8765 Of wie is er van Mijn schuldeisers,5383 8802 aan wien Ik u verkocht heb?4376 8804 Ziet, om uw ongerechtigheden5771 zijt gij verkocht,4376 8738 en om uw overtredingen6588 is uw moeder517 weggezonden.7971 8795”

Isaiah 50:1 — Statenvertaling (1637)

Verse 1 of 11 in Isaiah chapter 50 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Isaiah 50 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Alzo zegt559 8804 de HEERE:3068 is de scheidbrief5612 3748 van ulieder moeder,517 waarmede Ik haar weggezonden heb?7971 8765 Of wie is er van schuldeisers,5383 8802 aan wien Ik u verkocht heb?4376 8804 , om uw ongerechtigheden5771 zijt gij verkocht,4376 8738 en om uw overtredingen6588 is uw moeder517 weggezonden.7971 8795 Waarom kwam Ik,935 8804 en er was niemand,376 [waarom] riep Ik,7121 8804 en niemand antwoordde?6030 8802 Is hand3027 dus gans7114 8800 kort geworden,7114 8804 dat zij niet verlossen kan,6304 of is er in geen kracht3581 om uit te redden?5337 8687 , door schelding1606 maak Ik de zee3220 droog,2717 8686 Ik stel7760 8799 de rivieren5104 [tot] een woestijn,4057 dat haar vis1710 stinkt,887 8799 omdat er geen water4325 is, en sterft4191 8799 van dorst.6772 Ik bekleed3847 8686 den hemel8064 met zwartheid,6940 en stel7760 8799 een zak8242 [tot] zijn deksel.3682 De Heere136 HEERE3069 heeft een tong3956 der geleerden3928 gegeven,5414 8804 opdat Ik wete3045 8800 met den moede3287 een woord1697 ter rechter tijd te spreken;5790 8800 wekt5782 8686 allen1242 morgen,1242 wekt5782 8686 het oor,241 dat Ik hore,8085 8800 gelijk die geleerd worden.3928 De Heere136 HEERE3069 heeft het oor241 geopend,6605 8804 en Ik ben niet wederspannig,4784 8804 Ik wijk niet5472 8738 achterwaarts.268 Ik geef5414 8804 rug1460 dengenen, die [] slaan,5221 8688 en wangen3895 dengenen, die [] het haar uitplukken;4803 8802 aangezicht6440 verberg Ik5641 8689 niet voor smaadheden3639 en speeksel.7536 Want de Heere136 HEERE3069 helpt5826 8799 , daarom word Ik niet te schande;3637 8738 daarom heb Ik aangezicht6440 gesteld7760 8804 als een keisteen,2496 want Ik weet,3045 8799 dat Ik niet zal beschaamd worden.954 8799 Hij is nabij,7138 rechtvaardigt,6663 8688 wie zal met twisten?7378 8799 ons te zamen3162 staan;5975 8799 wie heeft1167 een rechtzaak4941 tegen ? hij kome herwaarts5066 8799 tot . Ziet, de Heere136 HEERE3069 helpt5826 8799 , wie is het, [die] zal verdoemen?7561 8686 , zij zullen altemaal als een kleed899 verouden,1086 8799 de mot6211 zal hen eten.398 8799 Wie is er onder ulieden, die den HEERE3068 vreest,3373 die naar de stem6963 Knechts5650 hoort?8085 8802 hij in de duisternissen2825 wandelt,1980 8804 en geen licht5051 heeft, dat hij betrouwe982 8799 op den Naam8034 des HEEREN,3068 en steune8172 8735 op zijn God.430 Ziet, gij allen, die een vuur784 aansteekt,6919 8802 die u met spranken2131 omgordt!247 8764 wandelt3212 8798 in de vlam217 van uw vuur,784 en in de spranken,2131 [die] gij ontstoken hebt.1197 8765 geschiedt u van hand,3027 in smart4620 zult gijlieden liggen.7901 8799

Every verse in Isaiah 50

Chapter navigation

0:000:00