Isaiah 51:1
“Hoort8085 8798 naar Mij, gij, die de gerechtigheid6664 najaagt,7291 8802 gij, die den HEERE3068 zoekt!1245 8764 aanschouwt5027 8685 den rotssteen,6697 [waaruit] gijlieden gehouwen zijt,2672 8795 en de holligheid4718 des bornputs,953 [waaruit] gij gegraven zijt.5365 8795”
Isaiah 51:1 — Statenvertaling (1637)
Verse 1 of 23 in Isaiah chapter 51 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 51 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Hoort8085 8798 naar , gij, die de gerechtigheid6664 najaagt,7291 8802 gij, die den HEERE3068 zoekt!1245 8764 aanschouwt5027 8685 den rotssteen,6697 [waaruit] gijlieden gehouwen zijt,2672 8795 en de holligheid4718 des bornputs,953 [waaruit] gij gegraven zijt.5365 8795 Aanschouwt5027 8685 ,85 ulieder vader,1 en ,8283 [die] ulieden gebaard heeft;2342 8787 want Ik riep7121 8804 hem, toen hij [nog] alleen259 was, en Ik zegende1288 8762 hem, en Ik vermenigvuldigde7235 8686 hem. Want de HEERE3068 zal Sion6726 troosten,5162 8765 zal troosten5162 8765 al haar woeste plaatsen,2723 en zal haar woestijn4057 maken7760 8799 als ,5731 en haar wildernis6160 als den hof1588 des HEEREN;3068 vreugde8342 en blijdschap8057 zal daarin gevonden worden,4672 8735 dankzegging8426 en een stem6963 des gezangs.2172 Luistert7181 8685 naar , Mijn volk!5971 en lieden,3816 neigt naar het oor!238 8685 want een wet8451 zal van uitgaan,3318 8799 en Ik zal recht4941 doen rusten7280 8686 tot een licht216 der volken.5971 Mijn gerechtigheid6664 is nabij,7138 heil3468 trekt uit,3318 8804 en armen2220 zullen de volken5971 richten;8199 8799 op zullen de eilanden339 wachten,6960 8762 en op arm2220 zullen zij hopen.3176 8762 Heft5375 8798 ulieder ogen5869 op naar den hemel,8064 en aanschouwt5027 8685 de aarde776 beneden; want de hemel8064 zal als een rook6227 verdwijnen,4414 8738 en de aarde776 zal als een kleed899 verouden,1086 8799 en haar inwoners3427 8802 zullen van gelijken3644 3654 sterven;4191 8799 maar heil3444 zal in eeuwigheid5769 zijn, Mijn gerechtigheid6666 zal niet verbroken worden.2865 8735 Hoort8085 8798 naar , gijlieden, die de gerechtigheid6664 kent,3045 8802 gij volk,5971 in welks hart3820 wet8451 is! vreest3372 8799 niet de smaadheid2781 van den mens,582 en voor hun smaadredenen1421 ontzet u2865 8735 niet. Want de mot6211 zal ze opeten398 8799 als een kleed,899 en het schietwormpje5580 zal ze opeten398 8799 als wol;6785 maar gerechtigheid6666 zal in eeuwigheid5769 zijn, en heil3444 van geslacht1755 tot geslachten.1755 Ontwaak,5782 8798 ontwaak,5782 8798 trek3847 sterkte5797 aan,3847 8798 arm2220 des HEEREN!3068 ontwaak5782 8798 als in de verledene6924 dagen,3117 [als] [in] de geslachten1755 van ouds;5769 zijt het niet, Die 7294 uitgehouwen hebt,2672 8688 den zeedraak8577 verwond hebt?2490 8781 Zijt het niet, Die de zee,3220 de wateren4325 des groten7227 afgronds,8415 droog gemaakt hebt?2717 8688 de diepten4615 der zee3220 gemaakt hebt7760 8804 tot een weg,1870 opdat de verlosten1350 8803 daardoor gingen?5674 8800 Alzo zullen de vrijgekochten6299 8803 des HEEREN3068 wederkeren,7725 8799 en met gejuich7440 tot Sion6726 komen;935 8804 en eeuwige5769 blijdschap8057 zal op hun hoofd7218 wezen; vreugde8342 en blijdschap8057 zullen zij aangrijpen,5381 8686 treuring3015 en zuchting585 zullen wegvlieden.5127 8804 Ik, Ik ben het, Die u troost;5162 8764 wie zijt gij, dat gij vreest3372 8799 voor den mens,582 die sterven zal?4191 8799 en voor eens mensen120 kind,1121 [dat] hooi2682 worden zal?5414 8735 En vergeet7911 8799 den HEERE,3068 u gemaakt heeft,6213 8802 de hemelen8064 heeft uitgebreid,5186 8802 en de aarde776 gegrond heeft,3245 8801 en vreest6342 8762 geduriglijk8548 den gansen dag,3117 vanwege6440 de grimmigheid2534 des benauwers,6693 8688 wanneer834 hij zich bereidt3559 8790 om te verderven?7843 8687 is de grimmigheid2534 des benauwers?6693 8688 De omzwevende gevangene6808 8802 zal haastelijk4116 8765 los gelaten worden;6605 8736 en hij zal in den kuil7845 niet sterven,4191 8799 en zijn brood3899 zal [hem] niet ontbreken.2637 8799 Want Ik ben de HEERE,3068 uw God,430 de zee3220 klieft,7280 8802 dat haar golven1530 bruisen;1993 8799 HEERE3068 der heirscharen6635 is .8034 En Ik leg7760 8799 woorden1697 in uw mond,6310 en bedek3680 8765 u onder de schaduw6738 hand;3027 om den hemel8064 te planten,5193 8800 en om de aarde776 te gronden,3245 8800 en om te zeggen559 8800 tot :6726 zijt volk.5971 Waak op,5782 8708 waak op,5782 8708 sta op,6965 8798 !3389 gij, die gedronken hebt8354 8804 van de hand3027 des HEEREN3068 den beker3563 grimmigheid;2534 den droesem6907 van den beker3563 der zwijmeling8653 hebt gij gedronken,8354 8804 [ja], uitgezogen.4680 8804 Er is niemand van al de kinderen,1121 [die] zij gebaard heeft,3205 8804 die haar zachtjes leidt;5095 8764 en niemand van al de kinderen,1121 [die] zij opgevoed heeft,1431 8765 die haar bij de hand3027 grijpt.2388 8688 Deze twee8147 dingen zijn u wedervaren,7122 8802 wie heeft medelijden5110 8799 met u? Er is verwoesting,7701 en verbreking,7667 en honger,7458 en zwaard,2719 [door] wien zal Ik u troosten?5162 8762 Uw kinderen1121 zijn in bezwijming gevallen,5968 8795 zij liggen7901 8804 vooraan7218 op alle straten,2351 gelijk een wilde os8377 in het ;4364 zij zijn vol4392 van de grimmigheid2534 des HEEREN,3068 van de schelding1606 uws .430 Daarom hoort8085 8798 nu dit, gij bedrukten!6041 en gij dronkenen,7937 8803 maar niet van wijn!3196 Alzo zegt559 8804 de ,113 de HEERE3068 en uw God,430 [] volks5971 zaak twisten zal:7378 8799 , Ik neem3947 8804 den beker3563 der zwijmeling8653 van uw hand,3027 den droesem6907 van den beker3563 grimmigheid;2534 gij zult dien voortaan niet meer3254 8686 drinken.8354 8800 Maar Ik zal hem dien, die u bedroefd hebben,3013 8688 in de hand3027 zetten,7760 8804 die tot uw ziel5315 zeiden:559 8804 u neder,7812 8798 dat wij over [u] gaan;5674 8799 en gij legdet7760 8799 uw rug1460 neder als aarde,776 en als een straat2351 dergenen, die daarover gaan.5674 8802