Isaiah 57:8

“En achter310 de deur1817 en posten4201 zet gij7760 8804 uw gedenkteken;2146 want van Mij [wijkende] ontdekt gij1540 8765 [u], en klimt op;5927 8799 gij maakt7337 uw leger4904 wijd,7337 8689 en maakt3772 8799 u [een] [verbond] [met] [enigen] uit dezelve, gij hebt157 hun leger4904 lief157 8804 [in] elke plaats,3027 [die] gij ziet.2372 8804”

Isaiah 57:8 — Statenvertaling (1637)

Verse 8 of 21 in Isaiah chapter 57 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Isaiah 57 — full chapter (Statenvertaling (1637))

De rechtvaardige6662 komt om,6 8804 en er is niemand,376 die het ter harte3820 neemt;7760 8802 en de weldadige2617 lieden582 worden weggeraapt,622 8737 zonder dat er iemand op let,995 8688 dat de rechtvaardige6662 weggeraapt wordt622 8738 voor6440 het kwaad.7451 Hij zal ingaan935 8799 [in] den vrede;7965 zij zullen rusten5117 8799 op hun slaapsteden,4904 een iegelijk, die [in] zijn oprechtheid5228 gewandeld heeft.1980 8802 Doch nadert gijlieden7126 8798 hier toe, gij kinderen1121 der guichelares!6049 8781 gij overspelig5003 8764 zaad,2233 en gij, die hoererij bedrijft!2181 8799 Over wien maakt gij u lustig,6026 8691 over wien spert gij7337 den mond6310 wijd open7337 8686 [en] steekt748 de tong3956 lang uit?748 8686 gij niet kinderen3206 der overtreding,6588 een zaad2233 der valsheid?8267 Die hittig zijt2552 8737 in de eikenbossen,410 onder allen groenen7488 boom;6086 slachtende7819 8802 de kinderen3206 aan de beken,5158 onder de hoeken5585 der steenrotsen.5553 Aan de gladde2511 [stenen] der beken5158 is uw deel,2506 die, die zijn uw ;1486 ook stort gij8210 denzelven drankoffer5262 uit,8210 8804 gij offert5927 8689 hun spijsoffer;4503 zou Ik over deze dingen troosten laten?5162 8735 Gij stelt7760 8804 uw leger4904 op een hogen1364 en verhevenen5375 8737 berg;2022 ook klimt gij5927 8804 derwaarts op, om slachtoffer2077 te offeren.2076 8800 En achter310 de deur1817 en posten4201 zet gij7760 8804 uw gedenkteken;2146 want van [wijkende] ontdekt gij1540 8765 [u], en klimt op;5927 8799 gij maakt7337 uw leger4904 wijd,7337 8689 en maakt3772 8799 u [een] [verbond] [met] [enigen] uit dezelve, gij hebt157 hun leger4904 lief157 8804 [in] elke plaats,3027 [die] gij ziet.2372 8804 En gij trekt7788 8799 met olie8081 tot den koning,4428 en gij vermenigvuldigt7235 8686 uw welriekende zalven;7547 en gij zendt7971 8762 uw gezanten6735 verre weg,7350 en vernedert u8213 8686 tot de hel7585 toe. Gij zijt vermoeid3021 8804 door uw grote7230 reis,1870 [maar] gij zegt559 8804 niet: Het is buiten hoop;2976 8737 gij hebt het leven2416 uwer hand3027 gevonden,4672 8804 daarom wordt gij niet ziek.2470 8804 Maar voor wien hebt gij geschroomd1672 8804 of gevreesd?3372 8799 gij hebt gelogen,3576 8762 en zijt niet gedachtig geweest,2142 8804 gij hebt [] op uw hart3820 niet gelegd;7760 8804 is het niet, [om] dat Ik zwijg,2814 8688 en dat van ouds5769 af, en gij vreest3372 8799 niet? Ik zal uw gerechtigheid6666 bekend maken,5046 8686 en uw werken,4639 dat zij u geen nut doen zullen.3276 8686 Wanneer gij roepen zult,2199 8800 zo laat die, die van u vergaderd6899 zijn, u redden;5337 8686 doch de wind7307 zal hen allen wegvoeren,5375 8799 de ijdelheid1892 zal hen wegnemen.3947 8799 die op betrouwt,2620 8802 die zal het aardrijk776 erven,5157 8799 en heiligen6944 berg2022 erfelijk bezitten.3423 8799 En men zal zeggen:559 8804 Verhoogt5549 8798 [de] [baan], verhoogt5549 8798 [de] [baan], bereidt6437 8761 den weg,1870 neemt7311 8685 den aanstoot4383 uit den weg1870 volks.5971 Want alzo zegt559 8804 de Hoge7311 8802 en ,5375 8737 in de eeuwigheid5703 woont,7931 8802 en Naam8034 heilig6918 is: Ik woon7931 8799 [in] de hoogte4791 en [in] het heilige,6918 en bij dien, die van een verbrijzelden1793 en nederigen8217 geest7307 is, opdat Ik levend make2421 8687 den geest7307 der nederigen,8217 en opdat Ik levend make2421 8687 het hart3820 der verbrijzelden.1792 8737 Want Ik zal niet eeuwiglijk5769 twisten,7378 8799 en Ik zal niet geduriglijk5331 verbolgen zijn;7107 8799 want de geest7307 zou van voor aangezicht6440 overstelpt worden,5848 8799 en de zielen,5397 die Ik gemaakt heb.6213 8804 Ik was verbolgen7107 8804 over de ongerechtigheid5771 hunner gierigheid,1215 en sloeg5221 8686 hen; Ik verborg ,5641 8687 en was verbolgen;7107 8799 evenwel gingen zij3212 8799 afkerig7726 henen in den weg1870 huns harten.3820 Ik zie7200 8804 hun wegen,1870 en Ik zal hen genezen;7495 8799 en Ik zal hen geleiden,5148 8686 en hun vertroostingen5150 wedergeven,7999 8762 namelijk aan hun treurigen.57 Ik schep1254 8802 de vrucht5108 der lippen,8193 vrede,7965 vrede7965 dengenen, die verre7350 zijn, en dengenen, die nabij7138 zijn, zegt559 8804 de HEERE,3068 en Ik zal hen genezen.7495 8804 Doch de goddelozen7563 zijn als een voortgedreven1644 8737 zee,3220 want die kan3201 8799 niet rusten,8252 8687 en haar wateren4325 werpen1644 slijk7516 en modder2916 op.1644 8799 De goddelozen,7563 zegt559 8804 mijn God,430 hebben geen vrede.7965

Every verse in Isaiah 57

Chapter navigation

0:000:00