Isaiah 58:3

“[Zeggende]: Waarom vasten wij,6684 8804 en Gij ziet het niet aan,7200 8804 [waarom] kwellen wij6031 8765 onze ziel,5315 en Gij weet3045 8799 het niet? Ziet, ten dage,3117 wanneer gijlieden vast,6685 zo vindt gij4672 8799 [uw] lust,2656 en gij eist gestrengelijk5065 8799 al uw arbeid.6092”

Isaiah 58:3 — Statenvertaling (1637)

Verse 3 of 14 in Isaiah chapter 58 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Isaiah 58 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Roep7121 8798 uit de keel,1627 houd niet in,2820 8799 verhef7311 8685 uw stem6963 als een bazuin,7782 en verkondig5046 8685 volk5971 hun overtreding,6588 en het huis1004 Jakobs3290 hun zonden.2403 Hoewel zij dagelijks3117 zoeken,1875 8799 en een lust hebben2654 8799 aan de kennis1847 wegen,1870 als een volk,1471 dat gerechtigheid6666 doet6213 8804 en het recht4941 zijns Gods430 niet verlaat,5800 8804 vragen zij7592 8799 naar de rechten4941 der gerechtigheid;6664 zij hebben een lust2654 8799 tot God430 te naderen;7132 []: Waarom vasten wij,6684 8804 en ziet het niet aan,7200 8804 [waarom] kwellen wij6031 8765 onze ziel,5315 en weet3045 8799 het niet? Ziet, ten dage,3117 wanneer gijlieden vast,6685 zo vindt gij4672 8799 [uw] lust,2656 en gij eist gestrengelijk5065 8799 al uw arbeid.6092 Ziet, tot twist7379 en gekijf4683 vast gijlieden,6684 8799 en om goddelooslijk7562 met de vuist106 te slaan;5221 8687 vast6684 8799 niet gelijk heden,3117 om uw stem6963 te doen horen8085 8687 in de hoogte.4791 Zou het zulk een vasten6685 zijn, dat Ik verkiezen zou,977 8799 dat de mens120 zijn ziel5315 een dag3117 kwelle,6031 8763 dat hij zijn hoofd7218 kromme3721 8800 gelijk een bieze,100 en een zak8242 en as665 onder [zich] spreide?3331 8686 gij dat2088 een vasten6685 heten,7121 8799 en een dag3117 den HEERE3068 aangenaam?7522 Is niet dit het vasten,6685 dat Ik verkies:977 8799 dat gij losmaakt6605 8763 de knopen2784 der goddeloosheid,7562 dat gij ontdoet5425 8687 de banden92 des juks,4133 en dat gij vrij2670 loslaat7971 8763 de verpletterden,7533 8803 en alle juk4133 verscheurt?5423 8762 Is het niet, dat gij den hongerige7457 uw brood3899 mededeelt,6536 8800 en de armen,6041 verdrevenen4788 in huis1004 brengt?935 8686 gij een naakte6174 ziet,7200 8799 dat gij hem dekt,3680 8765 en dat gij u voor uw vlees1320 niet verbergt?5956 8691 zal uw licht216 voortbreken1234 8735 als de dageraad,7837 en uw genezing724 zal snellijk4120 uitspruiten;6779 8799 en uw gerechtigheid6664 zal voor uw aangezicht6440 heengaan,1980 8804 [en] de heerlijkheid3519 des HEEREN3068 zal uw achtertocht wezen.622 8799 zult gij roepen,7121 8799 en de HEERE3068 zal antwoorden;6030 8799 gij zult schreeuwen,7768 8762 en zal zeggen:559 8799 , [hier] ben Ik. Zo gij uit het midden8432 van u wegdoet5493 8686 het juk,4133 het uitsteken7971 8800 des vingers,676 en het spreken1696 8763 der ongerechtigheid;205 En zo gij uw ziel5315 opent6329 8686 voor den hongerige,7457 en de bedrukte6031 8737 ziel5315 verzadigt;7646 8686 zal uw licht216 in de duisternis2822 opgaan,2224 8804 en uw donkerheid653 zal zijn als de middag.6672 En de HEERE3068 zal u geduriglijk8548 leiden,5148 8804 en zal uw ziel5315 verzadigen7646 8689 in grote droogten,6710 en uw beenderen6106 vaardig maken;2502 8686 en gij zult zijn als een gewaterde7302 hof,1588 en als een springader4161 der wateren,4325 welker wateren4325 niet ontbreken.3576 8762 En die uit u [voortkomen], zullen bouwen1129 8804 de oude5769 verwoeste plaatsen;2723 de fondamenten,4146 van geslacht1755 tot geslacht1755 [verwoest], zult gij oprichten;6965 8787 en gij zult genaamd worden:7121 8795 de bressen6556 toemuurt,1443 8802 die de paden5410 weder opmaakt,7725 8789 om te bewonen.3427 8800 Indien gij uw voet7272 van den sabbat7676 afkeert,7725 8686 [van] te doen6213 8800 uw lust2656 op heiligen6944 dag;3117 en [indien] gij den sabbat7676 noemt7121 8804 een verlustiging,6027 opdat de HEERE3068 geheiligd6918 worde, Die te eren3513 8794 is; en [indien] gij dien eert,3513 8765 dat gij uw wegen1870 niet doet,6213 8800 [en] uw eigen lust2656 niet vindt,4672 8800 noch een woord1697 [daarvan] spreekt;1696 8763 zult gij u verlustigen6026 8691 in den HEERE,3068 en Ik zal u doen rijden7392 8689 op de hoogten1116 der aarde,776 en Ik zal u spijzigen398 8689 met de erve5159 van uw vader1 ;3290 want de mond6310 des HEEREN3068 heeft [het] gesproken.1696 8765

Every verse in Isaiah 58

Chapter navigation

0:000:00