Isaiah 59:14
“Daarom is het recht4941 achterwaarts268 geweken,5253 8717 en de gerechtigheid6666 staat5975 8799 van verre;7350 want de waarheid571 struikelt3782 8804 op de straat,7339 en wat recht5229 is, kan3201 8799 er niet ingaan.935 8800”
Isaiah 59:14 — Statenvertaling (1637)
Verse 14 of 21 in Isaiah chapter 59 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 59 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Ziet,2005 de hand3027 des HEEREN3068 is niet verkort,7114 8804 dat zij niet zou kunnen verlossen;3467 8687 en oor241 is niet zwaar geworden,3513 8804 dat het niet zou kunnen horen.8085 8800 Maar uw ongerechtigheden5771 maken een scheiding914 8688 tussen996 ulieden en tussen uw God,430 en uw zonden2403 verbergen5641 8689 het aangezicht6440 van ulieden, dat niet hoort.8085 8800 Want uw handen3709 zijn met bloed1818 bevlekt;1351 8738 en uw vingeren676 met ongerechtigheid;5771 uw lippen8193 spreken1696 8765 valsheid,8267 uw tong3956 dicht1897 8799 onrecht.5766 Er is niemand, die voor de gerechtigheid6664 roept,7121 8802 en niemand, die voor de waarheid530 in het gericht zich begeeft;8199 8737 zij vertrouwen982 8800 op ijdelheid,8414 en spreken1696 8763 leugen;7723 met moeite5999 zijn zij zwanger,2029 8800 en zij baren3205 8687 ongerechtigheid.205 Zij broeden1234 8765 basiliskus-eieren1000 6848 uit, en zij weven707 8799 spinnewebben;5908 6980 die van hun eieren1000 eet,398 8802 moet sterven,4191 8799 en als het in stukken gedrukt wordt,2116 er berst1234 een adder660 uit.1234 8735 Hun webben6980 deugen niet tot klederen,899 en zij zullen zichzelven niet kunnen dekken3680 8691 met hun werken;4639 hun werken4639 zijn werken4639 der ongerechtigheid,205 en een maaksel6467 des wrevels2555 is in hun handen.3709 Hun voeten7272 lopen7323 8799 tot het kwade,7451 en zij haasten4116 8762 om onschuldig5355 bloed1818 te vergieten;8210 8800 hun gedachten4284 zijn gedachten4284 der ongerechtigheid,205 verstoring7701 en verbreking7667 is op hun banen.4546 Den weg1870 des vredes7965 kennen zij3045 8804 niet; en er is geen recht4941 in hun gangen;4570 hun paden5410 maken zij verkeerd6140 8765 voor zich zelven, al wie daarop gaat,1869 8802 die kent3045 8804 den vrede7965 niet. Daarom is het recht4941 verre7368 8804 van ons, en de gerechtigheid6666 achterhaalt5381 8686 ons niet; wij wachten6960 8762 op het licht,216 maar ziet, er is duisternis,2822 op een groten glans,5054 [maar] wij wandelen1980 8762 in donkerheden.653 Wij tasten1659 8762 naar den wand,7023 gelijk de blinden,5787 en, gelijk die geen ogen5869 hebben, tasten wij;1659 8762 wij stoten ons3782 8804 op den middag,6672 als in de schemering,5399 wij zijn in woeste plaatsen820 gelijk de doden.4191 8801 Wij brommen1993 8799 allen gelijk als de beren,1677 en wij kirren1897 8799 doorgaans1897 8800 gelijk de duiven;3123 wij wachten6960 8762 naar recht,4941 maar er is geen, naar heil,3444 [maar] het is verre7368 8804 van ons. Want onze overtredingen6588 zijn vele7231 8804 voor U, en onze zonden2403 getuigen6030 8804 tegen ons; want onze overtredingen6588 zijn bij ons, en onze ongerechtigheden5771 kennen wij;3045 8804 Het overtreden6586 8800 en het liegen3584 8763 tegen den HEERE,3068 en het achterwaarts310 wijken5253 8800 van onzen God;430 het spreken1696 8763 van onderdrukking6233 en afval,5627 het ontvangen2029 8780 en het dichten1897 8774 van valse8267 woorden1697 uit het hart.3820 Daarom is het recht4941 achterwaarts268 geweken,5253 8717 en de gerechtigheid6666 staat5975 8799 van verre;7350 want de waarheid571 struikelt3782 8804 op de straat,7339 en wat recht5229 is, kan3201 8799 er niet ingaan.935 8800 Ja, de waarheid571 ontbreekt5737 8737 er, en wie van het boze7451 wijkt,5493 8804 stelt zich tot een roof;7997 8711 en de HEERE3068 zag7200 8799 het, en het was kwaad3415 8799 in ogen,5869 dat er geen recht4941 was. Dewijl zag,7200 8799 dat er niemand376 was, zo ontzette ,8074 8709 omdat er geen voorbidder was;6293 8688 daarom bracht3467 arm2220 heil aan,3467 8686 en gerechtigheid6666 ondersteunde5564 8804 . Want trok3847 gerechtigheid6666 aan3847 8799 als een pantser,8302 en den helm3553 des heils3444 [zette] [] op hoofd,7218 en de klederen899 der wraak5359 trok aan3847 8799 [tot] kleding,8516 en deed5844 den ijver7068 aan5844 8799 als een mantel.4598 Even naar5921 de werken,1578 even daarnaar zal vergelden,7999 8762 grimmigheid2534 aan wederpartijders,6862 vergelding1576 aan vijanden;341 8802 den eilanden339 zal [het] loon1576 vergelden.7999 8762 zullen zij den Naam8034 des HEEREN3068 vrezen3372 8799 van den nedergang,4628 en heerlijkheid3519 van den opgang4217 der zon;8121 als de vijand6862 zal komen935 8799 gelijk een stroom,5104 zal de Geest7307 des HEEREN3068 de banier tegen hen oprichten.5127 8790 En er zal een Verlosser1350 8802 tot Sion6726 komen,935 8804 namelijk voor hen, die zich bekeren7725 8802 van de overtreding6588 in ,3290 spreekt5002 8803 de HEERE.3068 Mij aangaande, dit is Verbond1285 met hen, zegt559 8804 de HEERE:3068 ,7307 op u is, en woorden,1697 die Ik in uw mond6310 gelegd heb,7760 8804 die zullen van uw mond6310 niet wijken,4185 8799 noch van den mond6310 van uw zaad,2233 noch van den mond6310 van het zaad2233 uws zaads,2233 zegt559 8804 de HEERE,3068 van nu aan tot5704 in eeuwigheid5769 toe.