Isaiah 6:7
“En hij roerde5060 mijn mond6310 daarmede aan,5060 8686 en zeide:559 8799 Zie, deze heeft uw lippen8193 aangeroerd;5060 8804 alzo is uw misdaad5771 [van] [u] geweken,5493 8804 en uw zonde2403 is verzoend.3722 8792”
Isaiah 6:7 — Statenvertaling (1637)
Verse 7 of 13 in Isaiah chapter 6 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 6 — full chapter (Statenvertaling (1637))
In het jaar,8141 toen de koning4428 Uzzia5818 stierf,4194 zo zag ik7200 8799 den853 ,136 zittende3427 8802 op een hogen7311 8802 en verheven5375 8737 troon,3678 en zomen7757 vervullende4392 den853 tempel.1964 De serafs8314 stonden5975 8802 boven4605 ; een iegelijk259 had zes8337 vleugelen;3671 met twee8147 bedekte3680 8762 [ieder] zijn aangezicht,6440 en met twee8147 bedekte hij3680 8762 zijn voeten,7272 en met twee8147 vloog hij.5774 8787 En de een riep7121 8804 tot den ander, en zeide:559 8804 ,6918 heilig,6918 heilig6918 is de HEERE3068 der heirscharen!6635 De ganse aarde776 is van heerlijkheid3519 vol!4393 Zodat de posten520 der dorpels5592 zich bewogen5128 8799 van de stem6963 des roependen;7121 8802 en het huis1004 werd vervuld4390 8735 met rook.6227 Toen zeide ik:559 8799 Wee188 mij, want ik verga!1820 8738 dewijl ik een man376 van onreine2931 lippen8193 ben, en ik woon3427 8802 in het midden8432 eens volks,5971 dat onrein2931 van lippen8193 is; want mijn ogen5869 hebben den ,4428 den HEERE3068 der heirscharen6635 gezien.7200 8804 Maar een259 van de serafs8314 vloog5774 8799 tot mij, en had een gloeiende kool7531 in zijn hand,3027 [die] hij met de tang4457 van het altaar4196 genomen had.3947 8804 En hij roerde5060 mijn mond6310 daarmede aan,5060 8686 en zeide:559 8799 , deze heeft uw lippen8193 aangeroerd;5060 8804 alzo is uw misdaad5771 [van] [u] geweken,5493 8804 en uw zonde2403 is verzoend.3722 8792 Daarna hoorde ik8085 8799 de stem6963 des ,136 dewelke zeide:559 8802 zal Ik zenden,7971 8799 en wie zal voor henengaan?3212 8799 zeide ik:559 8799 , [hier] ben ik, zend7971 8798 mij henen. Toen zeide :559 8799 Ga henen,3212 8798 en zeg559 8804 tot dit volk:5971 Horende8085 8800 hoort,8085 8798 maar verstaat995 8799 niet, en ziende7200 8800 ziet,7200 8798 maar merkt3045 8799 niet. Maak het hart3820 dezes volks5971 vet,8080 8685 en maak hun oren241 zwaar,3513 8685 en sluit8173 8685 hun ogen,5869 opdat het niet zie7200 8799 met zijn ogen,5869 noch met zijn oren241 hore,8085 8799 noch met zijn hart3824 versta,995 8799 noch zich bekere,7725 8802 en het geneze.7495 8804 Toen zeide ik:559 8799 lang, Heere?136 En zeide:559 8799 de steden5892 verwoest worden,7582 8804 zodat er geen inwoner zij,3427 8802 en de huizen,1004 dat er geen mens120 zij, en dat het land127 met verwoesting8077 verstrooid worde.7582 8735 Want de HEERE3068 zal die mensen120 verre wegdoen,7368 8765 en de verlating5805 zal groot7227 wezen in het binnenste7130 des lands.776 Doch nog een tiende6224 deel zal daarin zijn, en het zal wederkeren,7725 8804 en zijn om af te weiden;1197 8763 [maar] gelijk de eik,424 en gelijk de haageik,437 in dewelke na de afwerping7995 [der] [bladeren] [nog] steunsel4678 is, [alzo] zal het heilige6944 zaad2233 het steunsel4678 daarvan zijn.