Isaiah 61:10
“Ik ben zeer7797 8800 vrolijk7797 8799 in den HEERE,3068 mijn ziel5315 verheugt zich1523 8799 in mijn God,430 want Hij heeft mij bekleed3847 8689 met de klederen899 des heils,3468 den mantel4598 der gerechtigheid6666 heeft Hij mij omgedaan;3271 8804 gelijk een bruidegom2860 zich met priesterlijk sieraad6287 versiert,3547 8762 en als een bruid3618 zich versiert5710 8799 met haar gereedschap.3627”
Isaiah 61:10 — Statenvertaling (1637)
Verse 10 of 11 in Isaiah chapter 61 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 61 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De Geest7307 des Heeren136 HEEREN3069 is op , omdat de Heere3068 gezalfd heeft,4886 8804 om een blijde boodschap te brengen1319 8763 den zachtmoedigen;6035 heeft gezonden7971 8804 om te verbinden2280 8800 de gebrokenen7665 8737 van harte,3820 om den gevangenen7617 8803 vrijheid1865 uit te roepen,7121 8800 en den gebondenen631 8803 opening der gevangenis;6495 Om uit te roepen7121 8800 het jaar8141 van het welbehagen7522 des HEEREN,3068 en den dag3117 der wraak5359 onzes ;430 om alle treurigen57 te troosten;5162 8763 Om den treurigen57 Sions6726 te beschikken7760 8800 dat hun gegeven worde5414 8800 sieraad6287 voor as,665 vreugdeolie8081 8342 voor treurigheid,60 het gewaad4594 des lofs8416 voor een benauwden3544 geest;7307 opdat zij genaamd worden7121 8795 eikebomen352 der gerechtigheid,6664 een planting4302 des HEEREN,3068 opdat verheerlijkt worde.6286 8692 En zij zullen de oude5769 verwoeste plaatsen2723 bouwen,1129 8804 de vorige7223 verstoringen8074 8802 weder oprichten,6965 8787 en de verwoeste2721 steden5892 vernieuwen,2318 8765 die verstoord waren8074 8802 van geslacht1755 tot geslacht.1755 En uitlanders2114 8801 zullen staan,5975 8804 en uw kudden6629 weiden;7462 8804 en vreemden1121 5236 zullen uw akkerlieden406 en uw wijngaardeniers3755 zijn. Doch gijlieden zult priesters3548 des HEEREN3068 heten,7121 8735 men zal u dienaren8334 8764 onzes Gods430 noemen;559 8735 gij zult het vermogen2428 der heidenen1471 eten,398 8799 en in hun heerlijkheid3519 zult gij u roemen.3235 8691 Voor uw dubbele4932 schaamte1322 en schande3639 zullen zij juichen7442 8799 over hun deel;2506 daarom zullen zij in hun land776 erfelijk3423 het dubbele4932 bezitten;3423 8799 zij zullen eeuwige5769 vreugde8057 hebben. Want Ik, de HEERE,3068 heb157 het recht4941 lief,157 8802 Ik haat8130 8802 den roof1498 in het brandoffer,5930 en Ik zal geven,5414 8804 dat hun werk6468 in der waarheid571 zal zijn; en Ik zal een eeuwig5769 verbond1285 met hen maken.3772 8799 En hun zaad2233 zal onder de heidenen1471 bekend worden,3045 8738 en hun nakomelingen6631 in het midden8432 der volken;5971 allen, die hen zien zullen,7200 8802 zullen hen kennen,5234 8686 dat zij zijn een zaad,2233 dat de HEERE3068 gezegend heeft.1288 8765 Ik ben zeer7797 8800 vrolijk7797 8799 in den HEERE,3068 mijn ziel5315 verheugt zich1523 8799 in mijn God,430 want heeft mij bekleed3847 8689 met de klederen899 des heils,3468 den mantel4598 der gerechtigheid6666 heeft mij omgedaan;3271 8804 gelijk een bruidegom2860 zich met priesterlijk sieraad6287 versiert,3547 8762 en als een bruid3618 zich versiert5710 8799 met haar gereedschap.3627 Want gelijk de aarde776 haar spruit6780 voortbrengt,3318 8686 en gelijk een hof,1593 hetgeen in hem gezaaid is,2221 doet uitspruiten;6779 8686 alzo zal de Heere136 HEERE3069 gerechtigheid6666 en lof8416 doen uitspruiten6779 8686 voor al de volken.1471