Isaiah 63:11
“Nochtans dacht Hij aan2142 8799 de dagen3117 van ouds,5769 aan Mozes4872 [en] Zijn volk;5971 [maar] [nu], waar is Hij, Die hen uit de zee3220 opgebracht heeft,5927 8688 met de herders7462 8802 Zijner kudde?6629 Waar is Hij, Die Zijn Heiligen6944 Geest7307 in het midden7130 van hen stelde?7760 8802”
Isaiah 63:11 — Statenvertaling (1637)
Verse 11 of 19 in Isaiah chapter 63 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 63 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Wie is , Die van 123 komt935 8802 met besprenkelde2556 8803 klederen,899 van ?1224 , Die versierd is1921 8803 in gewaad?3830 voorttrekt6808 8802 in grote7230 kracht?3581 Ik ben het, Die in gerechtigheid6666 spreek,1696 8764 machtig7227 ben te verlossen.3467 8687 Waarom zijt rood122 aan Uw gewaad,3830 en Uw klederen899 als van een, die in de wijnpers1660 treedt?1869 8802 Ik heb de pers6333 alleen getreden,1869 8804 en er was niemand376 van de volken5971 met ; en Ik heb hen getreden1869 8799 in toorn,639 en heb hen vertrapt7429 8799 in grimmigheid;2534 en hun kracht5332 is gesprengd5137 8799 op klederen,899 en al gewaad4403 heb Ik bezoedeld.1351 8689 Want de dag3117 der wraak5359 was in hart,3820 en het jaar8141 verlosten1350 8803 was gekomen.935 8804 En Ik zag toe,5027 8686 en er was niemand die hielp;5826 8802 en Ik ontzette ,8074 8709 en er was niemand, die ondersteunde;5564 8802 daarom heeft arm2220 heil beschikt,3467 8686 en grimmigheid2534 heeft ondersteund,5564 8804 En Ik heb de volken5971 vertreden947 8799 in toorn,639 en Ik heb hen dronken gemaakt7937 8762 in grimmigheid;2534 en Ik heb hun kracht5332 ter aarde776 doen nederdalen.3381 8686 Ik zal de goedertierenheden2617 des HEEREN3068 vermelden,2142 8686 den veelvoudigen lof8416 des HEEREN,3068 naar alles, wat de HEERE3068 ons heeft bewezen,1580 8804 en de grote7227 goedigheid2898 aan het huis1004 van ,3478 die hun bewezen heeft,1580 8804 naar barmhartigheden,7356 en naar de veelheid7230 goedertierenheden.2617 Want zeide:559 8799 zijn immers volk,5971 kinderen,1121 [die] niet liegen zullen?8266 8762 is hun geworden tot een .3467 8688 In al hun benauwdheid6869 was benauwd,6862 en de Engel4397 aangezichts6440 heeft hen behouden;3467 8689 door liefde160 en door genade2551 heeft hen verlost;1350 8804 en nam hen op,5190 8762 en droeg5375 8762 hen al de dagen3117 van ouds.5769 Maar zij zijn wederspannig geworden,4784 8804 en zij hebben Heiligen6944 Geest7307 smarten aangedaan;6087 8765 daarom is hun in een vijand341 8802 verkeerd,2015 8735 heeft tegen hen gestreden.3898 8738 Nochtans dacht aan2142 8799 de dagen3117 van ouds,5769 aan Mozes4872 [en] volk;5971 [maar] [nu], waar is , Die hen uit de zee3220 opgebracht heeft,5927 8688 met de herders7462 8802 kudde?6629 is , Die Heiligen6944 Geest7307 in het midden7130 van hen stelde?7760 8802 Die den arm2220 heerlijkheid8597 heeft doen gaan3212 8688 aan de rechterhand3225 van ;4872 de wateren4325 voor hunlieder aangezichten6440 kliefde1234 8802 opdat een eeuwigen5769 Naam8034 maakte?6213 8800 Die hen leidde3212 8688 door de afgronden;8415 als een paard5483 in de woestijn,4057 struikelden zij3782 8735 niet. Gelijk een beest,929 [dat] afgaat3381 8799 in de valleien,1237 heeft hun de Geest7307 des HEEREN3068 rust gegeven.5117 8686 hebt Uw volk5971 geleid,5090 8765 opdat U een heerlijken8597 Naam8034 zoudt maken.6213 8800 Zie5027 van den hemel8064 af,5027 8685 en aanschouw7200 8798 van Uw heilige6944 en Uw heerlijke8597 woning;2073 waar zijn Uw ijver7068 en Uw mogendheden,1369 het gerommel1995 ingewands4578 en barmhartigheden?7356 houden zich tegen mij in.662 8694 Gij zijt toch3588 onze ,1 want 85 weet3045 8804 van ons niet,3808 en 3478 kent5234 8686 ons niet; Gij, o HEERE!3068 zijt onze ,1 onze Verlosser1350 8802 van ouds5769 af is Uw .8034 HEERE!3068 waarom doet ons van Uw wegen1870 dwalen,8582 8686 [waarom] verstokt Gij7188 8686 ons hart,3820 dat wij U niet vrezen?3374 weder7725 8798 om knechten5650 wil, de stammen7626 erfdeels.5159 Uw heilig6944 volk5971 heeft [het] [maar] een weinig tijds4705 bezeten;3423 8804 onze wederpartijders6862 hebben Uw heiligdom4720 vertreden.947 8790 Wij zijn geworden [als] [die], over welke van ouds5769 niet hebt geheerst,4910 8804 en die naar Uw Naam8034 niet zijn genoemd.7121 8738