Isaiah 8:3
“En ik was tot de profetesse5031 genaderd,7126 8799 die werd zwanger,2029 8799 en baarde3205 8799 een zoon;1121 en de HEERE3068 zeide559 8799 tot mij: Noem7121 8798 zijn naam8034 MAHER-SCHALAL, CHAZBAZ.4122”
Isaiah 8:3 — Statenvertaling (1637)
Verse 3 of 22 in Isaiah chapter 8 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Isaiah 8 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Verder zeide559 8799 de HEERE3068 tot mij: Neem3947 8798 u een grote1419 rol,1549 en schrijf3789 8798 daarop met eens mensen582 griffel:2747 tot den roof, is hij spoedig tot den buit!4122 Toen nam ik5749 8686 mij getrouwe539 8737 getuigen,5707 ,223 den priester,3548 en ,2148 den zoon1121 van .3000 En ik was tot de profetesse5031 genaderd,7126 8799 die werd zwanger,2029 8799 en baarde3205 8799 een zoon;1121 en de HEERE3068 zeide559 8799 tot mij: Noem7121 8798 zijn naam8034 MAHER-SCHALAL, CHAZBAZ.4122 Want eer dat knechtje5288 zal kunnen3045 8799 roepen:7121 8800 vader!1 of, mijn moeder!517 zal men den rijkdom2428 van ,1834 en den buit7998 van 8111 dragen5375 8799 voor het aangezicht6440 van den koning4428 van .804 En de HEERE3068 sprak1696 8763 nog verder3254 8686 tot mij, zeggende:559 8800 Dewijl3282 dit volk5971 veracht3988 8804 de wateren4325 van ,7975 die zachtjes328 gaan,1980 8802 en er vreugde is4885 bij Rezin7526 en den zoon1121 van ;7425 Daarom ziet, zo zal de Heere136 over hen doen opkomen5927 8688 die sterke6099 en geweldige7227 wateren4325 der rivier,5104 den koning4428 van Assyrie804 en al zijn heerlijkheid;3519 en hij zal opkomen5927 8804 over al zijn stromen,650 en gaan over1980 8804 al zijn oevers;1415 En hij zal doortrekken2498 8804 in ,3063 hij zal het overstromen,7857 8804 en er doorgaan,5674 8804 hij zal tot aan den hals6677 reiken;5060 8686 en de uitstrekkingen4298 zijner vleugelen3671 zullen vervullen4393 de breedte7341 uws lands,776 o !6005 410 Vergezelt u te zamen,7489 8798 gij volken!5971 doch wordt verbroken;2865 8798 en neemt ter ore,238 8685 allen3605 gij, die in verre4801 landen776 zijt, omgordt u,247 8690 doch wordt verbroken;2865 8798 omgordt u,247 8690 doch wordt verbroken!2865 8798 Beraadslaagt5779 8798 een raad,6098 doch hij zal vernietigd worden;6565 8714 spreekt1696 8761 een woord,1697 doch het zal niet bestaan;6965 8799 want God410 is met ons! Want alzo heeft de HEERE3068 tot mij gezegd,559 8804 met een sterke2393 hand,3027 en onderwees3256 8765 mij van niet te wandelen3212 8800 op den weg1870 dezes volks,5971 zeggende:559 8800 Gijlieden zult niet zeggen:559 8799 verbintenis,7195 van alles, waar dit volk5971 van zegt:559 8799 is een verbintenis;7195 en vreest gijlieden3372 8799 hun vreze4172 niet, en verschrikt6206 8686 niet. Den HEERE3068 der heirscharen,6635 zult gijlieden heiligen,6942 8686 en zij uw vreze,4172 en zij uw verschrikking.6206 8688 zal [ulieden] tot een Heiligdom4720 zijn; maar tot een steen68 des aanstoots5063 en tot een rotssteen6697 der struikeling4383 den twee8147 huizen1004 van ,3478 tot een strik6341 en tot een 4170 den inwoners3427 8802 te .3389 En velen7227 onder hen zullen struikelen,3782 8804 en vallen,5307 8804 en verbroken worden,7665 8738 en zullen verstrikt3369 8738 en gevangen worden.3920 8738 Bind6887 de getuigenis8584 toe;6887 8798 verzegel2856 8798 de wet8451 onder mijn leerlingen.3928 Daarom zal ik den Heere3068 verbeiden,2442 8765 aangezicht6440 verbergt5641 8688 voor het huis1004 van ,3290 en ik zal verwachten.6960 8765 Ziet, ik en de kinderen,3206 die mij de HEERE3068 gegeven heeft,5414 8804 zijn tot tekenen226 en tot wonderen4159 in ,3478 van den HEERE3068 der heirscharen,6635 op den berg2022 Sion6726 woont.7931 8802 Wanneer zij tot ulieden zeggen zullen:559 8799 Vraagt1875 8798 waarzeggers178 en duivelskunstenaars,3049 die daar piepen,6850 8772 en binnensmonds mompelen;1897 8688 [zo] [zegt]: Zal niet een volk5971 zijn God430 vragen?1875 8799 zal men voor de levenden2416 de doden4191 8801 [vragen]? Tot de wet8451 en tot de getuigenis!8584 zo zij niet spreken559 8799 naar dit woord,1697 het zal zijn, dat zij geen dageraad7837 zullen hebben. En een ieder van hen zal daar doorgaan,5674 8804 hard gedrukt7185 8737 en hongerig;7457 en het zal geschieden, wanneer hem hongert,7456 8799 en hij zeer toornig zal zijn,7107 8694 zal hij vloeken7043 8765 op zijn koning4428 en op zijn God,430 als hij opwaarts4605 zal zien;6437 8804 Als hij de aarde776 aanschouwen zal,5027 8686 ziet, er zal benauwdheid6869 en duisternis2825 zijn; hij zal verduisterd4588 zijn door angst,6695 en voortgedreven5080 8794 door donkerheid.653