James 4:10

“Vernedert u5013 5682 voor1799 den Heere,2962 en2532 Hij zal u5209 verhogen.5312 5692”

James 4:10 — Statenvertaling (1637)

Verse 10 of 17 in James chapter 4 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

James 4 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Van waar4159 [komen] krijgen4171 en2532 vechterijen3163 onder1722 u?5213 [] [zij] niet3756 hiervan,1782 [namelijk] uit1537 uw5216 wellusten,2237 die in1722 uw5216 leden3196 strijd voeren?4754 5734 Gij begeert,1937 5719 en2532 hebt2192 5719 niet;3756 gij benijdt5407 5719 en2532 ijvert2206 5719 [naar] [dingen], en2532 kunt1410 5736 ze niet3756 verkrijgen;2013 5629 gij vecht3164 5736 en2532 voert krijg,4170 5719 doch1161 gij hebt2192 5719 niet,3756 omdat1223 gij5209 niet3361 bidt.154 5733 Gij bidt,154 5719 en2532 gij ontvangt2983 5719 niet,3756 omdat1360 gij kwalijk2560 bidt,154 5731 opdat2443 gij het in1722 uw5216 wellusten2237 doorbrengen zoudt.1159 5661 Overspelers3432 en2532 overspeleressen,3428 weet gij1492 5758 niet,3756 dat3754 de vriendschap5373 der wereld2889 een vijandschap2189 Gods2316 is?2076 5748 Zo302 wie3739 3767 een vriend5384 der wereld2889 wil1511 5750 zijn,1014 5680 die wordt een vijand2190 van God2316 gesteld.2525 5743 Of2228 meent gij,1380 5719 dat3754 de Schrift1124 tevergeefs2761 zegt:3004 5719 De ,4151 Die3739 in1722 ons2254 woont,2730 5656 heeft lust1971 5719 tot4314 nijdigheid?5355 Ja,1161 geeft1325 5719 meerdere3187 genade.5485 Daarom1352 zegt3004 5719 [de] []: God2316 wederstaat498 5731 de hovaardigen,5244 maar1161 den nederigen5011 geeft Hij1325 5719 genade.5485 Zo onderwerpt u5293 5649 3767 ;2316 wederstaat436 5628 den duivel,1228 en2532 hij zal van575 u5216 vlieden.5343 5695 Naakt1448 5657 tot God,2316 en2532 zal tot u5213 naken.1448 5692 Reinigt2511 5657 de handen,5495 gij zondaars,268 en2532 zuivert48 5657 de harten,2588 gij dubbelhartigen!1374 Gedraagt u als ellendigen,5003 5657 en2532 treurt3996 5657 en2532 weent;2799 5657 uw5216 lachen1071 worde veranderd3344 5649 in1519 treuren,3997 en2532 [uw] blijdschap5479 in1519 bedroefdheid.2726 Vernedert u5013 5682 voor1799 den ,2962 en2532 zal u5209 verhogen.5312 5692 Broeders,80 spreekt2635 niet3361 kwalijk2635 5720 van elkander.240 van [zijn] broeder80 kwalijk spreekt2635 5723 en2532 zijn846 broeder80 oordeelt,2919 5723 die spreekt kwalijk2635 5719 van de wet,3551 en2532 oordeelt2919 5719 de wet.3551 Indien1487 gij nu1161 de wet3551 oordeelt,2919 5719 zo zijt gij1488 5748 geen3756 dader4163 der wet,3551 maar235 een rechter.2923 Er is2076 5748 een enig1520 ,3550 Die3588 behouden4982 5658 kan1410 5740 en2532 verderven.622 5658 wie5101 zijt1488 5748 gij,4771 die een anderen2087 oordeelt?2919 5719 Welaan33 5720 nu3568 gij, die daar zegt:3004 5723 zullen heden4594 of2532 morgen839 naar1519 zulk3592 een stad4172 reizen,4198 5667 en2532 aldaar1563 een1520 jaar1763 doorbrengen,4160 5661 5625 4160 5692 en2532 koopmanschap drijven,1710 5667 5625 1710 5695 en2532 winst doen.2770 5661 5625 2770 5692 Gij, die3748 niet3756 weet,1987 5736 wat3588 morgen839 [geschieden] [zal], want1063 hoedanig4169 is uw5216 leven?2222 Want1063 het is2076 5748 een damp,822 die4314 voor een weinig3641 [tijds] gezien wordt,5316 5730 en1161 daarna1899 verdwijnt.853 5746 In plaats dat473 gij5209 zoudt zeggen:3004 5721 Indien1437 de Heere2962 wil,2309 5661 en2532 wij leven zullen,2198 5661 5625 2198 5692 zo2532 zullen wij dit5124 of2228 dat1565 doen.4160 5661 5625 4160 5692 Maar1161 nu3568 roemt gij2744 5736 in1722 uw5216 hoogmoed;212 alle3956 zodanige5108 roem2746 is2076 5748 boos.4190 Wie 3767 weet1492 5761 goed2570 te doen,4160 5721 en2532 niet3361 doet,4160 5723 dien846 is het2076 5748 zonde.266

Every verse in James 4

Chapter navigation

0:000:00