Jeremiah 16:7
“Ook zal men hun niets uitdelen6536 8799 over den rouw,60 om iemand te troosten5162 8763 over een dode;4191 8801 noch hun te drinken geven8248 8686 uit den troostbeker,3563 8575 over iemands vader1 of over iemands moeder.517”
Jeremiah 16:7 — Statenvertaling (1637)
Verse 7 of 21 in Jeremiah chapter 16 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 16 — full chapter (Statenvertaling (1637))
En des HEEREN3068 woord1697 geschiedde tot mij, zeggende:559 8800 Gij zult u geen vrouw802 nemen,3947 8799 en gij zult geen zonen1121 noch dochteren1323 hebben in deze plaats.4725 Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 van de zonen1121 en van de dochteren,1323 die in deze plaats4725 geboren worden;3205 8688 daartoe van hun moeders,517 die ze baren,3205 8802 en van hun vaders,1 die ze gewinnen3209 in dit land:776 Zij zullen pijnlijke8463 doden4463 sterven,4191 8799 zij zullen niet beklaagd5594 8735 noch begraven worden,6912 8735 zij zullen tot mest1828 op6440 den aardbodem127 zijn, en zij zullen door het zwaard2719 en door den honger7458 verteerd worden,3615 8799 en hun dode lichamen5038 zullen het gevogelte5775 des hemels8064 en het gedierte929 der aarde776 tot spijze3978 zijn. Want zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Ga935 8799 niet in het huis1004 desgenen, die een rouwmaaltijd4798 houdt, en ga3212 8799 niet henen om te rouwklagen,5594 8800 en heb geen medelijden5110 8799 met hen; want Ik heb van dit volk5971 (spreekt5002 8803 de HEERE3068) weggenomen622 8804 vrede,7965 goedertierenheid2617 en barmhartigheden;7356 Zodat groten1419 en kleinen6996 in dit land776 zullen sterven,4191 8804 zij zullen niet begraven worden;6912 8735 en men zal hen niet beklagen,5594 8799 noch zichzelven insnijden,1413 8704 noch kaal maken7139 8735 om hunnentwil. Ook zal men hun niets uitdelen6536 8799 over den rouw,60 om iemand te troosten5162 8763 over een dode;4191 8801 noch hun te drinken geven8248 8686 uit den troostbeker,3563 8575 over iemands vader1 of over iemands moeder.517 Ga935 8799 ook niet in een huis1004 des maaltijds,4960 om bij hen te zitten,3427 8800 om te eten398 8800 en te drinken.8354 8800 Want zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 , Ik zal van deze plaats,4725 voor ulieder ogen5869 en in ulieder dagen,3117 doen ophouden7673 8688 de stem6963 der vreugde8342 en de stem6963 der blijdschap,8057 de stem6963 des bruidegoms2860 en de stem6963 der bruid.3618 En het zal geschieden, als gij dit volk5971 al deze woorden1697 zult aanzeggen,5046 8686 en zij tot u zeggen:559 8804 spreekt1696 8765 de HEERE3068 al dit grote1419 kwaad7451 over ons, en welke is onze misdaad,5771 en welke is onze zonde,2403 die wij tegen den HEERE,3068 onzen God,430 gezondigd hebben?2398 8804 Dat gij tot hen zult zeggen:559 8804 uw vaders1 verlaten hebben,5800 8804 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 en hebben andere312 goden430 nagewandeld,3212 8799 310 en die gediend,5647 8799 en zich voor die nedergebogen;7812 8691 maar verlaten,5800 8804 en wet8451 niet gehouden hebben;8104 8804 En gijlieden erger7489 8689 gedaan hebt6213 8800 uw vaderen;1 want ziet,2009 gijlieden wandelt,1980 8802 een iegelijk376 naar310 het goeddunken8307 van zijn boos7451 hart,3820 om naar niet te horen.8085 8800 Daarom zal Ik ulieden uit dit land776 werpen,2904 8689 in een land,776 dat gij niet gekend hebt,3045 8804 gij noch uw vaders;1 en aldaar zult gij andere312 goden430 dienen,5647 8804 dag3119 en nacht,3915 omdat Ik u geen genade2594 zal geven.5414 8799 Daarom, ziet, de dagen3117 komen,935 8802 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dat er niet meer zal gezegd worden:559 8735 [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 de kinderen1121 Israels3478 uit Egypteland776 4714 heeft opgevoerd!5927 8689 Maar: [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE3068 leeft,2416 de kinderen1121 Israels3478 heeft opgevoerd5927 8689 uit het land776 van het noorden,6828 en uit al de landen776 waarhenen hen gedreven had!5080 8689 want Ik zal hen wederbrengen7725 8689 in hun land,127 dat Ik hun vaderen1 gegeven heb.5414 8804 Ziet, Ik zal zenden7971 8802 tot veel7227 vissers,1771 8675 1728 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 die zullen hen vissen;1770 8804 en daarna310 zal Ik zenden7971 8799 tot veel7227 jagers,6719 die zullen hen jagen,6679 8804 van op allen berg,2022 en van op allen heuvel,1389 ja, uit de kloven5357 der steenrotsen.5553 Want ogen5869 zijn op al hun wegen;1870 zij zijn voor aangezicht6440 niet verborgen,5641 8738 noch hun ongerechtigheid5771 verholen6845 8738 van voor5048 ogen.5869 Dies zal Ik eerst7223 hun ongerechtigheid5771 en hun zonde2403 dubbel4932 vergelden,7999 8765 omdat zij land776 ontheiligd hebben;2490 8763 zij hebben erfenis5159 met de dode lichamen5038 hunner verfoeiselen8251 en hunner gruwelen8441 vervuld.4390 8804 O HEERE!3068 zijt mijn ,5797 en mijn ,4581 en mijn Toevlucht4498 ten dage3117 der benauwdheid;6869 tot U zullen de heidenen1471 komen935 8799 van de einden657 der aarde,776 en zeggen:559 8799 hebben onze vaders1 leugen8267 erfelijk bezeten,5157 8804 [en] ijdelheid,1892 waarin toch niets was, dat nut deed.3276 8688 Zal een mens120 zich goden430 maken?6213 8799 zijn toch geen goden.430 Daarom, ziet, Ik zal hun bekend maken3045 8688 op ditmaal;6471 Ik zal hun bekend maken3045 8686 hand3027 en macht;1369 en zij zullen weten,3045 8804 dat Naam8034 is HEERE.3068