Jeremiah 17:12
“Een troon3678 der heerlijkheid,3519 een hoogheid4791 van het eerste7223 aan, is de plaats4725 onzes heiligdoms.4720”
Jeremiah 17:12 — Statenvertaling (1637)
Verse 12 of 27 in Jeremiah chapter 17 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 17 — full chapter (Statenvertaling (1637))
De zonde2403 van Juda3063 is geschreven3789 8803 met een ijzeren1270 griffie,5842 met de punt6856 eens diamants;8068 gegraven2790 8803 in de tafel3871 van hunlieder hart,3820 en aan de hoornen7161 uwer altaren;4196 Gelijk hun kinderen1121 hunner altaren4196 gedenken,2142 8800 en hunner bossen,842 bij het groen7488 geboomte,6086 op de hoge1364 heuvelen.1389 Ik zal berg2042 met het veld,7704 uw vermogen2428 [en] al uw schatten214 ten roof957 geven,5414 8799 [mitsgaders] uw hoogten,1116 om de zonde2403 in al uw landpalen.1366 Alzo zult gij aflaten8058 8804 (en dat om u zelven) van uw erfenis,5159 die Ik u gegeven heb,5414 8804 en Ik zal u uw vijanden341 8802 doen dienen5647 8689 in een land,776 dat gij niet kent;3045 8804 want gijlieden hebt een vuur784 aangestoken6919 8804 in toorn,639 tot5704 in eeuwigheid5769 zal het branden.3344 8714 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Vervloekt779 8803 is de man,1397 die op een mens120 vertrouwt,982 8799 en vlees1320 [tot] zijn arm2220 stelt,7760 8804 en wiens hart3820 van den HEERE3068 afwijkt!5493 8799 Want hij zal zijn als de heide6199 in de wildernis,6160 die het niet gevoelt,7200 8799 wanneer het goede2896 komt;935 8799 maar blijft7931 8804 [in] dorre plaatsen2788 in de woestijn,4057 [in] zout4420 en onbewoond3427 8799 land.776 Gezegend1288 8803 [daarentegen] is de man,1397 die op den HEERE3068 vertrouwt,982 8799 en wiens vertrouwen4009 de HEERE3068 is! Want hij zal zijn als een boom,6086 die aan het water4325 geplant is,8362 8803 en zijn wortelen8328 uitschiet7971 8762 aan een rivier,3105 en gevoelt7200 8799 het niet, wanneer er een hitte2527 komt,935 8799 maar zijn loof5929 blijft groen;7488 en in een jaar8141 van droogte1226 zorgt hij1672 8799 niet, en houdt niet op4185 8686 van vrucht6529 te dragen.6213 8800 Arglistig6121 is het hart,3820 meer enig ding, ja, dodelijk605 8803 is het, wie zal het kennen?3045 8799 Ik, de HEERE,3068 doorgrond2713 8802 het hart,3820 [en] proef974 8802 de nieren;3629 en dat, om een iegelijk376 te geven5414 8800 naar zijn wegen,1870 naar de vrucht6529 zijner handelingen.4611 [] een veldhoen7124 [eieren] vergadert,1716 8804 maar broedt3205 8804 ze niet uit, [alzo] is hij, die rijkdom6239 vergadert,6213 8802 doch niet met recht;4941 in de helft2677 zijner dagen3117 zal hij dien moeten verlaten,5800 8799 en in zijn laatste319 een dwaas5036 zijn. Een troon3678 der heerlijkheid,3519 een hoogheid4791 van het eerste7223 aan, is de plaats4725 onzes heiligdoms.4720 O HEERE,3068 Israels3478 !4723 allen, die U verlaten,5800 8802 zullen beschaamd worden;954 8799 en die van mij afwijken,5493 8803 8676 3249 zullen in de aarde776 geschreven worden;3789 8735 want zij verlaten5800 8804 den HEERE,3068 den Springader4726 des levenden2416 waters.4325 Genees7495 8798 mij, HEERE!3068 zo zal ik genezen worden,7495 8735 behoud3467 8685 mij, zo zal ik behouden worden;3467 8735 want zijt mijn .8416 Ziet, zij zeggen559 8802 tot mij: Waar is het woord1697 des HEEREN?3068 het nu komen!935 8799 Ik heb toch niet aangedrongen,213 8804 meer een herder7462 8802 achter310 U [betaamde]; ook heb ik den dodelijken605 8803 dag3117 niet begeerd,183 8694 weet3045 8804 [het]; wat uit mijn lippen8193 is gegaan,4161 is voor5227 Uw aangezicht6440 geweest. Wees mij niet tot een verschrikking;4288 zijt mijn Toevlucht4268 ten dage3117 des kwaads.7451 Laat mijn vervolgers7291 8802 beschaamd worden,954 8799 maar laat mij niet beschaamd worden;954 8799 laat hen verschrikt worden,2865 8735 maar laat mij niet verschrikt worden;2865 8735 breng935 8687 over hen den dag3117 des kwaads,7451 en verbreek7665 8798 hen met een dubbele4932 verbreking.7670 Alzo heeft de HEERE3068 tot mij gezegd:559 8804 Ga henen1980 8800 en sta5975 8804 in de poort8179 van de kinderen1121 des volks,5971 door dewelke de koningen4428 van Juda3063 ingaan,935 8799 en door dewelke zij uitgaan,3318 8799 ja, in alle poorten8179 van ;3389 En zeg559 8804 tot hen: Hoort8085 8798 des HEEREN3068 woord,1697 gij koningen4428 van ,3063 en gans ,3063 en alle inwoners3427 8802 van ,3389 die door deze poorten8179 ingaat!935 8802 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 u8104 8734 op uw zielen,5315 en draagt5375 8799 geen last4853 op den sabbatdag,7676 3117 noch brengt935 8689 in door de poorten8179 van .3389 Ook zult gijlieden geen last4853 uitvoeren3318 8686 uit uw huizen1004 op den sabbatdag,7676 3117 noch enig werk4399 doen;6213 8799 maar gij zult den sabbatdag7676 3117 heiligen,6942 8765 gelijk als Ik uw vaderen1 geboden heb.6680 8765 Maar zij hebben niet gehoord,8085 8804 noch hun oor241 geneigd;5186 8689 maar zij hebben hun nek6203 verhard,7185 8686 om niet te horen,8085 8800 en om de tucht4148 niet aan te nemen.3947 8800 Het zal geschieden, indien gij vlijtiglijk8085 8800 naar zult horen,8085 8799 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dat gij geen last4853 door de poorten8179 dezer stad5892 op den sabbatdag7676 3117 inbrengt,935 8687 en gij den sabbatdag7676 3117 heiligt,6942 8763 dat gij geen1115 werk4399 daarop doet;6213 8800 Zo zullen door de poorten8179 dezer stad5892 ingaan935 8804 koningen4428 en vorsten,8269 zittende3427 8802 op den troon3678 van ,1732 rijdende7392 8802 op wagenen7393 en op paarden,5483 zij en hun vorsten,8269 de mannen376 van Juda3063 en de inwoners3427 8802 van ;3389 en deze stad5892 zal bewoond worden3427 8804 in eeuwigheid.5769 En zij zullen komen935 8804 uit de steden5892 van ,3063 en uit de plaatsen rondom5439 ,3389 en uit het land776 van ,1144 en uit de laagte,8219 en van het gebergte,2022 en van het zuiden,5045 aanbrengende935 8688 brandoffer,5930 en slachtoffer,2077 en spijsoffer,4503 en wierook,3828 en aanbrengende935 8688 lofoffer,8426 ten huize1004 des HEEREN.3068 Maar indien gij naar niet zult horen,8085 8799 om den sabbatdag7676 3117 te heiligen,6942 8763 en om geen last4853 te dragen5375 8800 als gij op den sabbatdag7676 3117 door de poorten8179 van Jeruzalem3389 ingaat;935 8800 zo zal Ik een vuur784 in haar poorten8179 aansteken,3341 8689 dat de paleizen759 van Jeruzalem3389 zal verteren,398 8804 en niet worden uitgeblust.3518 8799