Jeremiah 18:23
“Doch Gij, HEERE!3068 weet3045 8804 al hun raad6098 tegen mij ten dode;4194 maak geen verzoening3722 8762 over hun ongerechtigheid,5771 en delg4229 8686 hun zonde2403 niet uit van voor Uw aangezicht;6440 maar laat hen nedergeveld worden3782 8716 voor Uw aangezicht;6440 handel6213 8798 [alzo] met hen, ten tijde6256 Uws toorns.639”
Jeremiah 18:23 — Statenvertaling (1637)
Verse 23 of 23 in Jeremiah chapter 18 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 18 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Het woord,1697 dat tot Jeremia3414 geschied is van den HEERE,3068 zeggende:559 8800 Maak u op,6965 8798 en ga af3381 8804 [in] het huis1004 des pottenbakkers,3335 8802 en aldaar zal Ik u woorden1697 doen horen.8085 8686 Zo ging ik af3381 8799 [in] het huis1004 des pottenbakkers;3335 8802 en ziet,2009 hij maakte6213 8802 een werk4399 op de schijven.70 En het vat,3627 dat hij maakte,6213 8802 werd verdorven,7843 8738 als leem,2563 in de hand3027 des pottenbakkers;3335 8802 toen maakte hij6213 8799 daarvan weder7725 8804 een ander312 vat,3627 gelijk als het recht was3474 8804 in de ogen5869 des pottenbakkers3335 8802 te maken.6213 8800 Toen geschiedde des HEEREN3068 woord1697 tot mij, zeggende:559 8800 Zal Ik ulieden niet kunnen3201 8799 doen,6213 8800 gelijk deze pottenbakker,3335 8802 o huis1004 ?3478 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 ziet, gelijk leem2563 in de hand3027 des pottenbakkers,3335 8802 alzo zijt gijlieden in hand,3027 o huis1004 !3478 [In] een ogenblik7281 zal Ik spreken1696 8762 over een volk1471 en over een koninkrijk,4467 dat Ik het zal uitrukken,5428 8800 en afbreken,5422 8800 en verdoen;6 8686 Maar [indien] datzelve volk,1471 over hetwelk Ik [zulks] gesproken heb,1696 8765 zich van zijn boosheid7451 bekeert,7725 8804 zo zal Ik berouw hebben5162 8738 over het kwaad,7451 dat Ik hetzelve gedacht2803 8804 te doen.6213 8800 Ook zal Ik [in] een ogenblik7281 spreken1696 8762 over een volk1471 en over een koninkrijk,4467 dat Ik het zal bouwen1129 8800 en planten;5193 8800 Maar [indien] het doet,6213 8804 dat kwaad7451 is in ogen,5869 dat het naar stem6963 niet hoort,8085 8800 zo zal Ik berouw hebben5162 8738 over het goede,2896 [met] hetwelk Ik gezegd had559 8804 hetzelve te zullen weldoen.3190 8687 Nu , spreek559 8798 nu tot de mannen376 van Juda3063 en tot de inwoners3427 8802 van ,3389 zeggende:559 8800 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 , Ik formeer3335 8802 een kwaad7451 tegen ulieden, en denk2803 8802 tegen ulieden een gedachte;4284 [zo] bekeert u7725 8798 nu, een iegelijk376 van zijn bozen7451 weg,1870 en maakt uw wegen1870 en uw handelingen4611 goed.3190 8685 Doch zij zeggen:559 8804 is buiten hoop;2976 8737 maar wij zullen naar310 onze gedachten4284 wandelen,3212 8799 en wij zullen doen,6213 8799 een iegelijk376 het goeddunken8307 van zijn boos7451 hart.3820 Daarom, zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Vraagt7592 8798 nu onder de heidenen;1471 wie heeft alzulks gehoord?8085 8804 De jonkvrouw1330 Israels3478 doet6213 8804 een zeer3966 afschuwelijke8186 zaak. Zal men ook om een rotssteen6697 des velds7704 verlaten5800 8799 de sneeuw7950 van ?3844 ook de vreemde,2114 8801 koude,7119 vlietende5140 8802 wateren4325 verlaten worden?5428 8735 Nochtans heeft volk5971 vergeten,7911 8804 zij roken6999 8762 der ijdelheid;7723 want zij hebben hen doen aanstoten3782 8686 op hun wegen,1870 [op] de oude5769 paden,7635 8675 7635 opdat zij mochten wandelen3212 8800 in stegen5410 van een weg,1870 die niet opgehoogd is;5549 8803 Om hun land776 te stellen7760 8800 tot een ontzetting,8047 [tot] eeuwige5769 aanfluitingen;8292 8675 8292 al wie daar voorbijgaat,5674 8802 zal zich ontzetten,8074 8799 en met zijn hoofd7218 schudden.5110 8686 Als een oostenwind6921 7307 zal Ik hen verstrooien6327 8686 voor het aangezicht6440 des vijands;341 8802 Ik zal hun den nek6203 en niet het aangezicht6440 laten zien,7200 8799 ten dage3117 huns verderfs.343 Toen zeiden zij:559 8799 aan,3212 8798 laat ons gedachten4284 tegen Jeremia3414 denken;2803 8799 want de wet8451 zal niet vergaan6 8799 van den priester,3548 noch de raad6098 van den wijze,2450 noch het woord1697 van den profeet;5030 komt aan,3212 8798 en laat ons hem slaan5221 8686 met de tong,3956 en laat ons niet luisteren7181 8686 naar enige zijner woorden!1697 HEERE!3068 luister7181 8685 naar mij, en hoor8085 8798 naar de stem6963 mijner twisters.3401 Zal kwaad7451 voor goed2896 vergolden worden?7999 8792 want zij hebben mijn ziel5315 een kuil7745 gegraven;3738 8804 gedenk,2142 8798 dat ik voor Uw aangezicht6440 gestaan heb,5975 8800 om goed2896 voor hen te spreken,1696 8763 om Uw grimmigheid2534 van hen af te wenden.7725 8687 Daarom, geef5414 8798 hun zonen1121 den honger7458 over, en doe ze wegvloeien5064 8685 door het geweld3027 des zwaards,2719 en laat hun vrouwen802 van kinderen beroofd7909 en weduwen490 worden,7909 en laat hun mannen582 door den dood4194 omgebracht,2026 8803 [en] hun jongelingen970 met het zwaard2719 geslagen worden5221 8716 in den strijd.4421 Laat er een geschrei2201 uit hun huizen1004 gehoord worden,8085 8735 wanneer haastelijk6597 een bende1416 over hen zult brengen;935 8686 dewijl zij een kuil7745 8675 7882 gegraven hebben3738 8804 om mij te vangen,3920 8800 en strikken6341 verborgen2934 8804 voor mijn voeten.7272 Doch , HEERE!3068 weet3045 8804 al hun raad6098 tegen mij ten dode;4194 maak geen verzoening3722 8762 over hun ongerechtigheid,5771 en delg4229 8686 hun zonde2403 niet uit van voor Uw aangezicht;6440 maar laat hen nedergeveld worden3782 8716 voor Uw aangezicht;6440 handel6213 8798 [alzo] met hen, ten tijde6256 toorns.639