Jeremiah 19:9
“En Ik zal hunlieden het vlees1320 hunner zonen1121 en het vlees1320 hunner dochteren1323 doen eten,398 8689 en zij zullen eten,398 8799 een iegelijk376 het vlees1320 zijns naasten,7453 in de belegering4692 en in de benauwing,4689 waarmede hen hun vijanden,341 8802 en die hun ziel5315 zoeken,1245 8764 benauwen zullen.6693 8686”
Jeremiah 19:9 — Statenvertaling (1637)
Verse 9 of 15 in Jeremiah chapter 19 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.
Jeremiah 19 — full chapter (Statenvertaling (1637))
Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Ga henen1980 8800 en koop7069 8804 een pottenbakkerskruik,3335 8802 2789 1228 en [neem] [tot] [u] van de oudsten2205 des volks,5971 en van de oudsten2205 der priesteren.3548 En ga uit3318 8804 naar het dal1516 des zoons1121 van ,2011 dat voor de deur6607 der Zonnepoort2777 8179 is, en roep aldaar uit7121 8804 de woorden,1697 die Ik tot u spreken zal;1696 8762 En zeg:559 8804 Hoort8085 8798 des HEEREN3068 woord,1697 gij koningen4428 van Juda3063 en inwoners3427 8802 van !3389 zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 , Ik zal een kwaad7451 brengen935 8688 over deze plaats,4725 [van] hetwelk een ieder, die het hoort,8085 8802 zijn oren241 klinken zullen;6750 8799 Omdat zij verlaten,5800 8804 en deze plaats4725 vervreemd,5234 8762 en anderen312 goden430 daarin gerookt hebben6999 8762 die zij niet gekend hebben,3045 8804 zij, noch hun vaders,1 noch de koningen4428 van ;3063 en hebben deze plaats4725 vervuld4390 8804 met bloed1818 der onschuldigen.5355 Want zij hebben de hoogten1116 van Baal1168 gebouwd,1129 8804 om hun zonen1121 met vuur784 te verbranden,8313 8800 aan Baal1168 [tot] brandofferen;5930 hetwelk Ik niet geboden,6680 8765 noch gesproken heb,1696 8765 noch in hart3820 is opgekomen?5927 8804 Daarom, ziet, de dagen3117 komen,935 8802 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 dat deze plaats4725 niet meer zal genoemd worden7121 8735 het ,8612 of dal1516 des zoons1121 van ,2011 maar .1516 2028 Want Ik zal den raad6098 van Juda3063 en Jeruzalem3389 in deze plaats4725 verijdelen,1238 8804 en zal hen voor het aangezicht6440 hunner vijanden341 8802 doen vallen5307 8689 door het zwaard,2719 en door de hand3027 dergenen, die hun ziel5315 zoeken;1245 8764 en Ik zal hun dode lichamen5038 het gevogelte5775 des hemels8064 en het gedierte929 der aarde776 tot spijze3978 geven.5414 8804 En Ik zal deze stad5892 zetten7760 8804 tot een ontzetting8047 en tot een aanfluiting;8322 al wie voorbij haar gaat,5674 8802 zal zich ontzetten8074 8799 en fluiten8319 8799 over al haar plagen.4347 En Ik zal hunlieden het vlees1320 hunner zonen1121 en het vlees1320 hunner dochteren1323 doen eten,398 8689 en zij zullen eten,398 8799 een iegelijk376 het vlees1320 zijns naasten,7453 in de belegering4692 en in de benauwing,4689 waarmede hen hun vijanden,341 8802 en die hun ziel5315 zoeken,1245 8764 benauwen zullen.6693 8686 zult gij de kruik1228 verbreken7665 8804 voor de ogen5869 der mannen,582 die met u gegaan zijn;1980 8802 En gij zult tot hen zeggen:559 8804 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen:6635 Alzo3602 zal Ik dit volk5971 en deze stad5892 verbreken,7665 8799 gelijk als men een pottenbakkersvat3335 8802 3627 verbreekt,7665 8799 dat niet weder geheeld7495 kan3201 8799 worden;7495 8736 en zij zullen hen in Tofeth8612 begraven,6912 8799 omdat er geen [andere] plaats4725 zal zijn om te begraven.6912 8800 Zo zal Ik deze plaats4725 doen,6213 8799 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 en haar inwoners;3427 8802 en dat om deze stad5892 te stellen5414 8800 als een .8612 En de huizen1004 van Jeruzalem3389 en de huizen1004 der koningen4428 van Juda3063 zullen, gelijk alle plaatsen4725 van ,8612 onrein worden,2931 met al de huizen,1004 op welker daken1406 zij aan al het heir6635 des hemels8064 gerookt6999 8765 en aan vreemde312 goden430 drankofferen5262 geofferd hebben.5258 8687 Toen nu Jeremia3414 van Tofeth8612 kwam,935 8799 waarhenen hem de HEERE3068 gezonden had,7971 8804 om te profeteren,5012 8736 stond hij5975 8799 in het voorhof2691 van des HEEREN3068 huis,1004 en zeide559 8799 tot al het volk:5971 Zo zegt559 8804 de HEERE3068 der heirscharen,6635 de God430 :3478 , Ik zal over deze stad,5892 en over al haar steden,5892 al het kwaad7451 brengen,935 8688 dat Ik over haar gesproken heb;1696 8765 omdat zij hun nek6203 verhard hebben,7185 8689 om woorden1697 niet te horen.8085 8800