Jeremiah 21:2

“Vraag1875 8798 toch den HEERE3068 voor ons,1157 want Nebukadnezar,5019 de koning4428 van Babel,894 strijdt3898 8737 tegen ons; misschien zal de HEERE3068 met ons doen6213 8799 naar al Zijn wonderen,6381 8737 dat hij van ons optrekke.5927 8799”

Jeremiah 21:2 — Statenvertaling (1637)

Verse 2 of 14 in Jeremiah chapter 21 — Statenvertaling (1637). Read it in context below, with maps, timelines and thematic connections beside the text.

Jeremiah 21 — full chapter (Statenvertaling (1637))

Het woord,1697 dat van den HEERE3068 geschied is tot ,3414 als koning4428 Zedekia6667 tot hem zond7971 8800 ,6583 den zoon1121 van ,4441 en ,6846 den zoon1121 van ,4641 den priester,3548 zeggende:559 8800 Vraag1875 8798 toch den HEERE3068 voor ons,1157 want ,5019 de koning4428 van ,894 strijdt3898 8737 tegen ons; misschien zal de HEERE3068 met ons doen6213 8799 naar al wonderen,6381 8737 dat hij van ons optrekke.5927 8799 Toen zeide559 8799 Jeremia3414 tot hen: Zo zult gijlieden tot Zedekia6667 zeggen:559 8799 Zo zegt559 8804 de HEERE,3068 de God430 :3478 , Ik zal de krijgswapenen3627 4421 omwenden,5437 8688 die in ulieder hand3027 zijn, met dewelke gij strijdt3898 8737 tegen den koning4428 van 894 en tegen de ,3778 die u belegeren,6696 8802 van buiten2351 aan den muur;2346 en Ik zal ze verzamelen622 8804 in het midden8432 van deze stad.5892 En Ik zal tegen ulieden strijden,3898 8738 met een uitgestrekte5186 8803 hand3027 en met een sterken2389 arm,2220 ja, met toorn,639 en met grimmigheid,2534 en met grote1419 verbolgenheid.7110 En Ik zal de inwoners3427 8802 dezer stad5892 slaan,5221 8689 zowel de mensen120 als de beesten;929 door een grote1419 pestilentie1698 zullen zij sterven.4191 8799 En daarna,310 spreekt5002 8803 de HEERE,3068 zal Ik ,6667 den koning4428 van ,3063 en zijn knechten,5650 en het volk,5971 en die in deze stad5892 overgebleven zijn7604 8737 van de pestilentie,1698 van het zwaard2719 en van den honger,7458 geven5414 8799 in de hand3027 van ,5019 den koning4428 van ,894 en in de hand3027 hunner vijanden,341 8802 en in de hand3027 dergenen, die hun ziel5315 zoeken;1245 8764 en hij zal ze slaan5221 8689 met de scherpte6310 des zwaards;2719 hij zal ze niet sparen,2347 8799 noch verschonen,2550 8799 noch zich ontfermen.7355 8762 En tot dit volk5971 zult gij zeggen:559 8799 Zo zegt559 8804 de HEERE:3068 , Ik stel5414 8802 voor ulieder aangezicht6440 den weg1870 des levens2416 en den weg1870 des doods.4194 Die in deze stad5892 blijft,3427 8802 zal sterven4191 8799 door het zwaard,2719 of door den honger,7458 of door de pestilentie;1698 maar die er uitgaat3318 8802 en valt5307 8804 tot de ,3778 die ulieden belegeren,6696 8802 die zal leven,2421 8804 8675 2421 8799 en zijn ziel5315 zal hem tot een buit7998 zijn. Want Ik heb aangezicht6440 tegen deze stad5892 gesteld7760 8804 ten kwade7451 en niet ten goede,2896 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 zij zal gegeven worden5414 8735 in de hand3027 des konings4428 van ,894 en hij zal ze met vuur784 verbranden.8313 8804 En aangaande het huis1004 des konings4428 van ,3063 hoort8085 8798 des HEEREN3068 woord.1697 O huis1004 !1732 zo zegt559 8804 de HEERE:3068 Richt1777 8798 des morgens1242 recht,4941 en verlost5337 8685 den beroofde1497 8803 uit den hand3027 des verdrukkers;6231 8802 opdat gramschap2534 niet uitvare3318 8799 als een vuur,784 en brande,1197 8804 dat niemand blussen kunne,3518 8764 vanwege6440 de boosheid7455 uwer handelingen.4611 Ziet, Ik [wil] aan u, gij inwoneres3427 8802 des dals,6010 gij rots6697 van het plein!4334 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 gijlieden, die zegt:559 8802 zou tegen ons afkomen,5181 8799 of wie zou komen935 8799 in onze woningen?4585 En Ik zal over ulieden bezoeking doen6485 8804 naar de vrucht6529 uwer handelingen,4611 spreekt5002 8803 de HEERE;3068 en Ik zal een vuur784 aansteken3341 8689 in haar woud,3293 dat zal verteren398 8804 al wat rondom5439 haar is.

Every verse in Jeremiah 21

Chapter navigation

0:000:00